Zero Child :: Play Loud N Fuzzy

De tergend trage rock-‘n-roll van Bob Urh & The Bare Bones heeft een hoog niveau, maar zal naar alle waarschijnlijkheid wel nooit een breed publiek bereiken. Misschien is dat wel de reden waarom Bob Urh er nog een andere groep op nahoudt: met Zero Child kiest hij voor no-nonsense rock-‘n-roll, waarbij vals gestemde gitaren voor een overdosis lawaai mogen zorgen.

Ofschoon Zero Child letterlijk een stuk harder rockt dan Bob Urh & The Bare Bones, mag men toch niet verwachten dat zijn muziek voor niet-ingewijden veel gemakkelijker verteerbaarder is. Play Loud N Fuzzy heeft immers het noise- en lofigehalte van een vroege Dinosaur Jr-plaat en bovendien is Urh niet de enige zanger. Drummer Albert Caiati en bassiste Tara McMun kwelen eveneens mee wanneer het hen even uitkomt, en dat maakt van Zero Child een wel heel vuil boeltje ongeregeld.

Dat smerigheid in de rock-‘n-roll echter geen zonde, maar een deugd is, is hoe Zero Child zijn muziek rechtvaardigt: punkattitude is een constante en daar laat het combo met het yuppie bespottende “Suckcess” van bij het begin geen twijfels over bestaan. “Lizard Love” is op zijn beurt een liefdesnummer, maar wel à la Zero Child, wat erop neerkomt dat Urh er zijn hand niet voor omdraait om op het ritme van zijn muziek te kreunen in plaats van te zingen.

Deze nummers rocken, maar tonen eveneens dat onder ruwe oppervlakken vaak de mooiste edelstenen verscholen zitten. Neem nu “Alone”: wie het nummer goed beluistert, merkt er een preek van occultist Urh in op, maar dat belet niet om er luchtgitaar op te spelen. Zero Child mag dan nog wel niet zo eigenzinnig klinken als Urhs hoogstpersoonlijke groep; Urhs eigenzinnige hand is wél voelbaar, wat Zero Child een extra randje geeft.

Dat randje voel je tot in de kleinste details. Neem nu bijvoorbeeld “Chicken Bones”, waarin bassiste McMun haar lach zelfs niet kan inhouden: dat het hier om een ongelukje zou gaan, lijkt hoogst onwaarschijnlijk wanneer je merkt hoe goed zo’n schijnbaar onbeig detail bij het ruige lofigehalte van het plaatje past. Het maakt duidelijk dat Play Loud N Fuzzy een heel stuk minder chaotisch is dan de piepende gitaren aanvankelijk laten uitschijnen, en dat het een hele kunst is om een gulden middenweg te vinden tussen beluisterbare rock-‘n-roll en lawaai dat net niet gaat storen.

Dat Zero Child dat evenwicht in maar liefst twaalf nummers met evenveel vakmanschap kan blijven tentoonspreiden, kan alleen maar betekenen dat de groep heel goed bezig is. Het maakt van Play Loud N Fuzzy in ieder geval een uiterst genietbare garageplaat waar iedere liefhebber van het genre — en zelfs liefhebbers van Dinosaur Jr en Hüsker Dü — een lekkere kluif aan kunnen hebben. Of het grote publiek ooit nog eens pap zal lusten van Zero Childs garagepunk, blijft natuurlijk maar de vraag, maar dat zal het publiek dat hiervoor weggelegd is uiteraard worst wezen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × vier =