Moriarty :: Gee Whiz, But This Is A Lonesome Town

Sir A.C. Doyle was op een bepaald moment zijn beroemde personage Sherlock Holmes zo beu dat hij besloot er korte metten mee te maken. Enter Moriarty, een wiskundig genie en meestercrimineel die samen met Holmes de dood tegemoet zou vallen. Opgeruimd staat netjes. Alleen overleefde Holmes onder druk van de lezers zijn val en kreeg met Moriarty het idee van de supercrimineel voorgoed vorm.

Het Franse Moriarty streeft ondanks zijn naam geen heerschappij na, maar wil vooral de wereld charmeren met zijn tijdloze muziek. Tijdloos, omdat de groep zweert bij muziekklanken uit het interbellum met een stevige Amerikaanse countryinslag. Meer dan een contrabas, twee gitaren, een harmonica en occasionele drum heeft de groep niet nodig om zichzelf terug te flitsen naar volgepakte saloons vol dronken cowboys, vals spelende pokerfanaten en vrouwen van lichte zeden.

Zeven dagen, ruimschoots genoeg tijd voor God om het universum te creëren en dus ook voor de groep om het debuut Gee Whiz, But This Is A Lonesome Town in te blikken. De songs zijn verstoken van elke onnodige opsmuk en willen vooral charmeren, amuseren en entertainen. Hier worden geen vergezochte songstructuren, ingewikkelde melodielijnen of vreemd klinkende nummers geserveerd, maar haast naïeve songs die weliswaar geen kampvuurgevoel oproepen (godzijdank), maar toch een positief groepsgebeuren uitademen.

Het klinkt soms allemaal wat te veel hetzelfde, niet in het minst omdat zangeres Rosemary nu eenmaal een opvallend hoge stem heeft en met de nodige theatraliteit zingt. Nochtans bewijzen zij en de groep dat het ook wat minder opvallend kan in de "verborgen" bonustrack die na enkele minuten stilte volgt op het laatste nummer ("Jayland (Song For Beryl))". De productie is bewust lo-fi gehouden en dat komt de groep en het nummer ten goede. Het klinkt nog meer dan de andere nummers als een vergeten pareltje uit de jaren dertig.

Harry Smith’s Anthology Of American Folk Music is maar een van de vele invloeden en referenties. Joan Baez is een andere, net zoals de wat in de vergetelheid geraakte G. Love & The Special Sauce. Zo is er het bluesy "Fireday" dat handig gebruikt maakt van een lome bas en drum terwijl de gitaren en vooral de harmonica hier en daar naar voren treden om de song te ondersteunen. Diezelfde harmonica duikt ook op in "Cottonflower" en verruilt de blues hier voor zijn countryvariant.

Die countrytoets komt nog duidelijker tot uiting in "Private Lilly" en "Jimmy", twee songs die enerzijds diep in het zuiden geworteld zijn, maar anderzijds ook goed geluisterd hebben naar rondtrekkende cabaretgezelschappen. In "Animals Can’t Laugh"mag het allemaal wat surreëler en ongestructureerder, terwijl "Oshoko Bend" een Spaans toefje toevoegt. Niet dat het zoveel verschil maakt in het totaalgeluid, maar het kruidt de songs wel.

Moriarty klinkt op Gee Whiz, But This Is A Lonesome Town in de eerste plaats als een rondtrekkende muziekgroep uit de jaren dertig, voor wie het Amerikaanse hinterland het voornaamste en belangrijkste publiek uitmaakt. En dus worden blues en country gekoppeld aan vaudeville en cabaret tot een komiektragisch geheel. Een grootse plaat is het niet, maar "zeventig jaar na datum" entertaint het nog steeds.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × drie =