Allan Muller :: Resting My Case

Een Wikipediapagina over de Belgische muziekscene van de laatste twee decennia zou er als volgt kunnen uitzien: dEUS en Arno ergens prominent vooraan, met bands als K’s Choice, Zita Swoon en Soulwax daar net onder. Allan Muller, wiens muzikale wegen over een zodanig hobbelig pad gelopen, dat het moeilijk is enige lijn in zijn oeuvre te trekken, zou een voetnoot weten weg te kapen in het artikel op de grote online-encyclopedie.

Muller is in feite al enige tijd een oudgediende in het Belgische poplandschap en dat begint ook zijn sporen na te laten wat betreft zijn publiek. Enerzijds is er de "Fixkes-generatie" van prille dertigers die Mullers naam onlosmakelijk verbinden aan die eerste gigantische hit, waarvan we de titel hier niet nog eens gaan herhalen, — u kent uw pappenheimers –- maar het liedje van Metal Molly was, net als dat van generatiegenoten Evil Superstars, teleurstellend snel voorbij. Een tweede generatie fans bestaat dan weer uit de muzikaal ingestelde Radio 1-luisteraar en het iets smaakvollere StuBrutype, dat Satellite City’s "Friend" een drietal jaren geleden aan de borst drukte, als zijnde Mullers nieuwe "Orange" (lap, nu doen we het toch).

Ook aan Satellite City’s bestaan kwam echter snel een einde (op Mullers website staat de groep momenteel nog gewoon on hold) en opnieuw leek Muller terug naar af, terwijl zijn oude partner in crime, Pascal Deweze, met Sukilove intussen wél een vaste stek had gevonden. Samen met Deweze leek Muller Metal Molly terloops zelfs even nieuw leven te willen inblazen en er volgden een kleine tour langs enkele festivals, maar toch was ook deze oprisping duidelijk slechts een onderneming van korte duur.

Resting My Case dus, en dat moet dan maar het eigenlijke begin worden van een carrière met de nodige valse starts. Muller doet het voor het eerst onder zijn eigen naam, maar dat wil niet zeggen dat er geen andere mensen op de plaat te horen zijn. Zo hielp ondermeer Belgiës meest bezwete drummer in maatpak, Mario Goossens, een handje aan dit "debuut". Hoofdmoot op de plaat blijft echter steeds Mullers stem en gitaar. Weinig nieuws onder de zon mogen we daar in één adem aan toe voegen, Muller is het deugdelijke songschrijven nog lang niet verleerd, maar ergens knaagt een gevoel van herhaling de poten van deze stoel toch stilletjes door.

"Can’t Stop Now" was de heerlijk stampende popsong die deze plaat voorafging en die het beste deed vermoeden, maar van dat niveau staan er geen andere songs op Resting My Case. "Triggertoe" komt met zijn iets minder conventionele structuur nog het dichtst in de buurt en laat Muller van zijn meest catchy kant horen, de lang uitgesponnen outro is er echter net iets te veel aan. Het sobere "Falling Behind" en afsluiter "Don’t Pretend" mogen ook bij de beste nummers op de plaat worden gerekend.

Minder boeiend zijn de ballads "Telephone" en "Last Exam", waarin Muller zich enigszins verliest in sentimentele mijmeringen. Het is in deze nummers dat het weer duidelijk wordt dat Muller niet de beste zanger is, zijn stem in combinatie met de weinig verrassende muzikale invulling gaat behoorlijk snel vervelen. De titeltrack lijkt op zijn beurt rechtstreeks van de Allan Mullerband te komen rollen. Voorverpakt en al.

Als Muller ook dit soloproject ontbindt en over enkele jaren weer met iets nieuw komt aanzetten, zullen wij de laatsten zijn om van onze stoel te vallen. Razend benieuwd zullen we evenwel ook niet zijn, want in tegenstelling tot die andere muzikaal zevenkoppige Belg, Mauro Pawlowski, weet Muller niet telkens opnieuw te verrassen of te intrigeren. Meer van deze degelijke, maar weinig opzienbarende plaatjes zouden dan ook wel eens heel snel heel saai kunnen worden, maar met "Can’t Stop Now" heeft Muller evenwel zijn hithattrick beet, en dat dus onder drie verschillende vlaggen, waarvoor petje af.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht − 8 =