In Memoria Di Me




115 min. /
Italië / 2007

De premisse klinkt ongeveer even aantrekkelijk als een
bikinispecial van P-Magazine met Yvonne Verbeeck, maar daar gaat-ie
dan: ‘In Memoria Di Me’ is een Italiaanse film die zich volledig
afspeelt in een klooster. De personages doen de hele dag niks
anders dan bidden, door de gangen slenteren en mediteren. Ze zeggen
zo goed als niets, en wanneer ze wél iets zeggen, zijn het verheven
woorden over zelfopoffering en de onvoorwaardelijke liefde van God.
En dat alles twee uur lang. Er is nauwelijks een plot of enige
actie (in de ruime zin het woord, waarin “actie” min of meer
gelijkstaat aan “een gebeurtenis”), geen vrouwen in de cast en
slechts af en toe eens een dialoog. Klinkt als iets dat u gezien
moet hebben? Laat u vooral niet tegenhouden, maar voor alle anderen
vrees ik dat dit wel eens een immens snoozefest zou kunnen
worden.

We volgen Andrea (Christo Jivkov), een jonge man die besluit om
novice te worden in een klooster in Venetië, teneinde “een persoon”
te worden. Wat hij daar precies mee bedoelt, legt hij niet uit, en
het is waarschijnlijk ook best om daar niet naar te vragen, als je
geen uur lang naar theologische navelstaarderij wilt zitten
luisteren. In het klooster krijgt hij van Vader Overste (André
Hennicke) te horen dat hij in eerste instantie dient af te wachten
of hij wel een roeping zal krijgen, door stilletjes in een kamer te
gaan zitten en niets te doen. En dat is dan ook precies wat er
gebeurt: Andrea krijgt een kaal kamertje toegewezen (vier witte
muren, een bed en een bureau, that’s it), en daar mag hij
dan afwachten of Radio God zin heeft om uit te zenden of niet.
Contact met de andere novicen is er nauwelijks: zelfs als ze elkaar
zien tijdens etenstijd of ‘s morgens in de badkamer, wordt er geen
woord tussen hen gewisseld. De enige menselijke interactie die hij
heeft, is met Zanna (Filippo Timi), een gevoelspersoon die
dagelijks worstelt met zijn twijfels over zijn levenskeuze.

Er zit natuurlijk een inherente dramatiek verscholen in de
levensstijl van monniken: wat drijft mensen er immers toe om de
hele buitenwereld vaarwel te zeggen en, meer nog dan gewone
priesters of andere geestelijken, die op z’n minst met één been nog
in het leven staan, een leven van totale ascese te gaan leiden? Dit
gaat heel wat verder dan het voorspelbare debat rond het celibaat:
niet alleen mogen deze mannen geen seks hebben, maar àlle vormen
van lichamelijkheid, van fysiek of emotioneel genot dat je met
andere mensen kunt hebben (al was het maar eens een goed gesprek)
wordt hen ontzegd. Of beter: ze ontzeggen het zichzelf. ‘In Memoria
Di Me’ suggereert dat heel wat mensen die hiervoor kiezen, dat doen
omdat ze op zoek zijn naar een geestesrust die ze in de
buitenwereld niet kunnen vinden. En dan komen ze in het klooster
terecht en ontdekken ze dat hun emotionele en psychologische
problemen gewoon met hen zijn meegereisd – en nu hebben ze
letterlijk geen enkele afleiding meer, ze moéten er wel aan denken.
De film zit afgeladen vol met shots van de novicen die ‘s nachts
door de gangen dwalen, als spoken die geen seconde tot rust kunnen
komen, ongeacht de opgelegde stilte in het klooster. Geestesrust
laat zich niet afdwingen door de omgeving.

De film staat erg ambigu tegenover die levensstijl: enerzijds is
er het argument dat je God niet hoeft te zoeken in de zuurstofloze,
muffe lucht van een gebouw waarin niet geleefd wordt. Dat Jezus
Christus zich niet aan een kruis heeft laten nagelen opdat zijn
volgelingen daarna hun eigen leven zouden moeten annuleren. In
tegendeel, als je God een plezier wilt doen, dan neem je dat leven
en je geniet ervan, per slot van rekening heb je het van Hem
gekregen. Vanuit dat oogpunt bekeken is de zelfopoffering van de
monniken absurd – het geestelijke voorrang geven op het
lichamelijke, tot daar aan toe. Maar alléén nog rekening houden met
het geestelijke, en daarbij al de rest uitschakelen, inclusief
sociale contacten, menselijke interactie, vriendschap en gelach…
Hoe dien je daar God mee?

Maar anderzijds is er ook duidelijk veel respect voor die
levensstijl in de film terug te vinden. Regisseur en scenarist
Saverio Constanzo creëert ook personages die wel degelijk gelukkig
lijken te zijn op die manier (het einde is erg veelzeggend wat dat
betreft). Waar valt dan de grens te trekken?

Dat klinkt misschien allemaal erg boeiend, maar geloof me: dat
is het niet. Constanzo wil zijn publiek zo graag het gevoel geven
zelf deel uit te maken van het kloosterleven, dat hij ze langzaam
maar zeker in slaap sust. Geen wonder ook: hij geeft ons namelijk
niets waar we als kijkers contact mee kunnen leggen. Dramatische
ontwikkeling is er nauwelijks, interactie tussen de personages is
quasi onbestaande en dialogen idem dito. We krijgen lange scènes
waarin de acteurs tegenover elkaar staan, aanstalten maken om iets
te zeggen, maar zich dan bedenken en toch maar zwijgen. Keer op
keer lopen Andrea en co de brede gang tussen hun cellen op en neer,
zonder dat ze daar enig doel mee lijken te hebben en zonder dat ze
de film ermee vooruit helpen. Stilte overheerst het leven in het
klooster en stilte overheerst ook de prent. Tergend langzaam
kruipen de uren in het klooster voorbij, en even tergend langzaam
die twee uur in de cinema. Tegen het einde heb je wel degelijk het
gevoel dat je zelf een paar maanden in zo’n klooster hebt gezeten,
dus opdracht volbracht, maar loont het ook de moeite?

‘In Memoria Di Me’ gaat uiteindelijk over de existentiële en
religieuze crisis van enkele van de personages, zonder dat we ooit
enige toegang krijgen tot hun innerlijke leven. Want ze zeggen of
doen niets dat een reële connectie toelaat. Ze staren voor zich uit
(met of zonder tranen in hun ogen, dat maakt niet uit), ze lopen
door de gangen (er worden minstens drie marathons afgesleft door
die gang), ze bidden, ze gaan naar lessen. Hun crisis zit ergens zo
diep onderhuids weggestoken dat je er zelfs met een professionele
drilboor nog niet bij raakt. Hét grote evenement van de film is een
scène waarin een novice een briefje onder de deur van een andere
schuift (dat moment gaat dan ook gepaard met een opstoot van de
muziek waar Bernard Herrmann nog trots op zou zijn geweest).
Ondanks alle goeie bedoelingen, ondanks de zeer mooie fotografie en
ondanks de boeiende thematiek, begin je je al snel mateloos te
vervelen.

Dit is typisch zo’n film die van heel wat critici laaiend
enthousiaste recensies zal krijgen, waarna die recensenten hem
nooit van hun leven nog zullen terugzien. Dan noem ik de dingen nog
liever bij hun naam: dit is simpelweg een slaappil. Rust in
vrede.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + 3 =