PUKKELPOP 2008 :: Sigur Rós, Main Stage, Zaterdag 16 augustus

Op een diefje is Sigur Rós plots een mega-act geworden waar je niet naast kunt kijken en daaraan hebben ze zich moeten aanpassen. Op Með suð í eyrum við spilum endalaust omhelst Sigur Rós het grote publiek en dat knuffelde zaterdag uitbundig terug. Kan ook niet anders na zo’n onbeschrijfelijk mooi concert. En toch zullen we een poging doen.

Misschien moeten we beginnen bij de sprookjesachtige inkleding van het podium. Neen, geen Within Temptionwaardige opblaasbomen of vuurbekers, wat witte ballonnen van verschillende grootte die verkleuren onder de belichting kunnen soms voldoende zijn. Zeker als daar groepsleden tussen staan in uniform, verkleed als koning, of — in het geval van strijkerssectie Amiina — in kleurige slaapkleedjes.

Muziek? We zouden ze tegenwoordig bijna als dromerig-euforisch omschrijven. Kregen we op Werchter nog een begin dat even de uitschieters van doorbraakalbum Ágaetis Byrjun aanhaalde, dan gaat het deze keer enkel en alleen over het licht dat platen als Tàkk en die nieuwe kenmerkt, zoveel is duidelijk wanneer het heerlijk etherische “Glósóli” inzet en “Hoppípolla” mag aanvullen. De hemelse blazers in dat laatste nummer zorgen al meteen voor een vroeg hoogtepunt waarbij het hart even gewichtloos in de borst voelt.

Het gaat dan ook al lang niet meer om de catharsis van (), maar om blinde euforie of de U2-aspiraties van “Vid spilum endalaust”: de eerste keer dat Sigur Rós zijn hele instrumentenarsenaal inzet voor iets dat pure pop is. Dat is dan ook de richting die het uitgaat; de dagen dat deze band postrock maakte liggen al lang achter ons. Er mag al eens wat meer bombast zijn tegenwoordig, en dat kan geen kwaad nu de groep op zo’n grote schaal moet opereren. Coldplay zullen ze gelukkig nooit worden, maar het is geinig hoe iedereen meeklapt met die vreemde single in de bijt die “Gobbledigook” is.

Vreugde ook wanneer dat nummer besloten wordt met confettifonteinen en er voor de bis dan toch eens in het verleden wordt gedoken. Met hamerende mokerslagen werkt “Popplagið” van het duistere () zich naar het einde: dan toch een soort van orgelpunt, al trekken de hamerende drumslagen ons al lang niet meer de diepte in. Daarvoor zijn we na dit concert veel te gelukkig.

Meer nog dan op Werchter eerder dit jaar, was Sigur Rós vandaag dan ook onwerelds goed. Hierna past eigenlijk alleen nog feestelijk vuurwerk. Dat komt er voorlopig niet, maar wij hielden onze Pukkelpop voor gezien, zelfs al stond M83 nog op het lijstje. Het gebeurt maar zelden, maar soms is een concert zo definitief dat er niets meer na past. Dit was er zo één.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + vijftien =