Fat Cat Festival :: Ensemble, Songs Of Green Pheasant, Hauschka, Welcome, The Hospitals en múm, 3 febr

Voor de tweede keer kaapte het Engelse Fat Cat-label Kunstencentrum België voor een tweedaags labelfestival. Hoewel de staalkaart van verscheidenheid die werd gepresenteerd, overschaduwd werd door de vraag of headliner múm in zijn nieuwe bezetting overeind bleef, was er daarnaast toch één en ander van schoonheid te rapen. En múm: dat bleef zichzelf, en toch weer niet.

Op plaat is Ensemble vooral het geesteskind van de Canadees Olivier Alary. Voor zijn titelloos Fat Cat-debuut wist hij groten als Lou Barlow en Cat Power te strikken, vanavond staat hij er met een toetseniste-zangeres en een straffe drummer. Live mag het allemaal iets steviger dan op plaat en hoewel de nogal essentiële laptop (nochtans mac) het een paar keer laat afweten , laat de groep mooie atmosferische indiepop horen die in zijn dromerigheid aan Mew doet denken. In de gaten te houden.

Een twijfelgeval is Songs Of Green Pheasant. De groep rond singer-songwriter Duncan Sumpner brengt vrij traditioneel aandoende meewiegfolkpop, het mag al eens meerstemmig en een walsje kan er ook altijd in. Bij momenten lijkt er in bepaalde songs een breed aangezet, naar aanstekers en zwaaiende armen snakkend Coldplay-nummer schuil te gaan, maar dat wordt nooit zo uitgespeeld. Hier zijn rustige mensen zonder wereldverbeterende ambities aan de slag. Jammer dat ook de muziek in de mindere momenten net zo gezichtsloos aandoet.

Hauschka — ofte: Volker Bertelman — is dan weer compleet mee met de tijdsgeest die decreteert dat post-klassiek de muziek van de toekomst is (ja, wij komen al eens in de juiste cafés – zij het dan enkel om te pissen). De geschoolde pianist bewerkt zijn toetseninstrument tot een "prepared piano" en ontpopt zich in Zaal België als een soort Wim Mertens voor alternativo’s. Minimalisme is het codewoord, maar gekke geluidjes geven hem zijn eigenheid. Een bezwerend concerto voor gesaboteerde piano.

Twee seconden lang vragen we ons tijdens Welcome af of we hét niet vatten. Of we wel de genialiteit zouden doorhebben als we zonder voorkennis Nirvana tijdens een caféconcert zouden tegenkomen. Het antwoord: ja, goeie songs herken je altijd, en Welcome heeft zelfs geen halve mee. We herinneren ons met plezier de rockmuziek uit de vroege jaren negentig, deze groep die zelfs een halve Pixiesriff recycleert vergeten we liever.

Dan liever de revelatie van het Fat Catfestival, al denkt een leeglopende zaal daar anders over. The Hospitals: twee drums, twee gitaren, en veel delay. Fuck songstructuur, dit is Nirvana’s "Endless Nameless" gecovered door een Animal Collective dat het distortionpedaal heeft ontdekt. Dit is: een dansbaar trashfest, aanstekelijke destructie. Wat we al lang vergeten waren dat punk eigenlijk was. Haal hun "I’ve Visited The Island Of Jocks And Jazz" in huis en herontdek hoe teringherrie ronduit fijn kan zijn.

Clapton

Een kleine schokgolf ging door het elfjesminnende deel van de bevolking toen het nieuws uitkwam dat Kristín Anna Valtýsdóttir múm zou verlaten. Het kindvrouwtje voelde de bui hangen en samen met de hippe muziekliefhebber die de vinger aan de pols van de tijd heeft maakte ze de overstap van elektronica naar de new weird folk onder het solo-alias Kria Brekkan. Voor de petite histoire: en passant trouwde ze ook even Avey Tare van Animal Collective en verhuisde ze naar New York. Benieuwd naar wat volgt.

Aan múm-kernleden Gunnar Örn Tynes en Örvar Þóreyjarson Smárason om te bewijzen dat ze ook zonder de nogal aanbeden frontvrouw kunnen. Dat kunnen ze, zo blijkt al snel, maar er lijkt één en ander duchtig veranderd. Wég is het waas van mysterie dat over múm hing. Tynes put zich uit in flauwe grapjes tussen de nummers door — hell, het simpele feit dat er communicatie met het publiek is, is al nieuws — er kan zelfs een dansje met idiote maskers af. Voor het eerst lijkt múm een band, meer dan een soort van kunstproject. Alsof ze bevrijd zijn van een arty keurslijf.

Vijf jaar geleden maakte de groep in Zaal België zijn debuut op de Belgische podia, vanavond is een symbolische nieuwe start. Opnieuw moet de groep opboksen tegen het geroezemoes aan de bar, opnieuw dient het publiek overtuigd te worden. Al valt dat laatste wel mee, want al de hele avond is een zekere idolatrie niet van de lucht.

Muzikaal is er niet veel veranderd, al klinkt het nieuwe materiaal organischer, minder door elektronica gedreven. De speelse sfeer op het podium brengt de groep echter in het vaarwater van CocoRosie. Dit is een nieuwe band, die het graag luchtig en open houdt. Wanneer de groep een onherkenbare cover van Eric Clapton inzet weet je: alles kan, wat vroeger niet mocht. Met verstaanbare zang wordt zelfs "Oh How The Boats Drift" van op Summer Make Good een toegankelijke folkballad.

Deze groep heeft haar oude imago afgekrabd, is verveld tot iets nieuws. Het is maar de vraag of het ook op plaat zal werken, maar live kan deze groep nog steeds begeesteren. Natuurlijk: het mysterieuze is weg, de dreiging is opgeborgen. Het mes achter de rug van de voedster bleek gewoon een misleidende schaduw, de zee is weer rustig. Múm is enkel "mooi". Afgaand op zaterdag lijkt dat nog steeds genoeg te zijn.

DE FOTO'S

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 3 =