Sex and the City :: The Movie





Eerlijk, het angstzweet stond me even in de bilspleet toen ik de
zaal – zeg maar stomende oestrogeenpoel – van ‘Sex and the City:
The Movie’ binnenglipte. Ze waren met veel, de uitgedoste
ladies, opgepoederde moeders, ontluikende tienergrieten,
wapperende Nicky Vanketsen en ze waren duidelijk kirrend
enthousiast over wat hen te wachten stond. Hoe kan het ook anders:
wat Indiana Jones voor de mannen is, dat moet Carrie Bradshaw voor
de vrouwen zijn. Er kan veel gezegd worden over ‘Sex and the City’,
maar één ding is zeker: de glossy sitcom over de vier
hartsvriendinnen en hun belevenissen in New York was een generatie-
en modedefiniërend fenomeen. Dat kan je van de holocaust ook
zeggen, maar laten we nog even positief blijven.

Vier jaar geleden gaven de makers er na zes succesvolle seizoenen
de brui aan, maar na volhardende verlangens van de fans en een
korte, maar productieve herinneringshype (de merriekop van Sarah
Jessica Parker was de afgelopen weken alom vertegenwoordigd op de
cover van menig meerwaardeblad) zijn Carrie, Miranda, Charlotte en
Samantha terug om de fans te belonen (nou ja) met een uitgebreide
(ze halen net niet de epische lengte van twee uur en half)
doorzakreünie. Ik was nu niet bepaald een grote bewonderaar van die
serie , maar van de sprankelende seksavonturen, gevatte dialogen en
giftige sneren naar de glockenspieldragers schiet er alleen nog
maar een oerconventioneel en braaf glamoursoapje over. Ik zou de
popelende fans kunnen aanraden om thuis te blijven en de dvdboxen
van de eerste seizoenen nog eens vanonder het stof te halen, maar
laat ons eerlijk zijn, zelfs een onverwachte Flair Shopping
tweedaagse zou de dames niet kunnen tegenhouden.

Het verhaal pikt de draad weer op vier jaar na de happy
end
voor de vier vriendinnen, die ondertussen over de kaap van
veertig gekeuveld zijn. Carrie (Sarah Jessica Parker) heeft nog
altijd haar Mr. Big (Chris Noth) aan de haak hangen en nadat Big
een prachtige penthouse heeft gekocht, lijkt het af-aan-koppel
eindelijk klaar voor de grote stap in het huwelijksbootje.
Charlotte (Kristin Davis) en Harry (Evan Handler) hebben een
dochtertje geadopteerd en genieten met volle teugen van het
huwelijksgeluk en Samantha (Kim Cattrall) is naar Hollywood verkast
met haar Hollywoodhunk (Jason Lewis met een degoutant anusje in
zijn kloeke kin). Enkel Miranda (Cynthia Nixon) heeft het ietwat
moeilijk met het jongleren van haar carrière en gezinsleven. Maar
tijdens de voorbereidingen van wat dé trouw van de eeuw moet
worden, begint het precies toch wat te nijpen bij Big, die nog
altijd worstelt met een allesverterende bindingsangst (iets wat in
dit soort films steevast wordt voorgesteld als the dark side of
the force
). Meer verklappen zou ongetwijfeld een doodzonde
zijn, maar één ding staat vast: Carrie zal zich tot het bittere
einde vastklampen aan de overprijsde Manolo’s, custom made
Louis Vuittons en ‘ikke ikke ikke’-vriendschap van haar modieuze
oestrogeenposse.

‘Sex and the City’ mag dan wel de weg naar de bioscoop gevonden
hebben, veel cinema valt er niet te beleven in deze twee uur en een
klets durende modemarathon die meer aanvoelt alsof er zes
middelmatige tot ronduit povere afleveringen van de sitcom achter
elkaar werden geplakt. Alle personages krijgen wel een eigen
verhaallijn aan hun luxueuze gat geplakt, met dat van Carrie en Big
op het voorplan, maar het is opvallend hoe bitter weinig er
eigenlijk te beleven valt in deze steeds serieuzer en
voorspelbaarder wordende coda op een ooit frisse chicksitcom. Door
de vier protagonisten bewust in een meer volwassen fase van hun
leven te steken (ze zijn ouder, wijzer en veel meer met liefde en
standvastigheid bezig dan met pikante seksavonturen) wordt het
fungehalte van ‘Sex and the City’ tot onder het vriespunt gehaald
en is de zogezegde evolutie en diepgang die ervoor in de plaats
komt, flinterdun en nietszeggend. Zo zit Samantha – met voorsprong
het sappigste personage – vastgeketend aan een relatie met een Bold
and the Beautiful-vent en heeft Charlotte (wiens gilletjes nog
altijd de bloedvaten in de oren laten barsten) absoluut niks meer
te doen, omdat haar verhaaltje al lang is afgerond. De serie zelf
was al lang niet zo clever als dat ze dacht te zijn (u moet er eens
op letten hoe vaak de personages met zichzelf lachen, in de hoop
dat het overslaat bij het publiek), maar de manier waarop alles in
deze film met een air van sérieux en zonder ook maar een greintje
ironie wordt voorgeschoteld, maakt het moeilijk om te genieten van
het übermaterialistische (ik was er oprecht van overtuigd dat
Carrie meer inzat met haar schoenkast dan met haar Big) en
narcistische universum waarin deze vrouwen rondlopen.

Ik blijf het dan ook ongelooflijk straf vinden dat zoveel vrouwen
sympathie kunnen opbrengen voor deze dames waar ze zich in meerdere
of mindere mate in herkennen, met Carrie Bradshaw op kop. Hoe kan
je nu iemand leuk vinden die na tien minuten – oh wat haat ik die
betuttelende voice-over – dingen als ‘het vinden van een perfect
appartement is als het vinden van een perfecte partner, het kan
soms jaren duren’ over de serieuze lippen kan krijgen. Het
romantische fantasietje van de uptown girls raakt
bovendien nergens verder dan een oppervlakkige fixatie met alles
dat glittert en veel geld kost. ‘Sex and the City’ steekt dan ook
zonder problemen de James Bond-franchise naar de kroon wat betreft
schaamteloze product placement. Allemaal dik gesponsorde
neveneffecten die in functie staan van een potpourri van
studiocynisme (Jennifer Hudson moet de Afro-Amerikaanse doelgroep
naar de zalen krijgen), suikerzoet sentiment (een tsunami van
levenslesjes en knuffels wacht op het einde van de lange rit) en
het pimpen van de vele luxemerknamen (gij zult een Louis
Vitton-tasje kopen!).

Bij al dat gezeik over de inhoud en het gebrek eraan zouden we
bijna vergeten dat er visueel absoluut niks van meerwaarde te
vinden is op het grote scherm. Wel integendeel, de ‘grote’ film
oogt kleiner en fletser (ondanks een compleet irrelevante trip naar
Mexico) dan de ‘kleine’ serie. De op televisieleest geschoeide
beeldvoering slaagt er trouwens zelden tot nooit in om de magie en
romantiek van shiny New York oprecht te vangen. Het
grappigste moment van de film is dan weer wél de verdienste van
Michael Patricks King subtiele gevoel voor drama. Hoor die violen
bleiten, zie de rozen in slowmotion naar beneden dwarrelen en
probeer zeker niet in de lach te schieten met de Shakespeariaanse
dramatiek die King uit een sleutelscène wringt. Niet veel later
vraagt Sarah Jessica Parker zich net-niet-retorisch af of ze ooit
nog zal kunnen lachen. She is definitely ready for her
close-up, Mr. DeMille…

Ik veronderstel dat de fans door de herinneringen, flarden van
herkenbaarheid en onvoorwaardelijke liefde voor de personages
zonder problemen door de veel te lang aanslepende film zullen
struinen, zolang ze maar toegeven dat er van die stoute
sex en oogverblindende city niet veel meer
overblijft. Voor al de anderen is ‘Sex and the City Redux’ het
ergste wat een romantische komedie kan teweegbrengen: een
versterking van het zwavelzuurbestendig cynisme. Snel mijn ‘I
survived Sex and the City: The Movie’-shirt afhalen en aan een
Audrey Hepburn-marathon beginnen, ik heb het nodig.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × vier =