The Incredible Hulk




‘It’s not easy being green’, en dat geldt niet alleen
voor Kermit en Mieke Vogels. Vijf jaar geleden ondernam regisseur
Ang Lee een moedige, maar uiteindelijk fout ingeschatte poging om
van ‘Hulk’ de
eerste ‘serieuze’ comic book-verfilming te maken. De actie werd op
een relatief laag pitje gehouden en Bruce Banner mocht vooral
knokken met een joekel van een oedipuscomplex en andere
psychologisch geladen zwellingen die Ang Lee maar niet kwijt kon in
zijn vorige werk. Het eindresultaat was een fataal dubbeltje op
zijn kant: te dwaas voor de ernstige filmliefhebber, te saai voor
de dertienjarigen die niet genoeg ‘smash’ kregen van hun groen
Jerommeke. De film werd gekraakt door de critici, het publiek
reageerde lauw en onverschillig. Vijf jaar later lijkt de kater bij
Marvel verwerkt te zijn en krijgt het ongelooflijk Hulkske een
herkansing. Om zeker te zijn dat de reboot niet al te
brainy en arty farty zou worden, werd Lee
vervangen door actieman Louis Leterrier en mocht er ook een nieuwe
cast aantreden om elke nare herinnering aan het groene fiasco te
vermijden. Goeie acteur en moeilijke mens Edward Norton –
behoorlijk misnoegd over het eindproduct – trekt de paarse
onderbroek aan, bambikopje Liv Tyler neemt de fakkel over van onze
favoriete milf Jennifer Connelly en de immer coole Sam Elliot moet
plaats maken voor de zelden coole William Hurt. Het goede nieuws:
‘The Incredible Hulk’ is al bij al – met een half oog dichtgeknepen
– aangenamer popcornvertier dan het van schizofrenie en Nick
Nolte-achtige kwallen geplaagde ‘Hulk’. Het slechte
nieuws: dat aangename vertier telt alleen als je jonger bent dan
dertien of als je door één of andere gammastraling op die mentale
leeftijd bent blijven hangen.

Een in de Braziliaanse favelas ondergedoken Bruce Banner (Edward
Norton in schriele vorm) probeert nog altijd een medicijn te vinden
voor zijn ‘groen probleem’. Hij houdt zijn woede-uitbarstingen
onder controle en voorlopig blijft de boze, groene loebas alleen
maar diep vanbinnen sluimeren. Jammer. Wanneer het Amerikaanse
leger en generaal Ross (William Hurt) Banner weten te lokaliseren,
slaat de gammabestraalde wetenschapper noodgedwongen op de vlucht.
Zowel gedreven door een mogelijke genezing en de heimwee naar zijn
ex-liefje Betty (Liv Tyler), keert Bruce terug naar Amerika. De
zaken slaan fluorgroen – en een beetje misvormd bruin – uit wanneer
generaal Ross beroep doet op Blonsky (Tim Roth), een
badass militair (geboren in Rusland, opgegroeid in
Engeland, oooh) die er alles voor over heeft om een
robbertje te vechten met The Incredible Hulk…

‘Geen tijd te verliezen’, hoor je Louis Leterrier denken terwijl
hij met een flitsend gemonteerde begingeneriek de hele
Hulk-voorgeschiedenis laat voorbijsjezen. ‘The Incredible Hulk’
begint aan een verschroeiend hoog tempo en ontplooit zich tijdens
het eerste half uur als een energievol Jason Bourne-avontuur met
Edward Norton als opgejaagd wild van dienst. ‘The Incredible Hulk’
heeft duidelijk minder pretentie dan zijn voorganger, en Leterrier
beperkt zijn ambities dan ook tot het brengen van een vlot
marcherend actiefilmpje dat zich uitsluitend richt tot de rabiate
fans en het niet al te veeleisende doelpubliek. Personages krijgen
weinig diepgang (Bruce wil genezen, that is all, folks),
de toon is zomers luchtig (grappig moment: Bruce die forfait moet
geven in bed omdat het inner Hulkje opgewonden raakt) en de
thematiek wordt teruggeschroefd tot een eenvoudige ‘Beauty and the
Beast’-romance. Op een oerconventioneel en voorspelbaar niveau
wérkt ‘The Incredible Hulk’ dus wel, het is alleen jammer dat je na
een klein uur een beetje uitgekeken bent op deze
fastfoodblockbuster.

Normaal zou het gebrek aan verhaal en boeiende personages (in
vergelijking met de flamboyante en onelinerspuiende Tony Stark is
Bruce Banner een fameuze seut) perfect gecounterd kunnen worden met
een stevige oplawaai smash-actie. En daar wringt het uitgerekte
schoentje misschien nog het meest van al: die actie is nu ook niet
zo fantastisch. Louis Leterrier, nochtans een krak in het
bricoleren van over-de-topactie in ‘The Transporter 2’, heeft
ocharme twee setpieces en half om zich mee te amuseren en lijkt
zich bovendien niet volledig op zijn gemak te voelen met zijn uit
groene pixels opgetrokken antiheld. Het leger versus Hulk op de
universiteit is by the numbers, de schimmige introductie
in de fabriek is slordig en de grote climax laat dan wel de
langverwachte adrenaline stromen, het blijft een uit de hand
gelopen computerspelletje.

In die zo-zo actiescènes wordt trouwens een tweede Achilleshiel
blootgelegd: de Hulk zelf. Het is niet dat de effecten slecht zijn
(we krijgen een iets ruwere en gestriemde Hulk dan de afgeborstelde
van Ang Lee), het is gewoon heel moeilijk om mee te leven met een
CGI-figuur die weinig meer doet dan brullen, meppen en springen. Er
is nauwelijks of geen emotionele betrokkenheid en ze mogen die
zielige oogjes nog zo nadrukkelijk laten glinsteren, het blijft
fake en zielloos. Al een geluk dat hij tijdens zijn finale
confrontatie met Abomination (Hulks bruine nemesis) een
politiewagen in twee scheurt om de brokken vervolgens te gebruiken
als bokshandschoenen. Awesome zou Michael Bay
zeggen…

Een kleurloze Edward Norton doet wat hij kan met het materiaal
(waar hij tevergeefs aan sleutelde), maar mist de ironische
ingesteldheid (gratis te verkrijgen bij Robert Downey Jr.) om de
nonsens met een knipoog te verkopen. Met een miscaste Liv Tyler is
het al wat onfortuinlijker gesteld en ook William Hurt lijkt vooral
geïnteresseerd te zijn in het riante loonbriefje dat aan het
project vasthing. Enkel Tim Roth lijkt er wat zin in te hebben om
het eens breed en campy te laten hangen (zie hem Hulk uitdagen en
giechel in het vuistje), maar krijgt nauwelijks de ruimte of de
sappige oneliners om zijn ding te doen. Het zou een te riskante zet
geweest zijn, veronderstel ik.

Niet de half interessante mislukking die ‘Hulk’ was, maar gewoon
een veilige, routineuze special effects-zomerblockbuster waarbij
het brein twee uur op sluimerstand mag staan. ‘The Incredible Hulk’
is entertainende nonsens zonder écht spectaculair te worden en is
net niet debiel genoeg om irritant te worden. Ik keek ernaar, zat
mild geamuseerd te gapen en vertrok schouderophalend terug naar
huis om de dagen af te tellen naar de komst van ‘The Dark
Knight’.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × een =