4 Months, 3 Weeks and 2 Days





113 min./ Roemenië/ 2007

‘4 Months, 3 Weeks and 2 Days’ is geen kattenpis. Wie film als
een relaxatietherapie beschouwt en na een avondje cinema het liefst
gelukkiger buiten wandelt dan dat hij is binnengegaan, blijft op
politiebevel best op minimum drie kilometer afstand van ‘4/3/2’
verwijderd. Wie film vooral ziet als een snelle manier om op reis
te gaan langs andere culturen en tijden en veel wilt bijleren over
de wereld -zelfs al is dat the hard way-, mag zich dan
weer dicht tegen het grote scherm nestelen. Als tijdmachine kan
‘4/3/2’ namelijk tellen: regisseur Christian Mungiu (‘The Death of
Mister Lazarescu’) flitst ons terug naar de jaren tachtig voor een
akelig realistische onderdompeling van 2 uur in het Ceaucescuregime
in Roemenië. We schuiven als onzichtbare gast aan tafel bij twee
jonge studentes, die we van dichtbij mogen bekijken in wat
waarschijnlijk één van de pijnlijkste periodes uit hun leven is.
Naderhand blijf je de gebeurtenissen nog even met je meezeulen als
een drukkend gevoel tegen je middenrif, dat je niet zomaar kunt
kwijtspelen. Nee, de werkelijkheid is niet altijd rozengeur en
maneschijn. Soms is het bloed, zweet en een foetus op de
badkamervloer.

Gabita is zwanger en hoewel ze al vier maanden, drie weken en
twee dagen ver is, besluit ze om de baby alsnog te laten weghalen.
Alles moet in het grootste geheim gebeuren, want abortus is niet
alleen verboden, er staan zelfs zware gevangenisstraffen op, ook
voor medeplichtigen. Een dokter kan ze niet betalen, dus heeft ze
via via ‘meneer Bebe’ kunnen regelen, een habitué in de
business. Haar beste vriendin en kotgenote Otilia gaat mee
naar het hotel waar ze hebben afgesproken. Voor haar
onvoorwaardelijke steun en vriendschap betaalt Otilia echter een
hoge prijs: niet alleen blijkt de operatie een gevaarlijke en
risicovolle onderneming, maar bovendien is de aborteur die een
kennis hen had aangeraden, verre van een vriendelijke, zorgzame
engeltjesmaakster à la Vera Drake. Alles moet strikt volgens zijn
voorwaarden en regels gebeuren en in ruil voor het ‘levensgrote
risico’ dat hij neemt en ‘zijn grenzeloze naastenliefde’, –
bombastische bullshit die de gladde aal probeert te verkopen -,
eist hij geen geld voor zijn hulp. Hij wil ‘iets anders’ in ruil en
wel meteen.

Hoewel het Gabita is die de illegale abortus ondergaat, volgen
we de hele tijd Otilia. Zij voelt niet de lichamelijke pijn, maar
raakt op een brute manier wel nauw betrokken bij de morele en
fysieke chantage van de aborteur en deelt mee in de loodzware
verantwoordelijkheid van haar vriendin. De film drijft op de
onderhuidse, pulserende spanning die in Otilia woedt. Angst dat ze
geen hotelkamer zullen vinden, angst dat er iets mis zal lopen met
Gabita en angst om betrapt te worden. Een schrik die niet ongegrond
is binnen het Ceaucescuregime, dat steeds broeit op de achtergrond,
in elke handeling aanwezig is, in elke conversatie sluimerend
voelbaar. De communistische terreur van het ‘genie van de Karpaten’
en vooral de strenge controle van de geheime dienst die eruit
voorvloeide, maakte van verklikken een nationale sport. In de film
voelen we die paranoia ook: iedereen wantrouwt iedereen, iedereen
controleert iedereen en iedereen liegt en bluft.

Regisseur Mungiu combineert inhoudelijk het sociaal realisme van
een Ken Loach met een strakke, eerder afstandelijke beeldvoering.
Hij houdt nogal van een statische camera die het centrale idee van
de gebeurtenis vat. In zijn sober cameragebruik zoekt hij vooral
naar symmetrie en een mooie evenwichtige compositie. Als er links
twee personen zitten, dan zet hij er (echt letterlijk!) rechts ook
twee en zo houdt hij de actie evenredig verdeeld over het beeld.
Het verhaal wordt verteld in lange sequentieopnames, waardoor de
kijker daardoor meer dan genoeg tijd krijgt om het idee te vatten
en de personages in hun situatie te observeren. In een typerend
voorbeeld en misschien wel de scène die het best de gevoelens van
Otilia duidelijk maakt, zien we minutenlang hoe Otilia aan tafel
zit in het gezelschap van de ouders en vrienden van haar vriendje,
terwijl Gabita alleen in de hotelkamer zit. De gesprekken aan tafel
zijn levendig en toch zijn we er doof voor, zien en voelen we
alleen Otilia’s stress en zitten we samen met haar met onze
gedachten bij Gabita. Is ze wel oké? Zou het al gebeurd zijn? Zo’n
scènes zijn sterk, maar na enkele minuten heb je de boodschap
gesnapt en kiest Mungiu ervoor om de sequenties langer dan nodig
uit te spinnen, waarna de aandacht van de kijker verslapt. Mungiu’s
manier van filmen tot ‘stilistische hoogstand’ bombarderen, gaat
mij dan ook iets te ver. ‘4/3/2’ vraagt veel geduld. Uiteraard is
dit geen actiefilm – het is hem te doen om de emoties en het
spanningsveld dat er tussen de twee meisjes wordt opgebouwd én om
het eigentijds weergeven van de abortuskwestie in de betreffende
periode. Maar dan nog… Soms wil de film echt té authentiek, té
eerlijk én niet-filmisch zijn (geen achtergrondmuziek, weinig
inbreng van de regisseur, het is het verleden dat moet spreken).
Totdat je op een punt komt waarop de film eigenlijk ook een beetje
ophoudt met film te zijn en meer neigt naar een gepolijste
documentairestijl.

De prent kan gelukkig rekenen op sterke acteerprestaties van de
twee meiden (je voelt Gabita’s wanhoop tot in je kleine teen
natrillen) en ook wordt naar het einde toe het ritme aardig wat
opgedreven. ‘Thriller’ is een groot woord, maar je krijgt er zeker
en vast een ongemakkelijk gevoel van, waar je niet weg kan van
kruipen. De gebeurtenis gaat alsmaar zwaarder wegen en ook het
morele aspect valt niet meer in een hoekje van je verstand te
duwen, tot Mungiu je de grootst mogelijke confrontatie voorschotelt
met het abortusdilemma. De hele film lang brengt Mungiu alles vrij
discreet in beeld. Hij toont geen seksscènes (wat eigenlijk een
beetje tegen zijn zucht naar realisme indruist). Hij gaat het
choqueren netjes uit de weg, tot de grote confrontatie. Opeens zien
we Otilia zich over de foetus op de grond buigen en ten slotte zien
we ook zelf die foetus op de grond liggen. Heel concreet. Lichtjes
toegedekt op een handdoek. Een foetus van 4 maanden, 3 weken en 2
dagen. Een klein maar volwaardig wezen met misschien toch meer
bestaansrecht dan we eerst dachten. Misschien is dit toch wel
eerder moord dan abortus? Het dilemma wordt er niet kleiner op.
Mungiu blijft aan de zijlijn, maar gooit hier toch een zware dobber
in het water met een beeld dat abortus véél concreter maakt dan
ooit tevoren.

Maar voor alle duidelijkheid: één foetus maakt uiteraard nog
geen meesterwerk. Binnen het ‘hyperrealisme’ is het zeker een
straffe film met veel positieve punten (dat benauwende gevoel! die
confrontatie!), maar of het een Gouden Palm waard was, valt toch te
betwijfelen. ‘4/3/2’ is geen hapklare brok, vraagt veel energie en
door de zware materie én de bewuste stap naar achter van de
regisseur is het wel een unieke, beklemmende ervaring, maar niet de
‘Roemeense robijn’ waar hij door de pers tot opgeblonken wordt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × vier =