Canon Blue :: Colonies

De nieuwe plaat van Radiohead zat er al een tijd aan te komen en as we speak zal de eerste consternatie over In Rainbows wel al weer oude koek zijn. De fans krijgen namelijk de baanbrekende keuze tussen een pretpakket of een cd-r. Voor wie dit postmoderne gewriemel echter helemaal niks vindt, is er ongeveer gelijktijdig het debuut van Canon Blue, het project van Daniel James uit Nashville die zijn hoogstpersoonlijke Kid A-trip gewoon op de aloude manier aanbiedt.

Zijn wij sikkeneurige complottheoretici of valt er zelfs in de hoes van dit plaatje een knipoog naar Kid A te herkennen? Het kleurenspectrum van Colonies stemt nagenoeg perfect overeen met dat van het veelbesproken elektronicadebuut van Thom en co, want ook hier roept een ijzig landschap een hermetische en onderkoelde sfeer op. De kale doch borrelend warme klanklandschappen, die zich vanaf de eerste seconde aandienen, bevestigen meteen elk vermoeden van het soort muziek dat daarbij hoort.

Canon Blue debuteert op het Deense Rumraket, Efterklangs label, en doet dat in het schone gezelschap van Grizzly Bears’ Chris Taylor, die instond voor de mixing, en Christian Vogel, elektronicapionier tout court. Kortom, goed volk om je als beginnend artiest mee te omringen en dat is er op Colonies ook terdege aan te horen. Dit is een verrassend eigenwijze debuutplaat, die ondanks zijn hoge Radiohead-verwantschap een eigen smoel en een knapzak talent verraadt en nadrukkelijk naar erkenning hengelt.

Op basis van explosieve nummers als het door een drummachine gedreven "Mother Tongue" of het ijzig melodieuze "Treehouse" is die erkenning ook niet meer dan gerechtvaardigd. Canon Blue klinkt uitgepuurd en intelligent, eigenwijs en non-conformistisch. Dwarse synths glijden als gletsjers over puntige rotsjes van minimale beats, de stem van Daniel James doet, hoe kan het ook anders, aan Thom Yorke denken en wij zién onszelf ergens dwalen onder die zwarte sterrenhemel van de cover.

Het geluid zit, met dank aan Christian Vogel, erg goed op Colonies, en nu en dan wordt het daardoor pas na enkele beluisteringen duidelijk dat niet elke song even sterk is als pakweg "Treehouse". Nummers als het al te gezapige "Pale Horse" of het theatrale "Sea Monsters" blijken bij nadere inspectie dan ook zelfs lichtjes te irriteren. Toch doorstaat het merendeel van de songs de lakmoesproef zonder veel moeite en valt er met een ijle pianoballad als "Target Practice" of met een broeierig "Rum Diary" terloops heel wat moois op te tekenen.

Op z’n best is Canon Blue wanneer de beklemming haast tastbaar wordt. Een rechtlijnige song als "Pilguin Pop" valt zodoende iets te licht uit om spannend te zijn. Ook "Odds And Ends", een onbeschaamde poging tot pop, is te voorspelbaar en klassiek om te kunnen wedijveren met een hoekiger nummer als het naar Q And Not U knipogende " Battle Hymn". In het geheel van de plaat is er evenwel geen seconde te vinden die volledig miscast is en enige wenkbrauwen aan het fronsen zet. Hopelijk kiest Canon Blue in de toekomst gewoon voor het meest onbegaanbare pad onder de sterrenhemel en laat hij de zon niet al te vaak tot in zijn universum doorpriemen.

De nummers op Colonies hadden echt bijna allemaal overschotjes van Kid A of Thom Yorkes The Eraser kunnen zijn. Canon Blue komt er hier enkel mee weg omdat wij, één, gewoonweg houden van dat onderkoelde postmoderne geluid en, twee, omdat het van enig lef en potentieel getuigt om op een debuut zulk een muzikaal spectrum op te zoeken. Uiteindelijk is deze Daniel James in zijn uppie immers niet meer dan een singer-songwriter die zich, liever dan de zoveelste Damien Rice te zijn, in de technologie verdiept om zo tot een veel fascinerender geluid te komen en een universum aanboort dat liever aan tienerharten voorbij gaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes − 6 =