Ok Go :: Oh No

De meest onweerstaanbare danspasjes en de met voorsprong goedkoopste en origineelste clip van 2006 hadden ze bij OK Go al (ja, die met de loopbanden, en ja, nog steeds een topper op YouTube), maar zouden ze ook de indrukwekkende muziek in huis hebben om de gimmick te overstijgen? Zoals zo vaak het geval is in het leven, zijn te hoge verwachtingen niet gerechtvaardigd.

Het succes van groepjes op MySpace en zijn beeldtegenhanger YouTube bewijzen het dag na dag: een hoge vlucht als muzikant begint steeds vaker op het wereldwijde web. Het powerpopkwartet Ok Go had al snel door dat noch miljoenenbudgetten, noch Pamela Anderson (too bad, Kanye West) vereist zijn om furore te maken met een clipje. Met de heerlijk onnozele danspasjes in de achtertuin in de video voor de eerste single “A Million Ways” had de groep uit Chicago al een hit te pakken op internet, maar ze groeiden pas echt uit tot de lievelingen van YouTube met de beelden bij “Here It Goes Again”. De clip waarin de groepsleden een hoogst silly choreografie ten beste geven met behulp van acht loopbanden, werd maar liefst acht miljoen keer opgevraagd — as we write misschien al negen miljoen keer. De huurprijs van acht tweedehandse fitnesstoestellen, een digitale videocamera en een etentje voor de zus van het groepslid bij wie de opnames plaatsvonden, meer investeringen waren niet nodig om in de spotlichten te geraken.

Het over een nieuwe (lees: mediagenieke) boeg gooien, bleek geen overbodige luxe, want met het titelloze debuut uit 2003 vol Queen-afkooksels werden niet bepaald potten gebroken. De afgelikte sound van het debuut wordt op de opvolger ingeruild voor een snediger en stevig rockend geluid, en dat loont. De voortjakkerende rock-‘n-roll en de new-wavegitaren spatten op Oh No lekker uit de boxen, het vakkundige werk van producer Tore Johansson, ook de man achter de knoppen bij het debuutalbum van Franz Ferdinand en de hits van The Cardigans. Op de productie valt niets aan te merken, maar jammer genoeg houdt het goede nieuws daar al op.

Een goede producer kan een fout boeltje wel wat rechttrekken en oppoetsen, maar een gebrek aan inhoud valt niet zo makkelijk te camoufleren. De dertien songs van Oh No zijn weliswaar instant meezingbaar maar helaas ook instant vergeetbaar. Er één gehoord hebben is meteen het volledige album kennen. Op een goed idee teren en het uitmelken is op zich niet eens zo erg, maar het probleem van de groep is dat zelfs dat ene idee niet zo goed is. Datgene waar we in de solden zo op kicken — drie halen, twee betalen — valt hier wel heel hard tegen.

Aan de energie die in de songs gebald zit, kan het nochtans niet liggen. Van de knetterende gitaren in “Invincible”, de frenetieke bas en drum in “Television, Television” tot de disco-meets-Clash-beat in “A Million Ways”, het knettert en vonkt vanjewelste, gaat allemaal verbazend goed vooruit, maar laat nooit een blijvende indruk na. Het predikaat “best wel leuk” wordt nooit overstegen. We zijn van goede wil, maar dat we in “A Good Idea At The Time” een antwoord moeten horen op de Stones-classic “Sympathy For The Devil”, parodiërende ‘ooh-oohs’ incluis, is na tweeënveertig minuten eenheidsworst iets te veel van het goede.

Schoenmaker, blijf bij uw leest. De oude gezegdes dragen nog steeds een kern van waarheid in zich. Met entertainende clips mag Ok Go zich naar hartenlust inlaten, maar er full cd’s aan vastbreien hoeft voor ons zo nodig niet.

Ok Go speelt op vrijdag 23 februari in de AB. Het concert is uitverkocht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien + 17 =