Christian Mungiu is een van de tenoren van de Roemeense ‘Nieuwe Golf’ waartoe bijvoorbeeld ook Radu Jude behoort. Mungiu maakte naam met 4 Months, 3 Weeks and 2 Days, het abortusdrama dat in 2007 niet alleen de Gouden Palm won in Cannes, maar wereldwijd in de prijzen viel op verschillende festivals. Later leverde hij nog opgemerkt werk af met onder andere Beyond the Hills en Bacalaureat maar sinds die laatste titel was het zes jaar stil rond de regisseur. R.M.N. is dus een beetje een comeback voor Mungiu die hier andermaal een beklijvende blik werpt op de sociaal-culturele realiteit in zijn land, al staat die dan tegelijkertijd in voor een meer universele kijk.
R.M.N. opent met een gewelddadig incident waarbij een gastarbeider een overste een kopstoot geeft omdat die hem een ‘luie zigeuner’ noemt, waarna de hele film in het teken staat van wat het concept ‘vreemdeling’ teweegbrengt en hoe in een steeds complexere wereld de menselijke natuur daar probeert mee om te gaan. Dat basisconcept zit verwerkt in observaties van het persoonlijke leven van personages – ontmoetingen, discussies – maar ook in meer geïnstitutionaliseerde elementen: een lokale industriële bakkerij probeert Europese subsidies binnen te halen en huurt daarvoor goedkope werkkrachten uit Azië in en iedereen uit het dorp waar alles zich afspeelt lijkt in het buitenland te werken. Centraal doorheen dat alles loopt wat we zien in de korte proloog: een kind dat in het bos angstig reageert op een ontmoeting die we niet te zien krijgen. Die angst wordt vervolgens een symbool voor de onzekerheid van iedereen in de plot, mensen die allemaal op een of andere manier met het onbekende en vaak angstaanjagende, proberen om te gaan.
Uit die insteek groeit een soort humane mozaïek die een bijzonder neerslachtig beeld ophangt van een uiterst gefragmenteerde moderne identiteit. In een wereld waarin grenzen tegelijkertijd vervaagd zijn en toch meer dan ooit prominent aanwezig, lijkt multi-etniciteit een steeds ongrijpbaarder probleem te zijn. Er worden verschillende talen gesproken in R.M.N. (de titel slaat op de hersenscan die een van de personages moet ondergaan – een metafoor voor de ‘kijk’ in het hoofd van de mens die hier wordt gepresenteerd) en iedereen is wel op een of andere manier een ‘samenstelling’ van allerlei achtergronden – en toch is de reflex die overheerst er een van absolute onverdraagzaamheid en stuitend racisme. Iedereen is wel ergens een vreemdeling, stelt de film, maar toch reageren we overal op dezelfde manier op anderen die dat toevallig zijn. Terwijl wij een claim denken te hebben op een unieke eenduidige entiteit, een idee dat de film als volkomen onmogelijk afdoet.
Trouw aan zijn stijl voert Mungiu die bespiegelingen op in heel lang uitgesponnen dialogen die gevat worden vanuit frontaal gepositioneerde, statische camerastandpunten die de verzorgde breedbeeldcomposities optimaal tot hun recht laten komen. Centraal huzarenstukje is een meer dan een kwartier durende ononderbroken opname die een verhitte discussie laat zien tijdens een dorpsbijeenkomst in een cultureel centrum, maar zeker even indrukwekkend zijn een mooi geënsceneerd gesprek tijdens een kerstlunch en de integratie van troosteloze grijze landschappen in het narratief, zoals een beklijvend mooi – zij het uiterst droefgeestig – moment tegen de achtergrond van een lang verlaten mijnsite die nu verantwoordelijk is voor de vergiftiging van de grond en het water. Die laatste scène bevat ook de weinig verkwikkelijke uitspraak die de sombere kijk van R.M.N. ten volle onderstreept, wanneer een vader tegen zijn zoon stelt ‘het is moeilijk om te overleven, je mag alleen totaal geen medelijden hebben met anderen; mensen met medelijden sterven eerst en ik wil dat jij als laatste sterft’. Het is een cynische stelling die helaas gedeeld wordt door alle personages en die een weinig fraai beeld ophangt van de moderne samenleving. “R.M.N.” is daarmee een van die zeldzame films met een ‘boodschap’ en een ‘waarheid’ die die termen blootlegt in uiterst complexe en genuanceerde verhaallijnen en bovenal dat alles ook nog weet om te zetten in een ronduit dwingende en verbluffende cinematografische taal.



