No Age :: Weirdo Rippers

"Met twee gaat ook", moeten Dean Spunt en Randy Randall van No Age bij zichzelf gedacht hebben toen ze uit hun hardcore punkband Wives vertrokken. Gewapend met enkel een gitaar en een drumstel levert dit uit de skatescene van L.A. stammende duo uit het niets één van de interessantste platen van het moment af.

No Age is op heel korte tijd een bescheiden hype geworden in hippe kringen aan de andere kant van de oceaan, en dat is niet geheel onverdiend. Het duo liet zich aan de wereld kennen met enkele e.p.’tjes in beperkte uitgave, waarin voor het eerst hun geweldige mix van "Hüsker Dü" en "Neu!" te horen was. Combineer dat met een ijzersterke livereputatie en je krijgt een eerste langspeler, die de beste e.p.-nummers bundelt als resultaat . En dat is op zijn zachtst gezegd de moeite.

Op Weirdo Rippers balanceert het duo constant tussen hypnotiserende noisegolven en adrenalineverhogende hardcore punk zonder één van beiden echt aan te hangen. Zo volgt de kabbelende drone van "I Wanna Sleep" moeiteloos de vuile maar uiterst aanstekelijke punk van "My Life’s Alright Without You" op. Als er één dominerende factor deze plaat bindt, is het wel het lo-fi geluid van de groep: schreeuwerige stemmen in de achtergrond, een vettig en van de nodige overdrive voorzien gitaargeluid en drumpartijen aan een verschroeiend tempo, alles schijnbaar opgenomen op een taperecordertje in één of andere vochtige kelder. Het zorgt ervoor dat de plaat voorbijraast als een stoomtrein, wat nog versterkt wordt door de korte lengtes van de individuele nummers,.

En dat is geen vanzelfsprekendheid als je in acht neemt dat ongeveer de helft van het album ingevuld werd met noisegolven. Toch hoorden wij geen enkel verspild moment: zelfs in de meest lawaaierige hoekjes van de plaat zitten melodieën en kleurrijke elementjes verstopt die het allemaal ongemeen boeiend maken. Neem nu "Loosen This Job", een nummer dat propvol stoorzenders, lawaai en drones zit, maar toch ergens een vocale melodie herbergt. Ook het aan de ambient punks van Deerhunter verwante geluidsmuurtje van "Semi-Sorted" is zo’n voorbeeld: de alles omringende feedback doet vermoeden dat hier geen doordringen aan is, tot een plotse stem de barsten in het muurtje prijsgeeft en het daarna omver gestampt wordt door een stevige gitaar- en drumaanval.

De groep overtuigt nog het meest in dit soort korte uitbarstingen van melodieuze noise die van tijd tot tijd uit de geluidswolk ontsnappen. Zoals in opener "Every Artist Needs A Tragedy", waar een pulserende drone steeds aan kracht wint tot er plots een geweldige gitaarlijn uit tevoorschijn komt die meerdere furieuze uithalen pleegt vooraleer volledig overstag te gaan. Ook het aanstekelijke punkanthem "Boy Void", waarin gitaar en drum steeds verder in het rood gaan en het fantastische "Everybody’s Down", dat begint met een simpele gitaarriff maar na de korte break door de drums wordt meegesleept naar de dichtstbijzijnde moshpit, verdienen de nodige accolades.

Hoofdvogels blijven echter het mooie "Neck Escaper", dat op een prachtige en rustige manier opbouwt tot die verduivelde drum weer invalt en het nummer plots naar een korte climax racet, en het overdonderende "Dead Plane", waarin er naar hartelust lawaai gemaakt mag worden in het eerste deel, alvorens een ziedende punksong die The Stooges zou doen blozen de luisteraar uit zijn stoel blaast. Voor minder zouden de heren het niet doen.

Met hun debuutplaat rechtvaardigt No Age niet alleen de hype, de band levert ook nog eens een verdomd indrukwekkend album af. Wie houdt van punk en noise zal in Weirdo Rippers gegarandeerd zijn heil vinden. Aan No Age om er de volgende keer een schepje bovenop te doen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − 8 =