P.W. Long :: God Bless The Drunkard’s Dog

Seks en blues hebben het al lang verkorven in de wereld van de indierock. De heren en dames indierockers spenderen immers zo veel tijd in hun schmierderige, van gejammer en navelstaarderij vergeven bestaan dat overgave aan dergelijke aardse beslommeringen al een hele tijd not done is. Spijtige zaak, want artiesten als P.W. Long bewijzen dat dergelijke ingrediënten de boel enkel boeiender maken.

Ach, tuurlijk zullen de heren en dames niet nalaten op hun strepen te staan en zullen ze heftig gesticulerend op hun achterpootjes afkomen met de onontbeerlijke bluesartikelen in hun collecties. Maar het gaat doorgaans om wat flirten met vooroorlogse varianten (wat kraakt is shizzle in indieland), bands met een clown/would-be-poëet achter de micro (The Doors), groepen die de blues ondergeschikt maken aan een punkesthetiek (Jon Spencer & Co.) of artiesten die de blues herinterpreteren als verwrongen ketelmuziek (Sint Tom Waits) dan wel volledig demonteren en berocheld uitbuiten (Captain Beefheart). Maar artiesten die het spelletje rechttoe rechtaan speelden, kaliber Led Zeppelin, Butterfield Blues Band, Freddie King, Red Devils? Neen, die vind je niet terug in de talrijke van excentriciteit barstende lijstjes. Dommage!

Nochtans slagen kerels als P.W. Long, outcasts die via lange, kronkelige omwegen, via te veel ramblin’ and gamblin’, uitschuivers en verkeerde beslissingen, er vaak in om vanuit de heup de smerigste bluesriffs te laten jakkeren die meer te vertellen hebben over het rauwe, grauwe leven, inclusief vunzig beladen vertelsels, dan de oogklepjengelarij die jongeren intussen al een paar decennia voorhoudt dat directe salvos het plaatje enkel maar besmeuren. Met een sound die het midden houdt tussen Lynyrd Skynyrd, The Black Keys, Rory Gallagher en de in-your-face productie van de Fat Possum-stal, tekent Long met God Bless The Drunkard’s Dog voor een van de beste rootsreleases van de voorbije tijd.

Hier is geen sprake van een vinger aan de pols van de vernieuwing, bij het nekvel gesleurde clichés en gimmicks die van deze door de wol geverfde singer-songwriter een nieuwe held van een Nieuwe Puurheid zouden maken. De songs zijn stuk voor stuk broeierige brokken moerassigheid, zompige miniaturen over good times & bad times, foute vrouwen, lust, wanhoop en eindeloze avonden doorgebracht in een miserabele alcoholroes. En vooral, en dat is opmerkelijk, de songs vallen stuk voor stuk ook op door hun beknoptheid, hun dosering en gebrek aan franjes. Slechts een half uur hebben Long, drummer Taylor Long en enkele ingehuurde vrienden nodig om zich door dertien songs te werken. Dat nergens ook maar sprake kan zijn van luiheid of gebrek aan inspiratie is de kers op de taart.

Een gezapig tempo is hier het geliefkoosde terrein. "Jackie Lane" had iets van Paul Weller kunnen zijn als die opgegroeid was als hillbilly in Alabama in plaats van als bleekscheet in een verregend Surrey. Opwindender zijn het ranzig rockende "10 AM" en "Worst Baby", songs met vuur en ballen, die de urgentie van Rory Gallagher (in een ideale wereld de patroonheilige van de sympathieke gitaristen) een aan de punk verwante furie meegeven. Nog beter is "Crazy Tonight", een ode aan de bayou en het soort van lust barstende song dat de arenacharlatans van Kings Of Leon duidelijk niet meer willen maken. In het Engels bestaat er een mooi onvertaalbaar woord voor: swagger. Het is doordrenkt van een onbeschaamde testosteronsmurrie waarbij het gemiddelde post-whateverbandje het in de broek doet.

Obligatoire tragen als "Owed (To The Next Life)", "Nogales Rose" en het vuil voortdenderende "Shake" lijken dan wel minder boeiend, ze zijn al even geschikt om het onder invloed van te veel ongezond spul op een nachtbraken te zetten. God Bless The Drunkard’s Dog wordt op die manier een ideale metgezel voor slemppartijen die al dan niet in goed gezelschap doorgebracht worden. Long zorgde ten slotte ook voor een leuke bonus door zijn teksten op gehoor te laten vertalen door studenten en ze dan, desnoods via een paar omwegen, opnieuw naar het Engels te vertalen. De vaak hilarische resultaten verlenen een absurde dimensie met pareltjes als "Smeared loadings / A loqueteuses initializing / Knew the ice like sleep / Its windy and bitter hut / Could not know of maintenance heat" ("Saskatune").

God Bless The Drunkard’s Dog is geen magnum opus, geen bevlogen creatie die zorgt voor een intellectuele uitdaging of die ogen en nieuwe werelden opent. Het is wel een plaat van het hier en nu, direct, soulvol en vooral: echt als de kont die je voor het eerst mag vastpakken. P.W. Long is de shit en dergelijke albums kunnen er niet genoeg zijn. Denk daar maar eens aan voor u nog eens vijftien euro neertelt voor een designstuk dat u eigenlijk niet nodig heeft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + acht =