PUKKELPOP 2007 :: Club, donderdag 16 augustus

De Club van Pukkelpop is vandaag vooral het podium voor een aantal nieuwe Britse bands, met Low en Battles als uitzonderingen. De programmering van de club was hiermee wel enigszins eenzijdig, maar gaf ook een mooie dwarsdoorsnede van wat de Britse muziek op dit moment te bieden heeft.

1990’s, uit Glasgow, bestaat uit een voorman en een bassist die voor de oprichting van Franz Ferdinand samenspeelden met Alex Kapranos. Het trio speelt typische britpop met catchy korte nummers waar je vooral niet te veel bij moet nadenken. Door al te veel vrouwelijke aandacht hoeven ze zich waarschijnlijk niet geremd te voelen en dus draait het vooral om de muziek: eenvoudige, maar o zo herkenbare refreinen die hun debuut Cookies al kenmerkte. Vanmiddag brengen ze die muziek met een soort van nonchalance die bij de redelijk gevulde Club vooral sympathie oproept.

De frontman van The Pigeon Detectives, Matt Bowen, is alles wat Jacky McKeown van 1990’s niet is: hij heeft de looks, kan een publiek met een paar bewegingen op zijn hand krijgen en raast als een dolle stier over het podium. The Pigeon Detectives beschikken over een aantal zeer hitgevoelige en vooral puntige songs, ergens tussen Kaiser Chiefs en The Kooks in, en meer is niet nodig om de Club aan hun zijde te krijgen. Wat hiervan de houdbaarheidsdatum is, zullen we ons maar niet afvragen. Maar voor nu was het een prima optreden.

Een eerste Londense bijdrage dan: Just Jack heeft om te beginnen een paar woorden Nederlands geleerd en daarmee krijgt hij het publiek al op zijn hand voordat ook maar één noot gespeeld is. Als hij daarmee begint, horen we een mengeling van reggae, hiphop en pop, waarbij Jack iets doet wat het midden houdt tussen rappen en zingen. Met zijn innemende voorkomen en guitige blik in de ogen kan Jack bij de dames in de Club sowieso al niet meer stuk. Dat het muzikaal niet heel origineel, tamelijk vluchtig en niet bijster interessant is, lijkt niet iedereen te deren. "Starz In Their Eyes" was natuurlijk een regelrechte radiohit en is eigenlijk de enige reden om Jack een plaats in de programmering van Pukkelpop te gunnen.

Jamie T wordt weleens Arctic Monkeys, maar dan solo genoemd. Vandaag is hij niet solo, hoewel hij zijn verassend en veelbelovend genoeg begint met alleen maar een akoestische bas. T laat zich daarna vergezellen door zijn band en dan blijkt het ineens minder verrassend te zijn. Denk eerder aan een kruising tussen Mike Skinner van The Streets en Alex Turner van Arctic Monkeys: een beetje de alternatieve Just Jack met andere woorden, maar het is vooral zijn begeleidingsband die vandaag te veel in al te gemakkelijke deuntjes verzandt. Misschien is het een beter idee om zijn nummers kaler uit te voeren, zoals bij de sterke opening?

Battles doet aan complexe arty dansconstructies. Drummer John Stanier (oudere jongeren kennen hem van Helmet) maakt er een punt van om — puur voor de lol — zijn cimbaal twee meter boven de grond te hangen, ter bevordering van enig spektakel. Battles klinkt strak en afwisselend interessant en uiterst dansbaar. Dat laatste niet in het minst op single en duidelijke undergroundhit "Atlas". Wij lusten er temidden een uitzinnig publiek wel pap van.

Low is traag en intens. Volgens de grote hokjesencyclopedie der muziekjournalisten maken ze slowcore. Op het Clubpodium in Hasselt vertaalt zich dat in dreigende, tergend trage bassen en dreinerige zang. Duystergewijs laten we het ons op zondagavond met graagte welgevallen, maar na tien minuten wanhoop en dreigende akkoorden lijkt Low wat ons betreft vooral cd-gewijs te genieten: in een verduisterde kamer, met een sloot rode wijn en vooral géén gezelschap ter verwerking van ’s werelds en eigen leed. Zelfs dan met mate dus. U mag ons hiervoor verketteren. Doen!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + twaalf =