Johnny Clegg :: One Life

De bom dreigde elk moment te vallen, yuppies boekten meedogenloos grote winsten op Wall Street, de president van de Verenigde Staten proclameerde dat hebzucht goed was en muziek was iets dat werd gemaakt door producers met dollartekens in de ogen: het waren de jaren tachtig. Maar wacht, dit verhaal gaat over die andere kant van dat kille decennium.

De jaren zestig waren nog een frisse herinnering in de geesten van onze ouders. En ook al raakten de geitenwollen sokken dan wel uit de mode, ze verdwenen nog lang niet helemaal van het toneel. De jaren tachtig waren net zo goed de tijd van Live Aid, van Nelson Mandela in de gevangenis, van de vele vredesbetogingen en, dichter bij huis, van godsdienstleraars die in “leefgemeenschappen” woonden. Het was een tijd waarin goede bedoelingen en oprecht engagement nog niet kapot werden gemaakt door het smalende sarcasme en de ironische onthechting van de jaren negentig.

Naast de plastieken pop van Stock, Aitken en Waterman was er dus ook de muziek van pakweg (het toen nog op een verteerbare manier geëngageerde) U2 en de Britse Zuid-Afrikaan Johnny Clegg die met zijn begeleidingsband Savuka de opstanding van de Afrikaan bezong. Platen als Third World Child en Cruel, Crazy, Beautiful World waren muzikaal een mengeling van Afrikaanse muziek en Keltische folk, die de van oorsprong Britse Clegg met de paplepel had binnengekregen, in de teksten kwamen een hoop Afrikaanse trots, good vibes en veel goede bedoelingen voor.

Twee gesneuvelde torens, een paar Irakoorlogen en een Guantanamo Bay later is Johnny Clegg nog altijd een going concern. Savuka werd dan wel aan de haak gehangen, aan het geluid is niet veel veranderd. Clegg brengt nog steeds dezelfde positivo-bleekschetenfunk met Afrikaanse invloeden en tonnen zonnige vibes. Niets lijkt veranderd, of het zou een song als “The Revolution Will Eat Its Children (Song For Uncle Bob)” moeten zijn dat in het bijschrift de realistische bemerking meekrijgt dat de maatschappelijke blauwdruk achter elke revolutie telkens vergeet rekening te houden met de donkere kanten in de mens. Zelfs een idealist moet al eens de kanttekeningen onder ogen zien.

Tijden zijn veranderd, maar in een wereld waarin andersglobalistisch denken ook maar een industrie op zich is geworden met eigen media, festivals en winkels, is er nog steeds ruimte voor Clegg met zijn nieuwe One Life. Met zestien tracks is die plaat een derde te lang, maar op zijn best kunnen de songs naast zijn beste werk staan.

Er is de opener “Daughter Of Eden”, met zijn blazertjes en vele percussie, maar ook “Faut Pas Baisser Les Bras” dat heerlijk harmonieus uitbloeit. In “Devana” krijgen Afrikaanse mannenstemmen als zo vaak bij Clegg een hoofdrol, terwijl de zanger zelf zich beperkt tot wat achtergrondgezang. ”4 Box Square” drijft op een soort triphopritme, “Locked And Loaded” is dan weer een pracht van een ingetogen liefdeslied.

Het bewijst meteen dat Clegg meer is dan zomaar een muzikale predikant. De man is eerst en vooral een sterke songschrijver die de Afrikaanse muzikale tradities ondertussen uitademt en kan vertalen naar een westers oor. De Afrikaanse gitaar in “The Revolution Will Eat Its Children” leidt naar een catchy refrein en uiteindelijk mag het nummer in een heerlijke rock-out openbarsten. Heerlijk nummer, net als de afrobeatpop van “Utshani Obulele”.

Johnny Clegg doet het nog altijd: een hoop muzikaal positivisme naar het Westen brengen en ondertussen een eind weg preken over het lot van de arme zuiderling die de wind nog steeds niet in de zeilen heeft. Waard, schenk ons nog eens een goed glas Oxfamwijn in, we heffen een toast op deze witte Zulu. Dat hij nog lang de strijd tegen alle onrecht van mooie liedjes mag voorzien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + een =