Hafdis Huld + Frida Hyvönen + Maria Taylor

Les Nuits Botanique, Brussel, 7 mei 2007

Al vanaf 1997 wordt in Frankrijk het festival ‘Les
Femmes S’en Mêlent’ georganiseerd, dat telkens gedurende ongeveer
een week een serie eigenzinnige vrouwenstemmen in de schijnwerpers
zet. Doorheen de jaren ontwikkelde zich ook een internationale
werking en deze houdt dit jaar tweemaal halt in Brussel tijdens Les
Nuits Botanique. Vanavond kregen we binnen dit kader onze eerste
triple bill achter de kiezen. Slechts een bescheiden aandeel van de
bezoekers opteerde om de Rotonde te bevolken en dus konden we ons
op het gemak neervleien om in vervoering gebracht te worden door
drie wel heel verschillende zangeressen.

Maria Taylor, met twee goed ontvangen soloplaten
en een verleden bij Azure Ray de grootste naam op de affiche, mocht
de avond openen en moest duidelijk zelf eerst nog wat opwarmen. Met
onwennige stem tastte ze bij ‘Smile And Wave’ de omgeving af om pas
bij ‘Replay’ echt uit de startblokken te schieten. Live klonk deze
heerlijke popsong even aanstekelijk als op plaat, wat meteen de
spons over de bleke aanvang veegde. Toch bleef het aantrekken en
afstoten in de volgende vijftig minuten. Wanneer het goed zat, kon
Taylor de ongeveinsde, charmante poprock brengen waar de Michelle
Branchen op deze aardbol alleen maar van kunnen dromen. ‘The Ballad
Of Sean Foley’ was een geslaagde trip richting thuishaven Alabama,
‘Small Part Of Me’ startte fluweelzacht maar beet gradueel meer van
zich af en we kregen een gemener ‘Xanax’ voorgeschoteld dan op het
solodebuut ’11:11′. De hardere arrangementen hadden echter niet
altijd een zalvende werking: wat de opgefokte drums konden
bijdragen aan het rustige ‘No Stars’ blijft een mysterie. De grote
boosdoener was echter de houding van de gastvrouw. Maria Taylor is
een ietwat verlegen doch sympathiek meisje, laat daar geen twijfel
over bestaan. We begrijpen volstrekt dat een festivalregeling enige
timing vraagt maar met de weerkerende vraag naar het uur en het
daaropvolgend schrappen van songs die in de langere sets
geprogrammeerd stonden, gaf ze teveel het gevoel gewoon een
opdracht af te werken.

Dat beetje meer gaf Frida Hyvönen ons wél.
“How are you doing? Me, I’m good … I’m a Swedish popstar, you
could do a lot worse”
: bij haar opkomst leek mevrouw wat te
veel noten op haar zang te hebben en ook de eerste kennismaking met
de songs (Phoebe Buffay in Kinderen Voor Kinderen) kon maar weinig
bekoren. Maar het tij kan keren. Na een korte acclimatisering
dartelden enkele klassepaardjes voorbij: ‘Once I Was A Serene
Teenage Child’ ging te biecht op musicalwijze, een zweem Motownsoul
werd verwerkt in ‘You Never Got Me Right’ en ‘I Drive My Friend’
stak Joan As
Police Woman
naar de kroon. De waanzin die Hyvönen tussendoor
uitsloeg maakte deze performance echter helemaal af. Van een vrouw
die haar laatste plaat schreef ter begeleiding van een dansrecital
met poedels, kan je wel wat normafwijkend gedrag verwachten, maar
we hadden toch niet gerekend op commentaren als: “I love
apples, they’re the best fruit. They’re good for the voice too.
When I stop singing I want to become a musical fruit critic, but
will only to hail the apple”
. Op papier ongetwijfeld flauw,
maar on stage kwam het over als een verfijnde variant op ‘Smack The
Pony’. Op een uur tijd van een flauwe eerste indruk naar een
eersteklas crush, je moet het maar doen.

Hekkesluiter Hafdis Huld, het voormalige boegbeeld
van Gus Gus, probeerde hetzelfde effect te bereiken. Voorzien van
roze glitterpumps en een dikke laag azuurblauwe oogschaduw wilde ze
ons als naïef schattig elfje met de nodige overacting bekoren. Deze
act kon hier en daar nog een lachje veroorzaken (“I’m trying to
work on my street cred, so in the next song I say ‘fucked’, but I’m
still a bit shy about it”)
, maar om echte verleiding te voelen
zou hier ook sterk materiaal tegenover moeten staan. ‘Diamonds On
My Belly’ en ‘Tomoko’ charmeerden nog als poppastiches zoals we die
ook tegenkwamen in de hierboven reeds vermelde absurde Britcom,
maar voor de rest kregen we mierzoete drab te verwerken die zelfs
als parodie niet kon blijven boeien. Een titel als ‘Ice Cream Is
Nice’ zegt ter illustratie al genoeg en samen met ‘Happily Ever
After’ en ‘Hometown Hero’ verwijzen we dit dan ook graag door naar
Studio 100. In deze barre tijden mag er al eens tijd uitgetrokken
worden voor een vredevolle, vrolijke noot maar deze overdaad zou op
den duur net aanzetten tot een gewelddaad. Gelukkig konden wij nog
teren op het gelukzalige gevoel van de vorige acts.

Hoewel ze op automatische piloot speelde, gaf Maria Taylor ons al
enkele mooie liedekens en met Frida Hyvönen volgde een ware
ontdekking. We willen u dan ook als eindnoot haar afscheid niet
onthouden: “This is my last song. When it’s over, I’ll bow and
do a little dance and you’ll keep clapping your hands until I’m far
away in the backstage. You have to understand, otherwise it’s just
really embarrassing for me”
. Alstublieft, dankuwel!

Maria Taylors Lynn Teeter Flower is
uit bij Saddle Creek / Munich.
Frida Hyvönens ‘Until Death Comes’ is uit bij Secretly
Canadian.
Hafdis Hulds ‘Dirty Paper Cup’ is uit bij
Mvine.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + 12 =