The National :: ‘’Ik citeer uit andermans platen, dus waarom niet uit die van mijzelf?’’

Al vier platen lang levert The National uit Brooklyn uitstekende herfstplaten af. Alligator kreeg drie jaar geleden al niets dan lovende kritieken, dit jaar doen ze met nog meer overtuiging opnieuw een gooi naar de eindejaarslijstjes. Op het nieuwe Boxer verfijnde het vijftal immers de mix van americana en Tindersticks met nog rijkere arrangementen.

enola: Er hangt een contemplatieve sfeer over Boxer, het soort mijmeren van mensen die de veertig naderen en de jeugd missen. Je zingt dan ook ‘we miss being ruffians, going wild and bright’.
Matt Berninger (zang): “Heel wat van de personages in mijn songs staan op een kruispunt tussen jeugd en volwassenheid. Ik ben ondertussen 36 en ik heb daar ook mee te maken: gaan werken, soms dingen moeten doen waardoor je iets verliest, de confrontatie met die jeugdige fantasieën, het feit dat je soms gewoon een job moet aannemen om te overleven, zonder grote idealen. Het is geen highschoolplaat, neen.”
enola: Jullie hebben zelf nooit een highschoolplaat gemaakt, jullie waren diep in jullie twenties toen jullie met The National begonnen. Heeft dat geholpen om het allemaal niet te ongeduldig aan te pakken?
Aaron Dessner (gitaar): “Toen we begonnen, schreven we erg veel songs, maar het zelfvertrouwen om te denken dat we ooit een plaat zouden maken ontbrak. Die vele songs leidden echter gewoon tot een plaat, nog voor we ons eerste optreden gaven. En toen we gingen optreden, moesten we uitvissen hoe we onze songs live moesten brengen, het ging allemaal nogal gradueel. We hadden misschien wel gewild dat het sneller ging, maar uiteindelijk zijn we blij met elk beetje succes dat we hebben en hoe langzaam dat ging.”

enola: Muzikaal is de nieuwe plaat meditatiever, rustiger dan zijn voorganger.
Berninger: “Ze is in elk geval coherenter. Er zit onder de muziek een hypnotiserend gerommel dat een meditatief karakter heeft. Die sfeer trok ons bij het schrijven gewoon aan. Eigenlijk verschilt Boxer niet eens zoveel van Alligator, maar toch heeft hij een heel andere vibe. Dat is best goed.”
“We zetten de sfeer ook meteen met “Fake Empire” als eerste nummer. Ik vertel er gewoon over een man die ’s nachts samen met zijn vriend door de stad loopt, maar introduceer nogal wat sprookjesachtige elementen als vogels die op schouders komen zitten, diamanten muiltjes… het is een kleine surrealistische trip. Sommige mensen interpreteren het als een politieke song, en dat is het niet per se, maar het handelt wel over meer. Zie het niet noodzakelijk als een commentaar op specifieke toestanden, eerder als een escapistisch nummer.”

enola: Ook ‘Start A War’ werkt wat misleidend. Het is pas in de laatste strofe dat duidelijk wordt dat het geen politieke song is, maar een persoonlijk verhaal.
Berninger: “Dat was er natuurlijk om vragen, een song die titel te geven in tijden van oorlog. Het gaat wel degelijk over een koppel dat uit elkaar gaat, maar ik heb er bewust bepaalde zinnen in gesmokkeld om het dubbelzinnig te maken. Politiek speelt wel mee op de achtergrond.”
enola: Vermijd je politieke songs te schrijven?
Berninger: “Ja, om een aantal redenen; ik wil niet over politiek nadenken als ik een song schrijf, dan wil ik net ontsnappen van de realiteit. De toestand is zo rampzalig tegenwoordig, dat je echt geen indierockband nodig hebt om je daar aan te herinneren. Niet dat er iets mis is met protestsongs, maar het is niet mijn ding. Ik laat politiek hoogstens al “kleur” binnen op mijn songs. Zoals “Mr. November” van op Alligator, dat was een soort van politieke song over een man die hoopte dat hij dingen kon veranderen. Sommigen dachten dat het over John Kerry ging, anderen dat het over Bush ging: een succesvolle highschoolster die president werd en wie het allemaal boven zijn petje steeg. Anderen dachten dan weer dat het over ons ging die de plaat probeerden af te krijgen. En het gaat misschien wel over dat alles tegelijk. Mijn teksten gaan nooit over één iets, maar eerder over drie of vier dingen tegelijk.”

enola: Jullie leven al meer dan tien jaar in New York, maar muzikaal worden jullie nog steeds een kleinstedelijke groep genoemd. Heeft The Big Apple jullie dan nooit beïnvloed?
Bernigner: “Zeker wel. Mensen blijven ons als een smalltownband bekijken, en ja, we komen uit Cincinatti, Ohio, dat zal een deel van ons verhaal blijven, maar daar denken we niet over na als we muziek maken. We zien onszelf niet als smalltown. New York is de achtergrond voor de meeste van mijn songs, maar we sluiten niet aan bij een New York Sound — als er al zoiets bestaat. We zijn veel meer beïnvloed door Britpop, The Smiths en de Beatles, net zo goed als Dylan en Tom Waits. Maar dan zijn er ook mensen die ons als Europees beschouwen en dat is nog anders dan Brits.”

enola: Maar dan zetten jullie wel een foto op de hoes waarbij jullie wel heel rustiek staan te spelen in een parochiezaaltje ergens.
Berninger: “Die foto is getrokken toen we op het trouwfeest van onze producer Peter Katis speelden, ergens in een klein receptiezaaltje in Connecticut. We gingen normaal niet spelen en toen ze ons toch zover kregen, trok iemand die foto. Het is de enige foto daarvan, maar wel een geslaagde. Een lucky shot dus. We gaan die kleinstedelijke connectie ook niet uit de weg hoor. De sfeer van die foto klopte, dus kozen we die voor de hoes.”

enola: Jullie werken vaak samen met de Australische componist Padma Newsome. Hoe belangrijk is hij voor jullie geluid?
Dessner: “Erg belangrijk. Hij brengt een heel ander perspectief in onze muziek. Wij schrijven de songs en hij antwoordt daarop van uit een heel ander gezichtspunt: hij componeert voor elke song orkestrale elementen en gebruikt heel wat verschillende instrumenten. Op Boxer bracht hij blazers en dwarsfluiten binnen. Dat is zijn hand die je hoort.”
enola: Maar echt lid van de band is hij niet?
Dessner: “Dat komt eerder omdat hij nogal druk bezet is, en ook nog het merendeel van de tijd in Australië woont. We hebben ook niet altijd met hem gewerkt, maar het gebeurt dat hij mee tourt. Hij is een lid van de band hoor, maar hij komt en gaat.”
enola: Hoe recreëer je dat dan live? Ik veronderstel niet dat je met een blazerssectie op tour gaat?
Dessner: “Dat hebben we nog niet uitgevonden.”
Berninger: “Met Alligator hadden we hetzelfde probleem, maar dan vervangen we die arrangementen gewoon door andere op gitaren en piano. We hebben nooit geprobeerd om onze platen exact te reproduceren op het podium. We proberen liever om de songs in een andere omgeving ook te doen bloeien.”

enola: Matt, jij bent de enige die geen broer in de band heeft. Ben jij degene die dan constant de kerk in het midden moet houden als het fout gaat en de broers aan het ruziën gaan?
Berninger: “Oh maar mijn jongere broer Tom heeft de video geschoten voor “Mistaken For Strangers”, dus hij maakt op een bepaalde manier wel deel uit van de groep. Dat de rest van de groep uit twee broerderparen bestaat is eerder goed geweest: ze hebben een erg diepe band, en alle kleine ruzietjes stellen dan niet zo veel voor. Ze houden aan elkaar, no matter what happens. Dat is erg voordelig voor ons, het geeft ons een stevige basis. Het heeft absoluut niets van Oasis.”

enola: Op het einde van “Slow Show” herhaal je een zinnetje dat je eerder zong in “29 Years” op jullie debuut: “You know I dreamed about you for 29 years before I saw you/You know I dreamed about you, I missed you for 29 years.” Waarom?
Berninger: “Dat doe ik voortdurend: op Boxer keert ook een kort zinnetje uit ”Karen” terug, en op Alligator herhaalde ik ook al fragmentjes uit eerdere platen. Als ik schrijf, heb ik een groot arsenaal aan flarden ter beschikking en soms werkt iets opnieuw, in een andere context en met een andere betekenis. Ik citeer ook uit platen en films, dus waarom niet uit mijn eigen platen? Ik krijg wel eens commentaar dat het mijn teksten aan originaliteit ontbreekt, maar hé: er staat nog altijd voor meer dan negentig procent wél oorspronkelijk materiaal op de plaat, dus dat slaat nergens op.”

enola: Tot slot: hoe voelt het om ooit de kans te hebben mislopen om met Bruce Springsteen te praten?
Dessner: (lacht) “Dat was toen we deelnamen aan een Nebraska-tributeavond. Blijkbaar kwam Bruce ook zelf luisteren. Achteraf kwam hij mijn broer vertellen dat hij een fan van ons was en dronk hij nog twee uur met ons. ’t Is een echt een heel gewone gast, die ons wat advies gaf. Ik kon het nauwelijks geloven dat hij met ons stond te praten. Maar arme Matt was helaas meteen na ons optreden naar huis gegaan om tv te kijken met zijn vriendin.”
Berninger: “Het was een bittere pil om te slikken, maar ergens ben ik zelfs blij dat het zo gebeurd is, want ik zou me toch maar ongemakkelijk hebben gevoeld. Ik hou mijn helden liever gehuld in mysterie. Voor mij is Bruce Springsteen nog steeds een levende legende, voor de rest van de band is hij een goeie vriend van vlees en bloed. Ik hou het liever wat mythisch.”

The National speelt op 13 juli op Dour en op 14 juli op Rock Herk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 − 6 =