Two Gallants :: ”Eens proberen met mandoline en bas”

2015 is een jaar van onderweg zijn voor Two Gallants. Het duo bracht in februari We Are Undone uit, zijn vijfde langspeler, en grijpt die release aan om de songs die het sinds het begin van de eeuw bij elkaar schreef live opnieuw tot leven te brengen.

Dat bracht Two Gallants begin maart naar de Botanique, laat hen weldra halt houden op het Cactus Festival en in het najaar is er nog een stop in Het Depot voorzien.
“Beginnen aan een tournee is nooit makkelijk”, vertelt drummer Tyson Vogel. “Zeker nu we een tijdje niet getoerd hadden, was het opnieuw even wennen. Maar gaandeweg gaat het gesmeerd lopen. Het grootste deel van het verhaal van deze band is op tournee zijn. Niet toeren is eigenlijk vreemd. Al is het uiteraard fijn om na een poos op de baan weer thuis te komen.”
Adam Stephens: “Het gras is altijd groener aan de andere kant. Toeren kan hard zijn, in die zin dat het niet evident is om dan songs te schrijven. Het hangt er van af hoeveel ruimte er is.”
Vogel: “Mentale ruimte.”
Stephens: “Bovendien vind ik het makkelijker om in Amerika te toeren. Dat voelt meer als onze comfortzone.”

enola: Mooiere landschappen ook, ginds.
Vogel: “In sommige delen, ja. Zwitserland is ook mooi om in rond te rijden. Net als delen van Duitsland.”
Stephens: “En Spanje”
Vogel: “Scandinavië is ook heel fraai.”
Stephens: “Oké, er zijn ook redelijk wat mooie delen in Europa. In Brussel hebben we trouwens tijdens onze eerste tournee ook al gespeeld, als voorprogramma van The Decemberists in de Orangerie. De laatste keer was ook in de Botanique, maar dan in een tent. Ik herinner me dat het toen steenkoud was. Verder geen klachten. (lacht) Er zijn wel degelijk zalen waar we liever geen tweede keer komen. Als we zien dat onze booker ons wil laten spelen in een stad met zo’n zaal, vragen we om een andere zaal.”

enola: De aanleiding van jullie huidige muzikale trip is We Are Undone, ondertussen de vijfde plaat van Two Gallants. Gaat het er bij het maken van muziek nu anders aan toe dan in de begindagen?
Stephens:“Dat is moeilijk te zeggen. We nemen meer onze tijd om na te denken. Dat kan zowel goed als slecht zijn. Onze eerste plaat hebben we op een week opgenomen en gemixt. Dat was waarschijnlijk het moeilijkste album om te maken, zeker wat betreft het comfortniveau. De omstandigheden waren nogal awkward. Daarmee vergeleken was deze een makkie.”

enola: Hoezo?
Stephens: “De omgeving, de mensen waarmee je samenwerkt. Deze plaat hebben we opgenomen in een Stinchon Beach samen met Karl Derfler. Hij heeft het voor ons heel comfortabel gemaakt.”
Vogel: “Je moet weten dat de tijd die we in een ruimte doorbrengen een bepaalde indruk nalaat. Daarom misschien niet rechtstreeks op de muziek, maar op de aanpak. Karl is bovendien een engineer met een heel natuurlijke manier van werken, die dat weet te vatten.”

enola: Qua klank lijkt het alsof jullie sinds The Bloom And The Blight een explosieve bocht gemaakt hebben.
Stephens: “Een precisie-explosie, misschien. Ik heb altijd het gevoel gehad dat onze muziek explosief is, dat er een zekere dynamiek in onze nummers ziet en dat die de laatste tijd meer gefocust is.”
Vogel: “Hoe meer we opnemen en dus vertrouwd raken met studio’s, hoe meer die opnames vatten wat we als band doen. Onze eerste platen klinken nog wat vlak, zeker als je ze vergelijkt met hoe we toen live iets probeerden neer te zetten.”
“Toen ik jong was, voelde ik me helemaal niet op mijn gemak in een opnamestudio. Het was allemaal nieuw en overweldigend. En daar kwamen dan soms die rare omstandigheden bij.”

enola: Wat liep er dan eigenlijk fout?
Tyler: “Met wie je werkt, is heel belangrijk. Dat zat niet altijd goed bij onze eerste albums. Het waren niet noodzakelijk mensen die een gezonde, creatieve omgeving creëerden waarin we muziek konden maken. Wanneer wij iets wilden proberen, waren we haast te bang om het te vragen, louter omdat een bittere engineer wel eens slecht zou kunnen reageren. Al denk ik dat Scott Solter, die heeft meegewerkt aan What The Toll Tells, een supergetalenteerde gast is. Alleen ging hij toen door een heel moeilijke periode.”
“Wat mij betreft, hebben we al onze platen zelf geproducet, ook al was er soms een echte producer.”

enola: ‘Fools like us just don’t belong’ klinkt het op de nieuwe worp. Autobiografisch?
Stephens: “Ik denk niet dat het noodzakelijk over de band gaat. Het gaat, vermoed ik, over een nostalgische dromer die in moderne tijden vasthoudt aan dingen die nu totaal dood zijn, maar zichzelf wil overtuigen dat ze nog bestaan. Bijvoorbeeld zoals wanneer je naar Europa komt, je dat doet in de overtuiging dat in Nederland alle vrouwen klompen dragen en rondhangen in de buurt van windmolens. Dat lijkt misschien romantisch, maar het is vooral naïef en duidt op onwetendheid. Waarmee ik niet gezegd wil hebben dat je niet mag dromen.”

enola: Gelukkig. Ondanks de donkerte van het nieuwe werk, zit er ook heel wat enthousiasme in de songs.
Vogel: “Ik denk dat deze plaat het idee van overleven belichaamt. Om vooruit te gaan, moet er sprake zijn van passie, er moet elektriciteit in de lucht hangen. Zoals ik het zie, hangt er een vibe van positiviteit overheen het album, een soort van aanvaarding.”

enola: ‘There is so much I don’t know’ luidt het dan ook in het slotnummer.
Vogel: “We waren naïever toen we jonger waren. Alles was nieuw: spelen, muziek maken, opnemen, er was ook een urgentie die vandaag mogelijk wat meer verfijnd is.”

enola: Na de eerste drie platen viel er ook een zeer lange stilte, alsof de twee meest recente albums een nieuw hoofdstuk vormen.
Stephens: “We hebben na onze titelloze plaat een pauze genomen, zijn toen gestopt met spelen en hebben andere dingen gedaan. Dat vroeg wat tijd en vervolgens duurde het langer dan verwacht om The Bloom And The Blight te maken. Jammer genoeg, want we wilden toen beiden snel opnemen om de verloren tijd in te halen. Als het van ons afhangt, zouden we veel meer platen uitbrengen. Maar helaas zijn ook andere mensen betrokken bij dat beslissingsproces.”

enola: Hoe komt het dat het langer duurde dan je zelf wou?
Vogel: “Dat is iets waarover het moeilijk is om te praten: het uitbrengen van platen. Dat is immers het minst creatieve onderdeel van je hele bestaan.”
Stephens: “Het is het laatste waar wijzelf aan willen denken, want het is fucking brutal.
Vogel: “Op een album mediteer je, als het ware. We hebben We Are Undone bijvoorbeeld opgenomen en vervolgens veel tijd moeten doorbrengen zonder dat we het konden uitbrengen. En het zodoende bijna verborgen moesten houden. We hebben er zelfs over gedacht om nog een plaat op te nemen voor deze uitgebracht werd.”

enola: Dat is uiteindelijk niet gebeurd?
Stephens: “Nah.”

enola: Niet alleen het proces verandert na verloop van tijd, ook mensen doen dat ongetwijfeld. Jullie houden stug vol met twee.
Stephens: “We communiceren heel erg veel.”
Vogel: “Bovendien is er heel veel communicatie die niet verbaal is.”
“Het is trouwens niet zo dat we elkaar door en door kennen, we leren op dat vlak nog elke dag. Ook dat is een onderdeel van het band-zijn. Mensen realiseren zich dat misschien niet, maar het is vrij uniek om zo lang elkaars leven te delen. Het komt met z’n eigen revoluties, want hoe veel tijd je ook doorbrengt, geen van ons heeft dit ooit eerder gedaan. Dus ik heb eigenlijk geen fucking idee wat ik aan het vertellen ben.”
Stephens: “We vormen al zo lang samen een groep dat we best leden zouden kunnen toevoegen en we nog steeds deze band zouden zijn — als we dat om een of andere reden écht zouden willen.”
“We bekijken de dingen van song tot song. Als iets goed voelt voor een lied, dan kunnen we er iets mee. Als de gitaar en drum goed aanvoelen, wel dan hebben we een song.”
Vogel: “En dan proberen we opnieuw. Mogelijk met een mandoline.”
“Een deel van de evolutie als band komt voort uit dat je gefocust blijft terwijl je geluid verandert. Onze drum en gitaar zijn enorm geëvolueerd sinds de beginperiode. Maar als ik op de volgende repetitie eens een tuba meebreng en jij een bas, kunnen we misschien ook iets leuk doen?”
Stephens: “We zoeken onze invloeden zowat overal. Voor ons is het normaal om aan de slag te gaan met materiaal van Reverend Gary Davis (op “Heartbreakdown”, jvb). Misschien zelfs normaler dan wanneer we met iets van Bowie zouden coveren. Maar in dat oude veld van traditionals, daar voelen we ons thuis.”

enola: Waarin het storytelling-aspect vaak een cruciale rol speelt?
Stephens: “Yeah. Maar elke nummer heeft een soort van verhaal in zich. Enfin, elk nummer met lyrics toch, tot op zekere hoogte. Zelfs de simpelste popsong. Zelfs wanneer het gaat over een gebeurtenis die nog moet plaatsvinden: ‘let’s get this party started’. Al begint daar het verhaal vermoedelijk pas echt na afloop van de song.”

Two Gallants speelt op zondag 12 juli op het Cactus Festival, op 12 oktober in Het Depot en op 30 oktober in de Vooruit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 2 =