The Uglysuit :: The Uglysuit

Verzamelde schoonheid, mooi verdeeld over negen parels van liedjes. The Uglysuit heeft voor zijn debuut flink zijn best gedaan en levert een plaat af om te koesteren. Folkmelodiën verweven zich met zinderende gitaren en prachtige harmonieën tot een geheel dat onaards mooi klinkt.

Zoals The Raveonettes in 2002 met Whip It On op gedreven wijze debuteerden, zo overrompelt ook The Uglysuit de luisteraar. Dezelfde Sturm und Drang, maar met een heel andere inhoud en verpakking. Net als The Strange Death Of Liberal England vertrekt The Uglysuit vanuit folk, om de muziek vervolgens naar een heel ander niveau te tillen. Minder postrockinvloeden in dit geval, maar wel neopsychedelisch én met de nodige indiegitaren waardoor de band met zijn geluid pal in het hier en nu staat.

En al zijn er raakvlakken met The Strange Death, de muziek van The Uglysuit drijft een hele andere kant uit. Zo was Forward March! een plaat die best opgewekt begon, maar naar het einde toe langzaam de luisteraar onderdompelde in absolute duisternis. The Uglysuit maakt de omgekeerde beweging. Heel het titelloze debuut is weliswaar doordrongen van een onbestemd gevoel van melancholie, maar waar de plaat met opener "Brownblue’s Passing" eerder treurig aanvangt, sluipt haast onmerkbaar een vrolijke toets de muziek binnen. Met als gevolg dat je na het wegsterven van de laatste noten van de instrumentale afsluiter "Let It Be Known" met een voldaan gelukzalig gevoel achterblijft. Of, zoals de band zelf het treffend verwoordt: ’The overwhelming urge to withdraw from reality and make music. All day.’

Het zestal uit Oklahoma biedt met zijn negen songs namelijk zelf een mooie manier om te ontsnappen uit de realiteit, richting droomwereld naar keuze. Single "Chicago" komt in de vorm van een klassieke popsong, met typisch meezingbare refreinen, catchy melodieën en al wat de voorbije vijftig jaar in de grote trukendoos van de popmuziek beland is. Maar desondanks liggen zowel "Chicago" als de rest van de nummers op deze plaat opvallend fris in het gehoor.

Met zijn dartel ritme en dito pianomotief dient "….And We Became Sunshine" zich aan als de yang voor "A Day Another Day" van de reeds eerder aangehaalde Strange Death. Van hetzelfde laken een pak in "Anthem Of The Arctic Birds", dat zich valschermgewijs ontpopt tot een spetterend muzikaal pallet waarin plaats is voor knipogen naar Yann Tiersen. Het biedt de luisteraar een zachte landing in een deken van harmonieën en hemelse klanken.

Die aanpak typeert zowat het hele debuut van The Uglysuit. Het zestal positioneert zich hiermee redelijk buiten al wat heden ten dage hip is, maar ook dat is natuurlijk op een of andere postmoderne manier hip. Bovendien doet met het vorderen van de plaat de gitaarmuur stilaan zijn intrede in het album, al geldt ook hier weer dat de wilde uithalen alleen plaats vinden wanneer het nodig is. Er staan véél noten op The Uglysuit, maar geen enkele noot te veel.

Er is namelijk hoorbaar nagedacht over dit album. Heel het plaatje klopt immers: de volgorde van de nummers, hoe ze in elkaar lijken te passen als puzzelstukken, de atmosfeer die rond de muziek hangt en hoe die vakkundig doorleeft in de hoes. Het zijn kleine dingen en bij veel bands kloppen ze, maar zelden kloppen ze allemaal. Daarin maakt The Uglysuit het verschil. Rest alleen te concluderen dat dit een indrukwekkend debuut is dat hopelijk snel een vervolg krijgt op een podium niet te ver van de deur.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × een =