ROADBURN 07 :: Neurosis :: 21 april 2007, 013 Tilburg

Niets had ons kunnen voorbereiden op Neurosis. Niets. Ook niet het veelvuldig beluisteren van hun albums tijdens de weken die vooraf gingen aan het festival. "Isis is een popgroep" was het eerste dat we uitbrachten nadat Neurosis ons anderhalf uur lang met verstomming en afgrijzen had geslagen.

De performance van Neurosis was een overweldigende tabula rasa, een doodverklaring van de superlatieven, of toch een inbeslagname ervan, een mokerslag zoals we er nog maar een paar keer eentje kregen in ons leven. We zijn al meer dan vijftien jaar fervent concertganger, maar geen enkele keer waren we getuige van een concert met zo’n verpletterende muzikale en mentale impact. U kent de metaforiek die uit de kast wordt gehaald als de zo gretig bezongen postrock- en postmetalbands van vandaag besproken worden? Wel, vergeet het maar. Als er tussen de songs geen ruime pauzes waren geweest, dan was het ook voor ons misschien te geweest.

Mogwai creeërt geen tsunami’s van geluid, maar geluidsgolfjes op een kabbelend plasje. Red Sparowes maakt geen breedbeeldsoundtracks bij imaginaire films, maar voorziet LCD-schermpjes van GSM-deuntjes. En Isis? Dat is een popgroep. Neurosis zorgde voor een totaalervaring die een aanslag was op het gehoor en het gemoed. Sinds begin jaren negentig spelen ze een grauwzwarte soort muziek die jarenlang niet te categoriseren viel. Nu ze intussen aan invloed en belang hebben gewonnen, en nu de nieuwe generaties op verschillende manieren met die invloed proberen om te gaan, is er een begrippenapparaat dat van pas komt om het geluid te beschrijven. Het is geen doom, geen industrial, geen noise, geen hardcore, geen postmetal of post-whatever, al zijn al die stijlen wel aanwezig. In combinatie met de al even extreme projecties (die intussen ook schering en inslag zijn bij vergelijkbare bands) leidde het tot een performance die zelfs voor volk dat al een en ander gewoon is over the top kan zijn. Er staat en stond geen maat op Neurosis.

Vanaf het moment dat de titeltrack van het te verschijnen Given To The Rising werd ingezet, wisten we dat dit iets bijzonder zou worden. De band speelde niet meer dan een tiental songs, maar het waren stuk voor stuk amper verteerbare brokken onheilsgedonder die gebracht werden op leven en dood. Inderdaad, wat Scott Kelly en Steve Von Till doen kan best omschreven worden als "je longen eruit brullen", maar binnen de context van het groepsgeluid past dat perfect. Het is het geluid van de hel op aarde, van uitzichtloosheid, zwartgalligheid, pijn en mistroostigheid, maar de immense focus en intensiteit van de band zorgde ervoor dat het concert een eucharistieviering-annex-duivelsuitdrijving was, eentje die de luisteraar sufgeramd achterliet. Door de grandioze, ultra-heavy sound lijkt het de band te ontberen aan dynamiek, maar die was er wel degelijk. Zo werd er tijdens "Burn" (uit hun vorige album The Eye Of Every Storm) gespeeld met textuur op een manier die je niet hoorde op de oude albums, terwijl het getormenteerde "A Season In The Sky" even zorgde voor een rustpunt.

Geen enkele band speelde tijdens het optreden van Neurosis, en dat was maar goed ook, want ze zorgden voor het meest confronterende hier en nu dat we in lange tijd meemaakten. Niet enkel omdat het zo luid en donker was, maar omdat het je verplichtte stil te staan bij tot wat een band in staat is. Naar dit optreden kijken, of beter, het meemaken, was dan ook geen vrijblijvende activiteit. Wie niet bereid is om met de band een emotioneel uitputtend parcours af te leggen is gedoemd om zonder pardon afgerammeld te worden en achter te blijven in walging. Wie bereid is om zich te laten meevoeren door hun verwoestende storm blijft al even verbouwereerd achter, maar is wel een knoert van een ervaring rijker. We houden van het gewelddadige en/of immense kabaal van Unsane, Slayer, High On Fire, Part Chimp en SunnO))), maar geen van die bands slaagt erin zo’n totaalomvattende show neer te zetten. "Water Is Not Enough" naaide de ene climax aan de andere, en "Left To Wander" mondde uit in een kolkende finale waarbij we onszelf amper nog onder controle hadde.

Het hoogtepunt werd echter bewaard tot het laatst: "The Doorway", al een monsterlijke song op Times Of Grace, hun meesterwerk uit 1999, was de laatste duik in een stinkende hete pekpoel. De vijf explodeerden simultaan, gitaren, drums en keyboards zorgde voor een totaalgeluid dat enkel als apocalyptisch kan omschreven worden. Geweld klonk nooit zo persoonlijk. Twee dagen later zijn we nog niet bekomen van deze queeste, de meest onthutsende ervaring die we in jaren voor een podium ondergingen. En het werd meteen ook duidelijk waarom deze band zo weinig concerten speelt. Dit meemaken op regelmatige basis, als muzikant of als luisteraar, overleeft geen mens. Dit was een optreden dat we nog altijd niet kunnen samenvatten met één adjectief.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 14 =