Seasick Steve & The Black Box Revelation :: AB :: 21 januari 2008

“Hey hey, my my, rock-’n-roll will never die.” Zelden zijn de profetische woorden van Neil Young beter van toepassing geweest dan om deze machtige double bill van maandag te omschrijven.

Dat Jan Paternoster en Dries Van Dijck, de twee snuiters van The Black Box Revelation, samen meer rock-’n-roll in hun tienerlichaam hebben dan alle Regi’s, Mika’s en Lenny’s samen, wisten we al na hun voortreffelijke debuutplaat Set Your Head On Fire. Dat ze de nodige kloten aan hun lijf hebben om ook live probleemloos overeind blijven, zelfs in de grote AB, bewezen ze gisteren met verve. Een klein half uurtje slechts duurde hun speeltijd, maar de kunde en de gretigheid die ze daarin tentoonspreidden, deed snakken naar verduiveld veel meer. “Never Alone/Always Together” schurkte zich vervaarlijk dicht tegen de vroege Stones aan, de verslavende, aan alle kanten rammelende hit “I Think I Like You” kreeg moeiteloos een hoop vingers in de lucht, en “Gravity Blues” is ook live een heerlijke lap rioolrock die het beste van T-Rex, The Stooges en The Kinks vermengt. The Black Box Revelation gooide er nog een smerig “Set Your Head On Fire” achteraan, en weg waren ze. Moeder had hen allicht opgedragen voor het donker thuis te zijn.

Hoewel opgegroeid on the road bewees Seasick Steve (half mens, half baard) daarna toch boordevol fatsoen te zitten. Nadat hij het podium was opgesjokt, schudde hij beleefd handjes met alle fans op de eerste rijen. Het was een gepaste aanhef van wat een hoogst interactief en intiem optreden zou worden.

Seasick Steve is meer dan zomaar een bluesmuzikant. Hij noemt zichzelf meer een song, story and dance man en of dat gisteren duidelijk werd. Tussen de nummers door vertelde hij namelijk honderduit over zijn trektochten op de freight trains, over hoe hij aan zijn driesnarige gitaar is geraakt (“We know about you Sherman!”) en waarom hij van thuis weg vluchtte.

Niemand beter trouwens om de geschiedenis van de blues, baarmoeder van alle muziekgenres, aan op te hangen dan Seasick Steve. Met de jaren die The Black Box Revelation nu pas op de teller heeft, had hij de deur thuis (ergens in de Delta) al definitief achter zich dicht gemept, en zwierf hij op zoek naar avonturen het hele land rond. Intussen speelde hij op straathoeken en geïmproviseerde podia de kaas op zijn brood bijeen, verkocht hij onderweg zijn ziel aan de duivel, en raakte hij bevriend met blueslegenden als John Lee Hooker en Lightnin’ Hopkins. Grote naambekendheid kreeg hij echter nooit, tot hij werd opgepikt door Jon Spencer en vorig jaar plotsklaps wereldwijde faam verwierf door een hoogst opmerkelijk optreden bij Jools Holland.

Zijn ruwe, hongerige stijl van spelen sloeg in als een bom en “all of the sudden he was the cat’s miaow”. Seasick Steve is dan ook behoorlijk uniek: als een bezetene ramt hij wild boogiende bluesakkoorden uit zijn driesnarige gitaar en stampt hij naar lieve lust op een omgekeerde kist, The Mississippi Drum Machine. Een oude, getatoeëerde Amerikaan in salopet, alleen op het podium van de AB, met een stem om Roland tegen te zeggen en een primitieve bluesstijl die klinkt als een kruising tussen stamvader Robert Johnson en recente bluesrockers als The Black Keys. Geef toe: in tijden waarin sportpaleizen vollopen voor vervelende wittemensenimitaties van de blues, is Seasick Steve op zijn minst opmerkelijk te noemen.

Alle songs (“It’s All Good”! “Thunderbird”! “The Jungle”! ”Hobo Low”! “Things Go Up!”) klonken live bovendien een stuk harder, opzwepender en dus beter dan op plaat. En met zijn fijne gevoel voor humor (“We’ve got a problem here. I want some booze!”) en zijn magische talent om verhalen beklijvend te vertellen, pakte Seasick Steve in geen tijd het enthousiaste publiek in.

Markant moment: Steve die een bevallige jonge deerne uit het publiek haalt, jong genoeg om opa tegen hem te moeten zeggen, en haar prompt een fijnbesnaarde love song serveert. Tien jaar geleden werd hiervoor ongetwijfeld een witte mars georganiseerd, gisteren was het gewoon typerend voor de ongedwongen sfeer. Als afsluiter volgde nog een voorspelbaar, maar daarom niet minder spetterend “Dog House Boogie”, het nummer waarmee hij goed een jaar geleden Jools Holland en de rest van muziekminnend Europa van zijn stoel blies.

Zowel op als voor het podium (hippe twintigers vermengden zich zonder mokken met buikige rockers op leeftijd) werd het gisteren duidelijk: op rock-’n-roll staat geen leeftijd!

The Black Box Revelation speelt op 31 januari in de Gentse Charlatan en doet daarna alle jeugdhuizen en muziekclubs van het land aan. U weet waar naartoe de komende weken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien + zestien =