Iceland Airwaves 08 :: Wat spannend is komt uit het Noorden

Op vier dagen honderdvijftig bands zien: het lijkt onbegonnen werk, maar someone had to make a selection of it. Nu het stof van het Iceland Airwaves-festival is gaan liggen en de jetlag is verwerkt, brengt Einar T. Huksted u zijn verslag van wat reilt en zeilt in de meest noordelijke regionen van Europa.

Iceland Airwaves, dat dit jaar zijn tiende verjaardag vierde, heeft zich geleidelijk ontwikkeld tot een van de belangrijkste showcasefestivals in Europa. Rolling Stone noemt het onomwonden “het meest vernieuwende evenement in haar soort sinds CMJ”, wat wellicht verklaart waarom ruim tachtig procent van de bezoekers uit het buitenland afkomstig zijn. Airwaves lokt niet alleen muziekfans en -journalisten uit heel Europa, maar ook uit Canada, de VS, Latijns-Amerika en Japan. De internationale populariteit van IJslandse artiesten zoals Björk, Sigur Rós, múm, GusGus, Mugison, Seabear en Jóhann Jóhannsson is daar uiteraard niet vreemd aan.

De hoge activiteitsgraad en het opmerkelijke niveau van de muziekscène op een onherbergzame plek net onder de noordpoolcirkel blijft tot de verbeelding spreken, vooral omdat IJsland slechts 300.000 inwoners telt. De winters zijn er bar, lang en donker, maar jonge muzikanten maken van die periode dankbaar gebruik om hun werk te perfectioneren en worden daarbij gesteund door plaatselijke indielabels zoals 12-Tónar, Kimi en het door de ex-leden van The Sugarcubes opgerichte en gefinancierde Smekkleysa. De financiële crisis in IJsland heeft er helaas voor gezorgd dat deze bedrijfjes het voorbije jaar hun activiteiten drastisch terug dienden te schroeven, zodat meer en meer groepen hun cd’s noodgedwongen in eigen beheer moesten uitbrengen. Maar dan nog ligt het aantal IJslandse bands met een internationaal platencontract aanzienlijk hoger dan in België. En dat heeft zeker niet uitsluitend met het hippe, ietwat exotische imago van het eiland te maken.

Wie Iceland Airwaves jaarlijks bezoekt, weet dat er in dit land van geisers, lavavelden en vulkanen ook ontstellend banale muziek wordt gemaakt. Over de vele uniform klinkende punk-, hardcore- en metalcombo’s zullen we het hier gemakshalve dus niet hebben. Wat wél opvalt is dat lokale artiesten, bij ontstentenis van een georganiseerde muziekindustrie, vooral musiceren om zichzelf te plezieren en dus niet geneigd zijn zich te conformeren aan radioformats of de smaak van het grote publiek. IJslanders zijn een volk van individualisten en dwarsliggers. Aangezien in een kleine gemeenschap iedereen iedereen kent, haalt niemand het er zich in het hoofd een ander te imiteren: authenticiteit is voor iedere IJslander een absolute must.

Ook dit jaar bundelde Iceland Airwaves tussen 15 en 19 oktober weer zo’n 150 optredens, gespreid over vier avonden en zeven podia op loopafstand van elkaar in de binnenstad van Reykjavik. Doordat het festival de jongste jaren flink is gegroeid, wordt het steeds moeilijker om uit dat enorme aanbod je eigen programma samen te stellen. Om de haverklap van het ene zaaltje naar het andere snellen is er niet meer bij, want vanaf tien of elf uur vormen zich voor de ingang van iedere club lange wachtrijen. Bezoekers doen er tegenwoordig dan ook beter aan te kiezen voor de bar of het zaaltje met het aantrekkelijkste programma en er de hele avond te blijven. Zo krijgen ze tenminste nog íets te zien. Gelukkig is er sinds vorig jaar ook een omvangrijk off-venue-programma ontstaan. Het voordeel daarvan is dat je artiesten die je ‘s avonds hebt gemist vaak overdag gratis aan het werk kunt zien in een café, boekhandel of platenwinkel. Zowel beginnende artiesten als gevestigde waarden nemen aan die in-store shows deel, zodat je rustig kunt gewagen van een festival in een festival.

Zo was Lay Low, de countryblueszangeres die van haar schitterende debuut-cd Please Don’t Hate Me in IJsland alleen al 9000 stuks verkocht en het intussen zelfs tot op de soundtrack van de Amerikaanse tv-serie Grey’s Anatomy heeft geschopt, alomtegenwoordig om haar nieuwe plaat Farewell Good Night’s Sleep voor te stellen. Ook Benni Hemm Hemm, een singer-songwriter wiens werk bij ons wordt uitgebracht door het Berlijnse Morr Music en die zich laat begeleiden door een uitgebreide blazerssectie, en het veelkoppige, barokke Hjaltalín leken overal tegelijk op te duiken. De hedendaagse klassieke componist en pianist Ólafur Arnalds was een jaar geleden nog een illustere onbekende, maar samen met zijn strijkkwartet toerde hij inmiddels met Sigur Rós en triomfeerde hij in Londen in een uitverkochte Barbican. Zijn concert in Nasa, zeg maar het Reykjavikse equivalent van onze AB, kon dit jaar dan ook op enorm veel belangstelling rekenen. Ook in Europa en de VS raakt het publiek steeds massaler in de ban van elegische, met onderhuidse elektronica gelardeerde platen als Eulogy for Evolution en Variations of Static.

Nieuwe namen waar in IJsland momenteel iedereen de mond van vol heeft, zijn Retro Stefson en FM Belfast. De eerste maakt even warmbloedige als veerkrachtige pop waarvoor hij zich van verscheidene talen bedient (Spaans, Engels, IJslands), de tweede serveert catchy elektropop, afwisselend gedragen door een mannen- en een vrouwenstem. Opvallend is dat FM Belfast op zijn debuut-cd How to Make Friends ook waagt aan een slow-motionversie van Technotronics “Pump Up the Jam”. De cd die, naast de jongste Emiliana Torrini, dezer dagen de etalage van zowat iedere IJslandse platenzaak domineert is Karkari van Mammút, een dwarse, rammelende popband die uitsluitend in zijn moedertaal zingt.

De erfenis van The Sugarcubes wordt tegenwoordig uitgedragen door Hellvar: een potig kwartet-met-drummachine dat de hoogdagen van de new wave in de herinnering roept en een zangeres in de gelederen telt die, qua stemtimbre, enigszins aan de jonge Björk doet denken. De cd Bat Out of Hellvar is echter veel meer dan een anachronisme en ook de open repetitie die we van de groep meemaakten in de kantoren van het Kimi-label klonk zeer overtuigend.

Rökkuró, een piepjong vijftal dat vorig jaar een beloftevolle maar nog wat immature debuut-cd uitbracht, is live sindsdien enorm gegroeid. Met een cellospelende zangeres, een accordeonist en enkele multi-instrumentalisten in de rangen speelde de groep rijke, dromerige liedjes waarin we het ijle karakter en de speelsheid van múm en Amiina herkenden, maar evenzeer een zekere hang naar folk. De Japanners zijn al overtuigd, want onder de titel Children of Nature komt Rökkuró’s visitekaartje eerstdaags uit in het land van de rijzende zon.

De labelnacht van Bedroom Community had, met uitstekende optredens van Valgeir Sigurdsson, Ben Frost en Sam Amidon, weinig in petto dat we nog niet op een Belgisch podium hadden kunnen bewonderen. Uitzondering was de gelegenheidsalliantie van laptoptovenaar Kippi Kanínus met drie dames van Amiina. Bliepende elektronica versmolt organisch met een akoestisch instrumentarium. Het resultaat gaf aan dat er beslist toekomst in de samenwerking zit. Nog een stuk abstracter klonk de elektronisch gestuurde musique concrète van Klive, een geestesgenoot van Aphex Twin die dankzij de tussenkomst van een zangeres ook enige emotie in zijn soundscapes wist te stoppen.

Heel andere koek, maar daarom niet minder overtuigend, was Esja, de nieuwe groep van Daniel Águst (bekend van GusGus, waar hij inmiddels opnieuw deel van uitmaakt) en Krúmmi Björgvins, frontman van het metalcoregezelschap Mínus. Samen met nog drie medeplichtigen serveerden ze hun eigen variant op southern rock. Dit leidde tot puike, doorvoelde songs met een uitgesproken seventies-vibe, die liefhebbers van Kings of Leon en zelfs Queens of the Stone Age tot goedkeurend gemompel wisten te bewegen. Wie voorstander is van een tikje onstuimigere muziek, kon dan weer terecht bij punkbands als Slugs, waarin Sindri, de zoon van Björk, het mooie weer maakte, of bij de geschifte wildebrassen van Reykjavík!, die hun nieuwe cd The Blood zowaar in schuurpapier hadden verpakt. En dan hebben we het nog niet eens over de échte revelaties gehad, maar daarvoor verwijzen we u naar het lijstje naast dit artikel.

Iceland Airwaves bracht overigens niet uitsluitend IJslandse muziek. De organisatoren hebben ook oog voor wat elders op de planeet gebeurt en brachten al groepen zoals de Klaxons, Architecture in Helsinki, Clap Your Hands Say Yeah en The Bravery naar hun festival, lang voor ze bij ons platen uit hadden. Dit jaar ging het aanbod van de Noorse pianiste en liedjesschrijfster Therese Aune (haar eigenzinnige versie van Aqua’s “Barbie Girl” was ronduit memorabel) en de Zweedse El Perro del Mar, tot het Britse Fuck Buttons, Amerikaanse bands als The Dirty Projectors en The Mae Shi, de gevoelige Duitse troubadour Finn (die volgend jaar bij PIAS een cd uitbrengt) en delikatessen uit Canada zoals Handsome Furs of het onvolprezen Miracle Fortress. Iceland Airwaves geeft dus niet alleen een boost aan de plaatselijke muziekscène, het is tegelijk een venster op de wereld. Hopelijk weet dit evenement, dat het zonder overheidssteun moet stellen en enkel gesponsord wordt door de luchtvaartmaatschappij Icelandair, zich dus ook de komende jaren nog te handhaven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht + negen =