Yuko :: For Times When Ears Are Sore

Wanneer een band voor een specifiek afgelijnd subgenre kiest, loeren de vergelijkingen met grondleggers en vaandeldragers van die muziekstijl om de hoek. De kans dat de nieuwe groep het moet afleggen tegen de grootmeesters is reëel, oprechte en eerlijke kritieken worden haast onmogelijk.

Het is met andere woorden eenvoudig en voor de hand liggend om het Brussel/Gentse Yuko af te schilderen als een Vlaamse indietronica-band die de boot gemist heeft door ruimschoots vijf jaar te laat te debuteren met een plaatje dat elders al eerder en beter het genre bepaald en gedefinieerd heeft. Maar ook al is die kritiek niet onterecht, het is net zo goed een gemakkelijkheidoplossing. Ze ontneemt band en plaat immers elke kans op een eerlijke beluistering.

Want al legt de band zichzelf duidelijk te slapen in een bed van zachte indietronica, toch weet hij net zo goed aanverwante stijlen in zijn muziek te incorporeren en op die manier toch nog min of meer een eigen smoel te verkrijgen. Zo manoeuvreert Yuko in "There’s A Light" netjes tussen indietronica en pop en krijgt de titeltrack een banjo mee die het nummer laat turen over een americana-landschap zonder het te betreden.

Op "Hurry, Back To The Meal Mobile" neigt de band voorzichtig naar een vroege Radiohead en weet hij treffend een dreigend-melancholische sfeer te schetsen. De jazzy drum van Karen Williems past uitstekend bij de song en laat nogmaals horen welke aanwinst deze muzikante voor de band is. Paradoxaal genoeg wordt dat nog eens extra onderstreept door het schabouwelijk klinkende "No One Here To Hug" dat ongeïnspireerd aan de slag gaat met een goedkope drumcomputer.

Ook "No Trees Up Here" is het onthouden niet waard. De band wil van te veel walletjes eten en prutst richtingloos met postrock, speelgoedklankjes en wilde drumslagen. Op geen enkel moment lijkt Yuko te weten waar het eigenlijk heen wil met het nummer, met een aaneenrijging van onaardige ideetjes tot gevolg.

"Nurse The Child Within Me" hengelt dan weer zo overduidelijk naar een plaatsje op Knuffelrock voor gevoelige indiekids dat het aan zijn eigen suikerspingehalte ten onder gaat. Te veel zoetigheid is, zoals elke tandarts weet, nergens goed voor. "I Don’t Know What I Want, But I Do Know It Won’t Come From You" trekt net zo goed de "melancholische/gekwetste zielen"-kaart maar weet ditmaal wel uitstekend alle meligheid te ontwijken zonder aan droefheid in te boeten.

Al met al zijn de valse noten op dit debuut op minder dan één hand te tellen, want zowel het instrumentale "Feuchttücher" als het opgewekt rockende "A Room For Two" zijn niet gespeend van enige charme. Net zo goed weten ook "Don’t Drag Dogs Into Bed, They Carry Diseases" (inclusief goed geplaatste postrock-uitbarsting) en "She Tought She Could Make Us Come" de aandacht bij te les te houden, zelfs al zitten er enkele herhalingen in.

For Times When Ears Are Sore is een duidelijke indietronica-plaat: enerzijds lijdt ze aan alle euvels van het genre door te braaf, te rustig, te voorspelbaar te klinken. Anderzijds is het een treffende en prachtige verzoening van rock, pop en electro die behoedzaam het oor en hart van de luisteraar binnensluipt en daar voor zichzelf een gezellig nest bouwt. Het verdict voor Yuko is heel eenvoudig: op een tweetal overbodige tracks na, heeft de band een uitstekende indietronicaplaat gemaakt waarin de eerste contouren van een eigen gezicht zich voorzichtig aftekenen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − 13 =