Mercury Rev :: 24 november 2008, AB

Het kan lang duren voor je de woorden "concert van het jaar" in de mond mag nemen, maar als het dan zover is, voelt het des te bevredigender aan. Op een zucht van december en haar lijstjesfetisjisme was Mercury Rev maandagavond ronduit verpletterend.

Jonathan Donahue is een man van het brede gebaar: de armen wijd open, of hoog boven zijn hoofd, probeert hij niet minder dan de hele wereld te vatten in zijn songs. Die zijn dan ook een universum op zich. "Leg de wereld naast je neer, en je wordt zelf een wereld", citeert het beeldscherm achter hem een Sufigezegde. De mysterieus glimlachende frontman weet als geen ander wat daarmee bedoeld wordt; de muziek van Mercury Rev heeft immers aan één planeet niet genoeg.

Na drie platen mooi gearrangeerde, psychedelische americana, trok Mercury Rev met zijn zevende album Snowflake Midnight opnieuw volledig de kaart van het experiment zoals in de begindagen. Zij het dan dat dat gecombineerd wordt met het soort knappe songs dat de groep in tussentijd heeft leren schrijven. Dat levert een fijn spanningsveld op tussen melodie en lawaai, tussen chaos en schoonheid.

Die twee gezichten moet op de planken tot één geheel worden geknoopt, en in het centrum van die knoop zit de liveband: een vijftal dat zowel een pseudoklassiek pianolijntje durft spelen, als één al percussie kan worden in het donderende "People Are So Unpredictable". En soms gaat het van het ene uiterste naar het andere: songs beginnen al eens met een eenvoudig zanglijntje, maar wanneer drummer Jason Miranda zijn duivels ontbindt en gitarist Grasshopper uit zijn gitaar allerlei geluiden haalt die My Bloody Valentinebaas Kevin Shields zouden doen blozen, dan dondert en bliksemt het op een manier die enkel een IMAX-scherm recht zou doen.

Mercury Rev is vandaag dan ook het equivalent van losbarstend natuurgeweld; een bulderend onweer boven de Niagara-waterval naar muziek vertaald. Het is oorverdovend lawaai met een missie en een overtuiging, en daartussenin het oog van de storm. Net omdat ze tussen stormachtige lappen lawaai als "Dream Of A Young Girl As A Flower" invallen, klinken rustpunten als "Opus 40" zo verschrikkelijk bloedmooi. Tegen de chaos van de andere songs is dit van een verschrikkelijke schoonheid.

De bisronde is nog eens een mooie samenvatting van al het voorgaande, samengebald in de beste nummers. "Goddess On A Hiway" is de mooie doorbraaksingle die Mercury Rev ooit uit de zuigende klei van de underground richting daglicht trok, maar het is het theatreale "The Dark Is Rising" dat vanavond voor het definitieve orgelpunt zorgt. "In my dreams I’m always strong" poseert Donahue aandoenlijk, en van orchestrale pracht gaat het naar chaos, stilte, en een slotakkoord dat klinkt alsof er in Dinant een rotsblok uiteindelijk helemaal naar beneden is gestort. Even vrezen we voor de fundamenten van de AB.

"I’m alive she cried, but I don’t know what it means", zong Donahue in "Opus 40", maar dat weet Mercury Rev natuurlijk wel. Na jaren chaos, zoeken naar een muzikale taal en die uiteindelijk ook vinden, zich daarin vastrijden met The Secret Migration en er weer uitbreken, staan de groepsleden op het podium met de dankbaarheid van de overlevers; alle zintuigen tot het uiterste op scherp gesteld om niets van het leven te missen. "My senses are on fire" herhaalt de frontman onophoudelijk zijn mantra in de uitzinnige afsluiter van vanavond. En afgezien van een lichte doofheid, geldt dat voor ons na afloop ook. Mercury Rev was héél indrukwekkend.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + twintig =