Jens Lekman, 29 februari 2008, Trix

Of hij zijn tragikomische teksten nu onderdompelt in een warm bad van samples die uit de playlist van de Antwerpse seniorenradio Minerva geplukt lijken, of zijn songs helemaal uitkleedt tot een schamel gitaarmotiefje: live charmeert en ontwapent Jens Lekman zo mogelijk nog meer dan op plaat.

“I get so nervous when people are silent. I spent a long period in my life not talking to anyone and it didn’t get me anywhere, so please, I like it when people talk during my shows”, grijnst de vanavond praatgrage Lekman de paar honderd toeschouwers al vroeg in de set breed toe. Maar dat publiek luistert vooral een dik uur lang naar Lekmans songs: ze laten zich beluisteren als anekdotische, geniaal vertelde verhaaltjes — geen wonder dat de muzikale inkleuring ervan zo vaak durft te veranderen. En lijntjes waarbinnen hij moet blijven kleuren, kent Lekman niet.

Zo begint hij de set solo op gitaar met “I’m Leaving You Because I Don’t Love You” en bewijst zo nogmaals dat hij met zijn stem alleen al een hele plaat kan vullen zonder een seconde te vervelen, al is de laatste plaat Night Falls Over Kortedala muzikaal veruit de drukste totnogtoe. Halfweg het nummer komen de vier dames van zijn band dan ook als elfjes uit het bos van Lothlórien op het podium gezwermd, waarna de violiste en ronduit verrukkelijke celliste “The Opposite of Hallelujah” inzetten. Het enige andere mannelijke bandlid dat instaat voor de samples, steekt dan ook maar definitief van wal: hij vlamt er midden in de song een snuif “Give Me Just A Little More Time” van The Chairmen of the Board tussen. Onberispelijk en onweerstaanbaar: vijf minuten ver en Lekman heeft iedereen het universum van zijn platen binnengetrokken.

Er wordt voornamelijk uit Kortedala geplukt. En hoe. Een van de kippenvelmomenten (“kippenvel” is niet toevallig het enige Nederlandstalige woord dat hij beweert te kennen) is “Your Arms Around Me”, een song als de mooist denkbare en meest verleidelijke glimlach. Viool en cello klinken alsof ze gordijnen openen en zo nog meer schoonheid in de song openbaren, terwijl Lekman met de ogen dicht luistert. Voor en tijdens het uitmuntende “A Postcard To Nina” vertelt hij het volledige verhaal (over hoe hij het vriendje van een lesbische vriendin speelt op bezoek bij haar ouders) op een geweldig droge manier, waarbij hij klinkt als het engeltje op de schouder van Wim Helsen.

Het doet deugd toch een nummer uit het fantastische, maar voorts helaas links gelaten When I Said I Wanted To Be Your Dog te horen. Al hebben we met “You Are The Light” absoluut geen klagen: opgepakt op een betoging, gebruikt hij vanuit de cel zijn ene toegestane telefoontje om een nummer aan te vragen op de radio voor zijn aanbeden vlam. Het zal hem niks opleveren behalve een heerlijke song die live even vlekkeloos klinkt.

Verder worden ook de oudere songs “Black Cab” en vooral het prachtige “Maple Leaves” het publiek in gestrooid als snoepjes uit een stoet waar je geen einde aan wilt zien komen: weer bepalen de violiste en de celliste (die de songs vaak meezingt als zijn het sussende liedjes voor haar instrument) vooral de cadans, terwijl de bassiste alles met toch wel onrustwekkend grote ogen rustig gadeslaat. Tot in het slotnummer “Sipping On The Sweet Nectar” iedereen zijn instrument even laat voor wat het is en met gespreide armen zwevend over het podium danst: zelfs een ziel van gewapend beton zou van minder week worden. Lekman komt met zijn balsem voor ziel en oren met alles weg.

Na een uurtje vat de band de bisrondes aan met “A Sweet Summer’s Night On Hammer Hill” en het fabuleus aanstekelijke “Friday Night At The Drive-In Bingo”, waarbij het mannelijke bandlid danspasjes placeert als ware hij een pop van de Thunderbirds. Lekman komt nadien nog twee keer terug, luid toegejuicht en mompelend dat hij een “sincerely good feeling heeft” vanavond, al dreigden kleine technische mankementjes aanvankelijk een domper op zijn humeur te zetten. Solo op gitaar bewijst hij met “Pocketful Of Money” en “Julie” eens te meer dat hij zonder al die fijne tierlantijntjes zo mogelijk nog sterker en overtuigender is.

We zouden die intiemere Lekman dan ook gerust terug wat meer willen zien. Net als Lekman tout court, want elk kleedje waarin hij zijn schoonheden van songs stopt — van slaapkleedje tot pakweg strooien rok– zit hen als gegoten. En aan zo’n kleurrijke garderobe kun je je nooit genoeg vergapen.

Meer foto's van donderdag in de AB Club op wannabes.be 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 4 =