O’Death :: Broken Hymns, Limbs And Skin

Elke naam heeft een betekenis en wil iets uitdrukken, maar soms neemt het toeval wel een heel vreemd loopje en valt het moeilijk om het wrange ervan niet te onderkennen. Zo werd O’Death in november vorig jaar op een tragische wijze met de eigen groepsnaam geconfronteerd toen de verloofde van drummer David Rogers-Berry plots overleed aan een aneurysma.

Geen wonder dat Broken Hymns, Limbs And Skin aan haar opgedragen is, al kan de plaat bezwaarlijk als een rouwplaat opgevat worden. Daarvoor is ze net als Head Home immers opnieuw te hoekig en chaotisch. Daarenboven heeft deze plaat een vitaliteit en punch die de vorige plaat niet had. In retrospectief kan hier uiteraard een ode aan het leven ondanks de vergankelijkheid in gelezen worden, maar de band wou in de eerste plaats de kracht van zijn live-optredens op plaat vastleggen.

Niet minder dan drie jaar duurde het eer O’Death voldoende songs had voor een nieuwe plaat, en dat maakt de oogst op Broken Hymns, Limbs And Skin uiteindelijk mager. Net als op Head Home tapt deze plaat immers ondanks alle goede bedoelingen toch te veel uit hetzelfde vaatje. De charme van het debuut lag in zijn ongepolijstheid en rurale klanken, waardoor zelfs de mindere nummers op de plaat nog wisten te bekoren. Alleen kan die onbevangen dronkemanstoets niet meerdere albums volgehouden worden, waardoor een aantal nummers ditmaal hoorbaar(der) onder de minimumgrens gaan.

De mix van country, bluegrass, hardcore en punk blijft O’Deaths grootste sterkte en zwakte. De agressie en opgefoktheid die de drum van onder meer de hardcore ontleent, gaan uitstekend samen met de countryviool en banjo maar bestrijken ook een beperkt gamma. Dat de groep mede dankzij de snerpende stem van Greg Jamie en de jankende viool van Bob Pycior een heel specifiek geluid heeft, kan niet ontkend worden. Alleen durft O’Death dat niet los te laten.

En dus klinken nummers als “Legs To Sin”, “On An Aching Sea”, “Ratscars” en “A Light That Does Not Dim” alsof ze allemaal in hetzelfde bed geslapen hebben. Elk op zich heeft zijn charmes, alleen variëren ze te veel op eenzelfde geluid en thema om langer dan drie nummers boeiend te blijven. Nochtans weet de groep hoe een opgefokte gothic country-track behoort te klinken: “Grey Sun” rammelt, kraakt en piept maar nodigt net zo goed uit tot een ritmisch meebrullen van het refrein (“Hang the hardship baby, we go to sleep and then we die”).

Ook “Vacant Moan” mag er zeker wezen door in pure countrystijl de luisteraar tot een hillbilly-slamdance te verleiden. De opbouw van “Home” is zelfs intrigerend te noemen, terwijl de zachte aanpak van “Leininger” niet minder dan verfrissend is. Tot eenzelfde orde behoren eveneens “Fire On Peshtigo” en “Low Tide”: nummers die de beperkingen die O’Death zichzelf oplegt, wel weten te overstijgen. Alleen is het niet voldoende. Per slot van rekening is het veelzeggend dat zelfs een trager nummer als “Mountain Shifts” sterk op de andere songs lijkt, louter door zijn klankenpalet en opbouw.

Ondanks het lange opnameproces en het werk dat er naar verluidt ingekropen is, klinkt Broken Hymns, Limbs And Skin niet zoveel anders dan Head Home. Dat maakt van deze opvolger niet noodzakelijk een slechte plaat, maar het legt wel een hypotheek op O’Death. Zo de groep een ruimer publiek wil bereiken, doet hij er goed aan om niet noodzakelijk zijn geluid, maar toch minimaal de songvariatie grondig uit te breiden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − tien =