The Nits :: Doing The Dishes

Poetsmuziek bestaat al jaren. Donna Summeriaanse disco, de soundtrack van Reservoir Dogs of de dichtstbijzijnde eightiespopcompilatie: laat ze schallen tijdens het schrobben en alles gaat dubbel zo snel. Dankzij de Nederlandse Nits is er nu ook afwasmuziek: ook vrolijk, maar subtieler. Zoals alles bij Hofstede & Co.

We wilden het graag even uitstellen, maar het lukt niet: we moéten ons enthousiasme uitschreeuwen over het absolute hoogtepunt van de plaat (en misschien wel van het hele oeuvre van The Nits): in "The Flowers" wandelt een vrouw met een boeketje bloemen naar het graf van een jonge soldaat. Je volgt haar voetsporen in de sneeuw, kijkt over haar schouder mee neer op de koude steen en amper 40 seconden ver in de song moet je de krop in je keel al verbijten: "And it hurts / it hurts".

"The Flowers" is eigenlijk twee songs in één: op de voorgrond zingt frontman Henk Hofstede de prachtige melodie met gesloten ogen en rauwe knik in de stem, op de achtergrond speelt Nits-oudgediende Robert Jan Stips een prachtige pianopartij, kristalhelder, ijzingwekkend mooi. Dit is een song die je op repeat op repeat op repeat zet. En intussen blijft die verdomde afwas natuurlijk staan. Dàt kan de bedoeling toch niet zijn?

Nog meer oorlogsleed in de epiloog van "The Flowers": "In Dutch Fields" is een bewerking van het oorlogsgedicht "In Flanders Fields" van John McCrae uit 1915. We zijn honderd jaar verder, maar wijzer zijn we er niet op geworden, zo luidt de trieste conclusie. Het nummer zelf lijkt opgenomen in de kast van de studio, een typische hidden track, al staat het nummer hier gewoon tussen de andere liedjes. Op een plaat van The Nits kan dat allemaal.

Over naar "Yesterday", de eerste echte song om vrolijk fluitend de vaat bij te doen. Toch een beetje opletten, want het schoon servies zou wel eens kunnen sneuvelen bij zoveel onvervalst plezier: "Crime doesn’t pay / but it is funny!". Het nummer zelf eindigt trouwens ook in scherven.

De toon van Doing The Dishes is (op "The Flowers" na dus) overwegend licht te noemen. Licht en veelzijdig: "Mr. Sunlight" is een Tim Finn-nummer op een Crowded House-plaat (mooi, hitgevoelig en toch een beetje dwars), "The Great Caruso" is goed gezongen Dylan, in "I’m a Fly" komt Zappa nadrukkelijk om de hoek loeren, terwijl "No Man’s Land" vooral vintage Nits is. Toch doet die caleidoscoop aan stijlen nergens afbreuk aan het plaatgevoel: het bewijst — voor de negentiende keer in ruim dertig jaar nu al — dat The Nits een eclectische jukebox is, eerder een kwaliteitslabel dan een groep.

Opvallend: er wordt honderduit genamedropped (alleen al in het openingsnummer: Elvis, Elena Ceaucescu en Louis Quatorze) en er valt onhollands veel sneeuw in de liedjes. De teksten doen trouwens vaak als vertaald Nederlands aan, maar precies dàt maakt ze zo charmant en herkenbaar.

En ja, natuurlijk beschikken we tegenwoordig allemaal over een vaatwasser. Toch is Doing The Dishes wel degelijk afwasmuziek: uitermate geschikt om het vervelende gerammel van die machine te overstemmen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × twee =