Penelope





Regie : Mark Palansky
Scenario : Lesly
Caveny
101
min. /
GB-VS
/2006

Na ‘Enchanted’, de Amy
Adams one-woman-show over een Disneyprinsesje dat via een
rioolputje in hartje New York aanbelandt, danst ook ‘Penelope’ op
de koord tussen sprookjeswereld en werkelijkheid. In het universum
waar dit schattige Miss Piggy-verhaaltje zich afspeelt, gaan
datingbureaus, verborgen camera’s en opdringerige paparazzi
gezellig hand in hand met traditionele sprookjeselementen zoals een
puisterige heks, een genadeloze vloek en een opgesloten prinsesje
dat eenzaam op haar met klimop omkrulde schommel heen en weer
wiegt. Een klassiek sprookje waarvan het stof afgeklopt is en de
koets de juiste pimp my ride onderging om er fris en
fabuleus uit te zien? We dromen van niets anders! Voor een lange en
gelukkige filmervaring liep er alleen iets danig fout bij de
make-over die het scenario kreeg. Die nose job ging alvast
de mist in.

De meeste sprookjes eindigen waar dit verhaal begint: bij het
varkentje met zijn lange snuit. Christina Ricci (in ons hart nog
altijd Wednesday Addams) speelt Penelope, de dochter van een
welgesteld gezin waarover een vloek heerst: in plaats van met
normale neusgaten werd Penelope geboren met een vlezig
varkensneusje en dito biggetjesroze oortjes. Uit schaamte en om hun
kind te beschermen voor de pers, sluiten haar ouders haar op in hun
immens woonhuis. Al jaren leeft ze moederziel alleen in haar
kamertje, vergezeld van haar eigen fantasiewereld. De vloek kan
enkel opgeheven worden wanneer ‘iemand van haar eigen soort’ haar
leert graag zien voor wie ze is. Bijgevolg trommelt haar moeder
(Catherine O’Hara) al jaren rijkeluiszoontjes van heinde en verre
op, in de hoop dat er ooit eentje door haar maffe uiterlijk heen
zal kijken en de knieval zal wagen. De jongemannen springen echter
stuk voor stuk krijsend het raam uit wanneer Penelope haar
varkenssnoetje durft tonen. Tot Max (James McAvoy) langskomt. Hij
loopt niet weg en kan het zelfs erg goed met Penelope vinden.
Wanneer ons zwijnenmeisje echter ontdekt dat haar prins gestuurd
werd door de louche journalist Lemon (Peter Dinklage), die kost wat
kost haar kop op de voorpagina van de tabloids wil zien prijken,
loopt Penelope weg van huis. Haar snuit verstopt onder haar
meterslange sjaal, sluit ze in de nieuwe wereld die voor haar is
opengegaan vriendschap met Annie (Reese Witherspoon), een
praatzieke stoere motorchick en probeert ze er het beste van te
maken. Maar die sexy Max kan ze toch niet uit haar preskopje
zetten.

Eerst het beste nieuws: de ooh’s en aaahs die uit je mond zullen
komen rollen. Het production design van de debuutfilm van Mark
Palansky is namelijk vertederend mooi. Het onbestaande, moderne
universum lijkt een kruising tussen Londen en New York (iedereen
spreekt met een verschillend accent), geprikt aan het spinnenwiel
van Doornroosje. Een kleurrijke ‘Big Fish’-achtige wereld
vol krullende en wiegende bomen en vreemde verschijningen. De
speelse fantasie-elementen zijn vooral terug te vinden in
Penelope’s kamer, een soort sprookjesbos gedoopt in warme
herfstkleuren en volgestouwd met maffe curiosa, zoals ‘Belle en het
Beest’ roosjes onder stolpen en aan de muur geprikte
vlindersoorten. Moderne elementen (de one way mirror)
worden moeiteloos gecombineerd met echte old
school
-details, zoals de oude telefoons met glimmende ronde
hoorns van nog niet zo heel lang geleden. Ook de acteurs zijn tot
in de puntjes gestyled. James McAvoy straalt slordige charme uit
als anti-prins en Christina Ricci fleurt als een bloem in haar
kleurige Kaat Tilley-gewaden en groene hakjes. Haar oink-neus is
allesbehalve angstaanjagend. (Waren de K3-biggetjes uit de musical
eng? Ik dacht het niet). Ze ziet er helemaal niet als een
monsterlijke freak of een ‘Sara’ uit, wat de film in opzet
natuurlijk een beetje aan geloofwaardigheid doet inboeten. Geen
enkele man zou weglopen bij het zien van zo’n lekker stukje
marsepeinroos biggetje.

De twee centrale personages hebben ook een donker kantje
meegekregen, zoals dat bij échte sprookjes hoort: Penelope is niet
echt gelukkig, draagt een zekere tristesse en eenzaamheid
met zich mee en ook Max is niet vrij van zorgen: hij is
gokverslaafd en nog geen klein beetje. Helaas hebben de
intrigerende personages maar weinig om handen in het warrige
scenario dat een veel te dunne rode draad moet verdoezelen. James
McAvoy’s personage straalt veel uit, maar heeft uiteindelijk de
diepgang van een platgereden egel. Ook bij Christina Ricci gaat
mysterie verscholen achter haar grote bruine ogen en
kuiltjesglimlach, maar ik geloof niet dat ze zelf maar één
interessante zin te zeggen krijgt. Penelope rebelleert niet, ze
verwijt haar moeder zelfs niet dat mama lief eigenlijk meer om
uiterlijkheden geeft dan om haar eigen ‘lelijk’ kind. Ze fungeert
dan ook meer als een buikspreekpop van haar moeders levenswijsheden
en een sprekende klok die haar lesje ‘aanvaard jezelf zoals je
bent’ flink vanbuiten heeft geleerd. Nee, Christina Ricci kon zich
duidelijk niet volledig laten gaan in een rol die nochtans op haar
lijf geschreven is. Penelope wordt nooit een écht tastbaar
personage dat je kan koesteren. Heeft de opgesloten opvoeding van
haar overbeschermende ouders een onzeker (en verhaaltechnisch
oninteressant) deesje van haar gemaakt? Vast wel, maar wanneer ze
dan eindelijk vanonder moeders vleugels raakt, leren we haar échte
ik evenmin kennen.

Dan begint het verhaal pas echt het noorden te verliezen en
loopt het even doelloos als Penelope door de straten van het
postmoderne landje te struinen op zoek naar de climax waar alle
eindjes zullen samengeknoopt worden, die nooit komt (wat een flauwe
kus, awoert!). De film lijdt eigenlijk aan een even grote
identiteitscrisis als ‘Penelope’ zelf. Het weinig creatieve
scenario valt iets te vaak terug op de gekende romantische
komedie-formule – het kluwen van de identiteitsverwarring dient
ontrafeld te worden, maar mist de sprankeling van bij de inleiding
(de guitige uiteenzetting over het ontstaan van de vloek) én een
grote scheut humor. Peter Dinklage als Lemon geeft hier en daar wat
prikkeling met een scheve smoel, Reese Witherspoon zet een amusant
karakter neer (hoewel haar grootste rol in de film toch die van
producer blijkt te zijn) en Catherine O’Hara’s hysterische buien
zijn vermoeiend, repetitief en zelden lollig te noemen. De
sporadische grappen vervliegen als herfstblaadjes in de wind;
vallen vlak voor ze de kijker bereiken in duigen. Vreemde wendingen
in het lome scenario die ervoor zorgen dat wel nooit echt gewenteld
raken in een sprookje waar we nochtans heel graag in zouden willen
verdwalen.

‘Penelope’ had een groot potentieel, maar gaat toch de mist in
met een veel te futloos script voor de ongeduldig trappelende cast.
Een sprookje met een schattig schitterende Christina Ricci, maar
zonder magie. Je knuffeldier ernaar vernoemen kan nog net.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 14 =