Death Sentence




Charles Bronson grijnst tevreden, daar in die bruine kroeg op
het groezeligste hoekje van het hiernamaals. Jodie Foster is nog
maar net bekomen van haar vigilante-avonturen in ‘The
Brave One’ of Kevin ‘laat de hespenrol alsjeblieft zitten’ Bacon
staat al vol ongeduld te wachten om de donkere vleugeltjes van de
wraakengel aan te trekken in ‘Death Sentence’. Happy
camper
James Wan wentelt zich na het bedenken van ‘Saw’ meer dan ooit in
het post-9/11-pessimisme en vindt passend materiaal bij schrijver
Brian Garfield, auteur van de exploitatieve cultfilm ‘Death Wish’.
Maar in plaats van een ironische of satirische maatschappijvisie te
injecteren in wat grotendeels zal gezien worden als een moreel
verwerpelijk actiefilmpje, draait het uit op een goedkope B-film
waarin Kevin zijn meest doorleefde lijkbiddersgezicht opzet terwijl
hij de ledematen vanonder het hardnekkige krapuul wegschiet.
Charles had ‘m ongetwijfeld graag bezig gezien.

Kevin Bacon speelt Nick Hume, een saaie verzekeringsagent (waar
zitten die coole verzekeringsagenten eigenlijk?) en brave
familieman, gezegend met een schat van een vrouw (Kelly ‘mevrouw
John Travolta’ Preston) en twee zonen. Nicks wereld stort in elkaar
wanneer zijn oudste zoon het slachtoffer wordt van een brutale
bendemoord aan een verlaten tankstation. Nick krijgt de kans om één
van de moordende loeders de gevangenis in te draaien (voor maximum
een jaartje of drie), maar trekt zich terug zodat de moordenaar van
zijn zoon vrijuit gaat. Het systeem is toch corrupt en Nick beslist
om het recht in eigen handen te nemen door de bastard sons
hoogst persoonlijk af te maken. Voor hij het goed en wel beseft,
raakt Nick verwikkeld in een spiraal van bloederig geweld, moreel
verderf en demonisch getrimde ringbaardjes.

Laten we de dooddoener maar eerst uit de weg werken. ‘Death
Sentence’ is een ranzig actiefilmpje dat ergens wel geweld wil
aanklagen, maar het dan toch liever doet met de verheerlijking van
grafisch bloedvergieten, banale stereotypen en gebrek aan logica
dan met nuancering, geloofwaardigheid of intelligentie. Als het
niet hypocriet of moreel onverantwoord is (ik weet dat zoiets
ongelooflijk seutig klinkt), dan is het wel melig of geforceerd in
deze ‘Death Sentence’, de derde poging van James Wan om zich na
‘Saw’ en ‘Dead
Silence’ (binnenkort op het onderste rek van de
straight-to-dvd-crap) te bewijzen als regisseur. Niet dat de weinig
subtiele hypocrisie het grootste struikelblok is – een ongegeneerd
actiefilmpje mag altijd wel een beetje vettig, rauw en met een
onfris geurtje komen (oh, wat kijk ik uit naar de nieuwe Rambo).
Het is de overbodige en compleet belachelijke plot, gelardeerd met
ridicule wendingen (voor een verzekeringsagent kan Kevin verduiveld
goed knokken en knallen) en de pogingen om effectief een
meerwaardeboodschap tussen het vuile schiet- en slachtwerk te
moffelen dat ‘Death Sentence’ de das omdoet. Eigenlijk verschilt
‘Death Sentence’ bitter weinig van de vele wraakfilmpjes die VT4 zo
graag programmeerde vooraleer ze daar CSI en consoorten ontdekten.
Alleen dat Kevin Bacon nog iet of wat kan acteren. Iets wat van
Marc Dacascos, Steven Seagal of Chuck Norris niet gezegd kan
worden.

Het begint nochtans min of meer verdienstelijk. De vrees dat
James Wan de visuele en auditieve kakofonie van de ‘Saw’-franchise nog eens
zou overdoen wordt gedeeltelijk ontkracht door een sobere, grauwe
en groezelige filmstijl die zowaar een onbehaaglijke sfeer weet op
te wekken. Het verhaaltje wordt kig ingeleid met een
homevideomontage (klefjes maar eigenlijk ook een beetje sadistisch
onheilspellend), maar Kevin Bacon kruipt overtuigend in de huid van
de archetypische family man die zo gelukkig is dat er wel
iets moet verkeerd lopen. Op de oversentimentele en belachelijk
overgesimplifieerde momenten na (laat die tenen krullen tijdens de
scènes met Kevin en zijn jongste zoon), ontplooit ‘Death Sentence’
zich op een voorspelbare en conventionele maar nog altijd
aanvaarbare manier.

Het wordt nog iets beter wanneer de brutale katalysator Kevin
Bacon transformeert van saaie huisvader naar rouwende zombie op
zoek naar gerechtigheid. Check die ongemakkelijke mix van wanhoop,
walging en voldoening in zijn ogen wanneer hij zijn eerste moord
begaat. Dit is geen victorie krijsende Rambo, maar een vent die
beseft dat hij iets heel fout heeft gedaan en eigenlijk niet goed
weet hoe hij er zich bij moet voelen. Bacons intense vertolking en
herkenbare emoties doen je bijna even vergeten dat je naar een
standaard wraakfilm van dertien in een dozijn zit te kijken. En
wanneer regisseur Wan niet veel later ook indruk maakt met een
zenuwslopende en vernuftig ineengestoken tracking shot die
Bacon laat lopen, klimmen en springen voor zijn leven in een
parkeergarage, zit je zelfs heel eventjes op het puntje van je
stoel met een kloppend hart in de keel. Jammer dat het na dat
hoogtepunt finaal scheef loopt. De sympathie en
vergevingsgezindheid kan ook maar zoveel aan, moet je weten.

Waar ‘Death Sentence’ zich tijdens de eerste helft nog nét
drijvende kon houden in een poel van bullshit, zakt het in het
tweede deel onherroepelijk weg in een maagomkerende brij van
repetitief geweld dat steeds nihilistischer lijkt, terwijl de
sowieso al veel te magere plot volledig de pedalen verliest. Bacons
ingetogen menselijkheid maakt plaats voor iets wat lijkt op een
pastiche van Travis Bickle, de bleitende (emo)rockdeuntjes beginnen
steeds meer op de heupen te werken (op de duur zit je gewoon te
wachten tot Linkin Park of Evanescence begint te spelen) en wanneer
een amusante maar cartooneske John Goodman even passeert als een
geflipte wapenhandelaar, wordt ‘Death Sentence’ gewoon te
belachelijk voor woorden. Had de film nu een zweem van ironie,
zelfrelativering en zwarte humor gehad, dan zou je er bijna mee
beginnen lachen, maar die Wan méént het allemaal net iets te
serieus. En zo tuimelt ‘Death Sentence’ van het ene dieptepunt naar
het andere: de flikken helpen de wraakplot aardig vooruit door
compleet onbekwaam aan de zijlijn te blijven trappelen, Wan begint
steeds meer te prutsen met visuele opschepperij die vooral koppijn
induceert en wat een ontnuchterende anti-loutering had moeten zijn,
eindigt teleurstellend vlak en inspiratieloos. Alsof de makers al
lang niet meer wisten waar ze precies mee bezig waren.

Het had iets kunnen worden, mocht het allemaal niet zo snel in
de derivatieve banaliteit afdalen. De dubieuze mentaliteit smaakte
al wat zuurtjes, maar het is de te nadrukkelijke en consequent
volgehouden serieuze toon die ‘Death Sentence’ onthoudt van het
label guilty pleasure. Een gouden tip voor wie toch zo
graag zijn portie wraak wil: ‘Payback’ met Mel Gibson opzoeken.
Even hard en rauw, maar overgoten met een heerlijk zwart sausje en
opgediend met een vette knipoog. Zelfs Charles zijn spleetoogjes
zouden er van beginnen fonkelen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + 2 =