Brimstone Howl :: Guts Of Steel

De frontcover van Guts Of Steel heeft iets weg van het hoesje van The Blue Album van Weezer. In het geval van Brimstone Howl hebben de nerds weliswaar foute snorren in plaats van veel te grote brilglazen, maar voor de rest valt er niet veel over de muziek uit het hoesje af te leiden. De valse bescheidenheid is echter groot, want de productie van Guts Of Steel is van niemand minder dan Dan Auberbach van The Black Keys.

Wie even een vluchtige kijk op de recente releases van Alive Records werpt, merkt hoeveel Dan Auberbach tegenwoordig bij het label in de pap te brokken heeft. Hij was verantwoordelijk voor het pushen van platen van Two Gallants en Trainwreck Riders, maar heeft er, via Radio Moscow en Nathaniel Mayers revivalproject, eveneens een paar zijprojecten. Wij kunnen het u bijgevolg moeilijk kwalijk nemen als wij u hardop “ons kent ons” horen denken. Toch is Auberbachs nieuwste ontdekking, Brimstone Howl, weer een heel ander paar mouwen.

Met Brimstone Howl krijgt u immers geen trage, lang uitgerekte liedjes vol white soul, maar hevige rock-‘n-roll à la Jon Spencer Blues Explosion zoals u zich hem bijvoorbeeld van Plastic Fang herinnert. In “Bad Seed” bijvoorbeeld, waarin zanger John Ziegler op heel overtuigende wijze belijdt dat een bezeten ziel het best met een houten spies en een hamer te bevrijden valt. De man vindt het zelfs leuk om de naam van zijn groep heel af en toe — huilend als een weerwolf — in het midden van een nummer even eer aan te doen.

Brimstone Howl is echter meer dan een hoopje vuil lawaai. Daar kom je bijvoorbeeld achter tijdens het rijkelijk gevulde “In The Valley”. Met spannende lyrics, over beenderen in de rivierbedding en bloed op de rotsen, krijgt het publiek immers visuele From Dusk Till Dawn-achtige rock-‘-roll op zijn bord, en is dat niet altijd uitnodigend? Met een zinsnede als “Night time in the valley, we will be gathering… The good, the bad & the inbetween!” is de fantasie in ieder geval meteen geprikkeld.

De vluchtigheid van de tijd blijkt voor Brimstone Howl eveneens een belangrijk thema. Daarvan getuigen bijvoorbeeld “The Moment And The Hour” en “One Quick Minute”. In beide nummers laat de groep zijn vocals bovendien volledig doorslaan, terwijl vals piepende gitaren en een rommelige mondharmonica het nummer nog harder laten roepen. Liedjes als “Heartattack” en “I’m A Man” behandelen andere thema’s, maar stralen een al even grote wanhoop uit.

Toch is Guts Of Steel zeker geen lichte plaat. De reden hiervoor is niet te zoeken in de kwaliteit van het materiaal, noch in een overdosis purisme, maar simpelweg in het feit dat Guts Of Steel een hoop ideeën bevat. De nummers variëren al sterk ten opzichte van elkaar, maar elk nummer staat zelf ook nog eens bol van de tempowisselingen, waardoor men vaak de indruk krijgt meerdere nummers binnen eenzelfde song te horen.

Dat genregeeks en meerwaardezoekers aan Guts Of Steel een lekkere kluif kunnen hebben, lijdt bijgevolg geen twijfel. Brimstone Howl trekt zijn registers meer dan voldoende open om hen te plezieren. Een breder publiek kan het net iets moeilijker hebben met deze ingenieuze rock-‘n-roll, maar kan met de potige singles in principe net zo goed zijn voordeel doen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + 1 =