Fleet Foxes, 20 november 2008, AB

De vijf mannen van Fleet Foxes lijken niet alleen op Jezus, ze zijn het ook een beetje. Althans voor het publiek in een al maanden uitverkochte AB dat opmerkelijk devoot aan hun voeten lag.

Mocht Obama recentelijk niet de show gestolen hebben, dan hadden Robin Pecknold en de zijnen wel zijn plaats ingenomen als Messias van het Nieuwe Amerika. Meest geliefde groep op het Internet, een debuutalbum en een EP waarvoor de recensies vaak even barok waren als de muziek zelf: 2008 is ongetwijfeld het jaar van Fleet Foxes. Enkele maanden na een kleinschalig optreden in de Rotonde van de Botanique bleek de grote zaal van de AB al te klein te zijn.
“Indrukwekkend doch intimiderend,” getuigt frontman Pecknold bescheiden.

Oprechte bescheidenheid blijkt tekenend voor dit optreden. Hoewel al vanaf de eerste noot duidelijk is hoe intens en muzikaal complex hun pastorale hymnen zijn, nooit verliest de groep zich in gesticulerende acrobatieën. De grootsheid — onmiddellijk gedemonstreerd door het ononderbroken trio “Sun Giant”, “Sun It Rises” en “Drops In The River” — is te danken aan het perfecte samenspel, het spelplezier en die machtige, kenmerkende samenzang. Single “White Winter Hymnal” is daar een perfect voorbeeld van, net als op plaat naadloos gevolgd door een stuwende versie van “Ragged Wood”. “Your Protector” — op plaat een van de zeldzame zwakkere momenten — rijst live als een monument uit het zand.

Is het op dat moment al moeilijk ademhalen van zoveel schoonheid, dan lijkt onze voorraad zuurstof al helemaal uitgeput wanneer Pecknold solo “Oliver James” een muisstille zaal instuurt. Zijn stem is grootser en majestueuzer dan op plaat, wat ondenkbaar leek.

Dat hij dit nummer vooraf laat gaan door een adembenemende versie van Judee Sills “Crayon Angel” wijst op de liefde van Fleet Foxes voor singer-songwriters uit de jaren ’70. In de bissen zal Pecknold — zonder geluidsversterking — met “Katie Cruel” nog een indrukwekkende ode brengen aan Karen Dalton, ook zo’n te vroeg gestorven zangeres uit die periode, en afsluiten met een traditionele kinderliedje “The False Knight On The Road”, ooit bekend geworden door Steeleye Span of Maddy Prior.

Tussen de solo-momenten van de bandleider door demonstreert de groep zijn vakkundigheid met meer dan overtuigende versies van “Quiet Houses”, “Blue Ridge Mountains” of de ingetogen beschouwing over de dood van “Tiger Mountain Peasant Song”.
“Mykonos” wordt ook live iets groter dan jezelf, koud en warm, in een nummer ingekleurd door bruggetjes, ritme-en toonaardenwissels met als hoogtepunt “Brother, you don’t need to turn me away / I was waiting today at the ancient gate” in perfecte a capella-harmonieën.

Dat ze bovendien nog het juiste evenwicht vinden tussen muzikale ernst, overgave en moppen tappen met het publiek, maakt Fleet Foxes zo’n groep waarin wij rust en tevredenheid kunnen vinden. Op geen enkel moment gedacht aan cowboys of kampvuren, trouwens. U?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 − drie =