Axl Peleman :: Dagget Wet

Het Nederlandstalige lied kent sinds kort een nieuw en zich aardig nestelend subgenre: dialectpop. De drievuldigheid Flip Kowlier (hij trapte de deur voor de nieuwe generatie open), de Fixkes (maken de Vlaamse nostalgiehype compleet) en Axl Peleman wordt steeds weer in een adem genoemd. Al valt Axl Peleman helaas tussen schip en wal.

Peleman heeft een klein plaatje gemaakt (met een duurtijd van een dik half uur), met kleine, heel persoonlijke liedjes. De instrumentatie is sober (akoestische gitaar, een snuifje percussie, ukelele, harmonica en dies meer), de taal is uiteraard je reinste Antwerps, de onderwerpen Pelemans jeugdherinneringen, opinies en liefkozingen. Axl Peleman is een gelukkig man, en dat zingt hij met een brede smile voor al wie het horen wil. Wiens tenen van zo’n optimisme al gaan krullen, raden wij aan in een wijde boog rond dit plaatje heen te lopen.

De vraag rijst of er meer dan drie man en een paardenkop deze plaat überhaupt horen wíl. Zijn boodschap van multiculturaliteit ("’t Kiel is een Kleurdoos") is een magere herhalingsoefening van wat velen voor hem al hebben gedaan, zijn sneer aan het adres van Bush ("Aap met Plastron") staat bol van de clichés en "Giën Belang" is een instrumentaal niemendalletje dat titelgewijs weliswaar verraadt welke schandvlek op het prachtige Antwerpen over de hekel wordt gehaald.

Het was geen verlies geweest mochten deze nummers in het tuinhuis van Peleman gebleven zijn. Zijn ode aan zijn vrouw ("Dagget Wet") is an sich mooi, maar doet de luisteraar zich direct afvragen of hij daar allemaal wel zaken mee heeft. Dat effect is er nu eenmaal bij platen als deze, wanneer de songs muzikaal niet pakken of beklijven en het is dodelijk voor meer intimistische of persoonlijke platen. Daar kan de muzikale inbreng van Frank Vander Linden niets aan veranderen.

Tekenend is de nostalgietrip "Suzy Maske", over een jeugdliefde. Het nummer klinkt als een song van Pelemans vorige project Camden. Als je tekstueel niet verder komt dan "Ik hoop da gaa maa nog kent, ik zen dieje me z’n accent", is de vraag waarom de Fixkes dan wél de juiste snaar beroeren in een klap beantwoord. De mannen uit Stabroek slagen erin elke twintiger zich te laten herkennen in persoonlijke herinneringen, zonder onnozelheden en op een mooie melodie. Peleman doet net het omgekeerde.

Neenee, geef ons dan maar Wannes Van de Velde, die het Antwerpse dialect en de koekenstad zelf een lyriek en een muzikale pracht meegeeft die ze verdienen en die ze tegelijk zo universeel laat klinken. Geef ons dan maar de Fixkes, wiens tipjes van de sluier voor een volledige plaat minstens even veelbelovend klinken als de single. En we hadden nooit verwacht dit te moeten schrijven, maar Peleman kan zich misschien beter blijven uitleven op tv, want als muzikant laat hij ons steeds onverschilliger.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − drie =