A Casa Nostra




99 min. /
Italië / 2006

Heel af en toe – nadat ik toevallig voorbij een aflevering van
‘Temptation Island’ of ‘Superhond 2007’ ben gezapt, bijvoorbeeld –
word ik nog wel eens bevangen door de niet onaangename dagdroom mij
ergens een huisje op een berg tussen de olijfbomen te kopen.
Terrasje eraan, elke avond een fles wijn in m’n kraag kappen,
gesjirp van krekels rondom en réken maar dat iedereen die me durft
lastig te vallen hetzelfde antwoord krijgt: Talk to the hand,
’cause the face don’t want to hear it no more.
Tot voor kort
situeerde ik dat fantasiehuisje ergens in Toscane – als je dan toch
al gaat dagdromen, kun je het net zo goed in die richting doen –
maar hoe meer ik te weten kom over de Italiaanse samenleving, hoe
zuurder de fantasie begint te worden. Geen enkel land waar ze
jarenlang achter een oelewapper als Berlusconi hebben aangelopen en
waar de nekdekentjes nog steeds in zijn, kan immers helemaal
deugen. En als we regisseur Francesca Comencini mogen geloven, is
het bovendien een plek waar vrouwen op het werk genadeloos worden
vernederd (zie ‘Mobbing’), waar jonge kerels in vredevolle
protestmarsen worden neergekogeld (zie ‘Carlo Giuliani, Ragazzo’)
en waar corrupte zakenmannen samen met frauduleuze rechters
grijnzend hun zakken vullen (zie deze ‘A Casa Nostra’). Kortom: ze
mogen van geluk spreken dat hun pizza en hun Chianti zo goed zijn,
anders zagen ze me er niet meer.

Comencini probeert een kaleidoscopisch portret op te hangen van
een tiental personages, die op de één of andere manier allemaal te
maken hebben met de machtige Milaanse zakenman en sjoemelaar Ugo
(Luca Zingaretti). Ugo heeft z’n fortuin gemaakt door te handelen
met voorkennis, maar wordt nu op de hielen gezeten door gedreven
politieagente Rita (Valeria Golino, in een vorig leven nog het
liefje van Charlie Sheen in de ‘Hot Shots’-films). Rita’s vader
heeft zich in de problemen gewerkt met de belastingen, en moet nu
de collectie antieke boeken verkopen die haar moeder heeft
aangelegd. Die moeder begint zelf fysiek af te takelen, en alsof
dat nog niet genoeg miserie zou zijn voor één familie, zit Rita ook
nog eens met een kinderwens die haar vriendje niet wilt
vervullen.

Ook in het leven van Ugo is niet alles koek en ei: zijn
maîtresse, het fotomodel Elodie, legt het aan met de aalgladde
charmeur Gerry, die eigenlijk gewoon in een supermarkt werkt. En
hij heeft ook het één en ander te maken met een prostituée die
onder bescherming staat van ex-bajesklant Otello, een typische
berouwvolle zondaar die nu troost vindt bij zijn hoertje met het
gouden hart.

Miserie alom dus, die in de niet zo heimelijk socialistische
wereldvisie van Comencini integraal terug te leiden is naar de
hebzucht van de superrijken. Luca Zingaretti speelt Ugo met een
eeuwig koude blik in de ogen en een van pure kwaadaardigheid
blinkende schedel – het enige dat er nog aan ontbreekt, is een
tatoeage op z’n voorhoofd dat zegt: “ik deug niet”. De regisseur
wil hier een soort van domino-effect oproepen tussen de personages:
ze beïnvloeden elkaar allemaal, hun lot is aan elkaar verbonden, en
de éne gigantisch grote steen die alle anderen op hun beurt doet
omvallen, is Ugo.

Nu is het op zichzelf natuurlijk lang niet zo’n gek idee dat
corporate greed verstrekkende gevolgen heeft en dat
malafide zakenmannen op termijn meer kwaad aanrichten dan honderd
pooiers en kruimeldieven tezamen, maar met die vaststelling heb je
nog geen goede film. Sterker nog, het is niet eens zo’n
wereldschokkende thematiek – “grote bedrijven deugen niet”, staat
Comencini hier te verkondigen, “want ze zijn alleen maar op geld
uit”. Euhm… tja, dat is ongetwijfeld zo, maar is ze daar nù pas
achter gekomen? Oliver Stone draaide er in de jaren tachtig al een
veel betere film over: ‘Wall Street’.

En bovendien, wat veel belangrijker is, moet je die thematiek
dan ook wel weten te vatten in een drama dat de moeite waard is. De
plotlijnen van ‘A Casa Nostra’ missen echter alle spankracht. De
film kabbelt rustig voort, zonder echt toe te werken naar een
bepaalde clou of climax, en de personages zijn veeleer clichés die
zo uit een soap komen weggelopen. Of wat dacht u misschien van
Elodie, een coke snuivend fotomodel dat eigenlijk heel graag een
zangeres had willen worden en – haal uw zakdoek nù boven! –
wanhopig op zoek is naar affectie? In één scène legt ze zich met
haar bovenlichaam doodverveeld op een tafel, zodat Ugo haar met
trillende mondhoeken en alweer een glansrijk glimmende schedel,
achterwaarts kan bestijgen. Nadat hij daarmee klaar is, bijt hij
haar toe: “Ik heb altijd al gevonden dat je huid stinkt.” Nou.
Later in de film verschijnt Elodie op een talkshow, waar ze op
commando plots hysterisch begint te huilen en vertelt over een
abortus die ze ooit verplicht moest ondergaan van Ugo. Laat ons
zeggen dat enig gevoel voor melodramatiek de filmmakers niet vreemd
is.

En zo van die plotwendingen zijn er nog: Valeria Golino die
zodanig de baby blues heeft dat ze haar vriendje tijdens
de seks bijna smeekt om zich niet terug te trekken bij het
klaarkomen. En natuurlijk de relatie tussen het lieve hoertje en
haar ruwe bolster met de blanke pit, een cliché zo groot dat ze
bijna deel uitmaakt van het werelderfgoed.

De verschillende verhaallijnen missen niet alleen
geloofwaardigheid, maar ook samenhang. De personages lopen door
elkaar, heel af en toe kruisen ze elkaar, maar ze zijn niet
voldoende met elkaar verbonden om een beetje drive aan de
film te geven. Telkens wanneer er een beetje tempo in ‘A Casa
Nostra’ dreigt te komen, schakelt Comencini over naar een ander
verhaal. Dat kàn werken, maar dan moet je als regisseur wel
behoorlijk sterk in je schoenen staan. Je moet ervoor zorgen dat al
die verhalen die je door elkaar weeft, even sterk zijn en dat je
film aan het einde wel aanvoelt als één groot geheel. Hier lukt dat
niet. Elke keer wanneer Comencini naar een ander personage
overschakelt, moet ze haar film als het ware weer opnieuw op gang
trekken, wat voor een hemeltergend traag tempo zorgt. Tegen de tijd
dat het afgelopen is, lijkt het alsof je vijf verschillende films
hebt gezien, waarvan er niet één bijster interessant was.

Met een voor de hand liggende thematiek en een verschrikkelijk
zwakke dramatische uitwerking ervan is ‘A Casa Nostra’ er ééntje om
snel weer te vergeten. Een goeie fles wijn zou de klus moeten
klaren, waarom niet? Chianti, here I come.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + 1 =