Pukkelpop 2007 :: Club, zaterdag 18 augustus

Bevreemdende New Yorkers, Waalse Kooks-toestanden, Britse punkers, indiepop en gitaargeweld uit Texas en dan nog een Zweedse bimbo met roots in de eighties. Laat het duidelijk wezen: Pukkelpop kan al even eclectisch voor de dag komen als Dour. Daar zorgt de uitstekende programmatie van de Club immers steevast voor. Ook dit jaar mengen nieuwe ontdekkingen zich met de betere namen.

Zeer vroeg op de dag mag Home Video al de aftrap geven. De heren hebben een e.p. en een album onder de arm, waarvan nauwelijks driehonderd exemplaren verkocht zijn, maar de clubtent is tegen het einde van het optreden aardig gevuld voor hun knappe elektronische pop. De sfeer is dromerig en donker, maar de beats zijn steviger en dansbaarder dan op plaat. “Gas Tank” en “Confessions Of A Time Traveller” ontlokken hier en daar zelfs schuchtere danspasjes. Nu maar hopen dat dit uitstekende optreden de groep wat in de vaart der volkeren opstuwt.

Iets drukker is het bij Voxtrot, hoewel er niet al te veel bebrilde nerds te bespeuren zijn. Dat is enigszins verwonderlijk. De band geniet immers een reputatie in cyberspace — lees: de muziekblogwereld — die zowat vergelijkbaar is met die van The Rolling Stones in de echte wereld. De indrukwekkende internet-buzz hebben de vijf jonge Texanen te danken aan enkele uitstekend e.p.’s. De indiepop à la The Shins van het vijftal komt live echter niet al te goed uit de verf. Dat wijten ze aan de lange verplaatsing die ze die nacht nog vanuit Frankrijk hebben gemaakt. Wat ons betreft geen excuus voor de bij momenten rommelige en verveelde set. Zo lijkt “Your Biggest Fan” live maar weinig om het lijf te hebben, terwijl het op plaat even fris als sprankelend klinkt. De grootste teleurstelling is echter de miskende klassieker “The Start of Something” die veel te snel afgehaspeld wordt. Zowel publiek als band keek opgelucht toen het optreden erop zat, geen goed teken.

Gelukkig wordt een en ander al snel rechtgezet, want dames en heren: les nouveaux Kooks sont arrivés. Ze heten The Tellers, en komen bovendien uit eigen land. In Wallonië hebben deze zelfverzekerde jonge snaken al langer een uitgebreide schare fans, aan deze kant van de taalgrens moet de doorbraak nog komen. Tijdens de eerste paar nummers lijkt de band wat last te hebben van koudwatervrees, daarna laten ze Vlaanderen echter kennis maken met hun frisse, snedige gitaarpop. Catchy, rammelige sound, melancholische melodieën, en een flinke portie je ne sais quoi. Impressionant, en in woelige communautaire tijden reden te meer om België niet helemaal op te splitsen.

Het programmaboekje maakt ons diets dat Bromhead Jackets een en ander van doen zou hebben met Arctic Monkeys. Afgezien van geboorteplaats Sheffield ontgaat de gelijkenis tussen de twee ons echter compleet. Waar Arctic Monkeys vooral nog braaf en poppy is, gaat Bromhead Jackets volledig door het lint met een rits nijdige poppunksongs. De energieke jeugdigheid van de drie blaast het dak van de club en van gas terugnemen is slecht een enkele keer sprake. De drieminutengrens halen veel nummers niet, maar knallen doen ze wel. We noteren “What If’s And Maybe’s” en “Woolly Bridge”, al is het maar uit pure willekeur: er moeten toch enkele dingen genoemd worden als bescheiden hoogtepunten.

The Sounds heeft alles van Blondie en de hi-NRGpop van Kim Wilde geleerd, maar doet dat met enorme goesting, drive en — in het geval van frontvrouwe Maja Iversson — een geweldig stel benen. Van bij opener “Living In America” over kleppers als “Painted By Numbers” en “Tony The Beat” giert het optreden dat het geen naam heeft, maar een klassiek piano-intermezzo tussendoor haalt de vaart er helemaal uit. Langzamerhand komt ook de achillespees van The Sounds bloot te liggen: de groep gaat in elk nummer met zoveel power te keer dat je halverwege de klappen gelaten telt, maar de benen niet langer meewillen. Een volgende keer een tikje variatie en een iéts minder scherp afgesteld volume, graag!

Wie omstreeks half elf nog voldoende energie had, kon zijn samengebalde woede en frustraties nog kwijt in de ondertussen weer redelijk dunbevolkte club. Het gros van de gitaarliefhebbers heeft duidelijk voor Sonic Youth gekozen, maar dat houdt …And You Will Know Us By The Trail of Dead niet tegen. Een vroeg “The Rest Will Follow”, “It Was There That I Saw You”, “Mistakes And Regrets”, “Caterwaul”… samen met de gitaar van de zanger (gelukkig had hij er voldoende voorzien), knetterde alles op een hoogtepunt van agressie uit elkaar, en konden we als bevrijde geesten weer de wei op. Eat this, Sonic Youth!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 2 =