Two Gallants :: 17 november 2007, Botanique

Hoe meer leden een band telt, hoe moeilijker het wordt om magie op te wekken. Bij Two Gallants is de magie van het duo het epicentrum van de liveshows. Op behoorlijk indrukwekkende wijze banen Adam Stephens en Tyson Vogel zich een weg door hun set.

Eerst is er echter het zeskoppige Blitzen Trapper. Met het kersverse Wild Mountain Nation onder de arm, werd het hoog tijd dat deze band in onze contreien neerstreek voor een concert. Met zijn stevig rockende set met een rootsy inslag is de band uitermate geplaatst om de zaal op te warmen voor Two Gallants. De aan de swamprock van Creedence Clearwater Revival en Crazy Horse refererende songs maken de afdaling naar het universum van Two Gallants immers minder bruusk en vormen het ideale bindmiddel tussen de realiteit en het universum dat gecreëerd wordt in de muziek.

Hoewel het gezelschap hier zowaar minder avontuurlijk klinkt dan op plaat, ontgaat het de Orangerie niet dat Blitzen Trapper heel wat in zijn mars heeft. “Future & Folly” heeft bijvoorbeeld hitpotentieel op dezelfde charmante manier als Grandaddys “A.M. 180” dat had, al lukt het de band niet het hele concert de aandacht vast te houden en moeten we het stellen met een zwak middenstuk. Pas bij “Devil’s A Go-Go” komt het opnieuw goed en neemt de band het publiek stevig op sleeptouw. Een hoogtepunt lijkt zich aan te kondigen, maar een doorslaande zekering herschudt de kaarten. Toch weet de groep zich staande te houden en overdondert Blitzen Trapper met een onversterkt gebracht “Country Caravan”, waarmee we er opnieuw aan herinnerd worden wat sfeervol juist betekent.

Ook Two Gallants moet het van sfeer hebben. Nog voor de set goed en wel op gang gekomen is, waan je je niet meer in een hoofdstedelijke concertzaal, maar midden in de Dust Bowl. Veel daarvan is te danken aan Adam Stephens, die gitaar speelt als was hij een onontdekte bluesgod die, gezeten op een omgekeerd sinaasappelkrat, zijn lotgenoten hartverwarmend sterkt in hun ellende. Dat hij daarenboven zingt met de overgave van de beste folkie en Tyson Vogel drumt met een bezetenheid die doorgaans alleen in metalbands opgemerkt wordt, maakt dat Two Gallants een zeldzame chemie bezit die verbluffend is.

“Long Summer Day” dient zich met zijn verhalende karakter aan als een eerste hoogtepunt en klinkt bij momenten ronduit hartverscheurend, waarmee het nummer naar een veel hoger plan getild wordt dan vermoed kon worden bij het horen van de studioversie. Ook “Seems Like Home To Me” is van die orde en grijpt recht naar de keel.

Viel de laatste plaat niet overal in goede aarde, op het podium worden de puntjes op de i gezet en laat Two Gallants horen dat, met de juiste aankleding, de songs op Two Gallants heuse pareltjes zijn. “The Hand That Held Me Down” bijvoorbeeld, is een van de sterkste nummers die het duo ooit schreef en met zijn subtiele tempowissels weet het de aandacht vast te houden als geen ander. De mondharmonica die Stephens sporadisch beroert, maakt dat Two Gallants willens nillens vergelijkingen oproept met Bob Dylan. Helemaal groots wordt het duo wanneer Vogel een akoestische gitaar omgordt en zich bij Stephens voegt om een bijna sacrale versie van “Fly Low Carrion Crow” neer te zetten.

Two Gallants mag er dan nog niet in geslaagd zijn de boel uit te verkopen, kwalitatief staan de twee jongemannen echter mijlenver voor op vele bands die voor een vol huis spelen. Toch hoeft dat geen drama te zijn. De nummers van de twee dringen zo diep binnen bij de toeschouwers dat een schaalvergroting in dit geval de nummers alleen maar aan impact zou laten inboeten. Voor een keer dus: hou het zoals het is, want het is meer dan goed.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − drie =