Black Ox Orkestar :: Nisht Azoy

De Partizanen van Constellation Records hebben er een druk jaar
opzitten. Naast een verhuis en een uitgebreid tourschema voor A
Silver Mt. Zion wisten ze ook nog eens een aantal ijzersterke
platen uit te brengen, waaronder albums van Lullabye Arkestra,
Hrsta en Carla Buzolich. In de komende maanden wordt ook de nieuwe
Do Make Say Think op ons losgelaten, dus hun momentum kan nog even
blijven duren. Naast de reeds vermelde artiesten, kregen ook enkele
minder bekende namen de kans een breder publiek te bereiken,
waaronder ook het lokale (met lokaal bedoelen we ‘uit Montreal’)
Black Ox Orkestar.
Dat ze als groep niet erg bekend zijn, wil niet zeggen dat de leden
nog niets op hun kerfstok zouden hebben. Allemaal hebben ze
ervaring binnen de jazz- en postrockscenes van Montreal. Meer nog,
drie van hen mochten reeds in A Silver Mt. Zion functioneren. De
groep, met als pseudoleider Scott Levine-Gilmore, kwam reeds in
2000 samen met slechts één doel voor ogen: muziek maken gebaseerd
op de Joodse traditie, en van daaruit een eigen sound te bouwen.
Hun debuut ‘Ver Tanzt’ bleek, ondanks de onvermijdelijke intrige,
geen bom van een cd te zijn, maar met ‘Nisht Azoy’ gaat het wél de
goede richting uit.

‘Ver Tanzt’ had waarschijnlijk meer te danken aan traditionele
klezmerinvloeden, terwijl ‘Nisht Azoy’ eerder een eigen pad
bewandelt, en ook zeer emotioneel geladen uit de hoek komt. Het is
alvast een zeer intrigerende mengeling geworden van ‘invloeden uit
oost en west.’ Neem nu de opener, ‘Bukharian,’ iets wat we met een
tikkeltje voorzichtigheid ‘ethnopostrock’ zouden kunnen noemen. De
ingetogen klaagzang van een volk manifesteert zich reeds hier (het
ruwe geweld volgt later op het album). Traditionele percussie en
interessantere snaarinstrumenten (zoals de saz) vind je er ook in
terug. Levine-Gilmore is trouwens de persoon die het meeste werk
lijkt te leveren; hij is alvast een multi-instrumentalist in hart
en nieren, en is, behalve dan op één track, ook de enige zanger op
deze plaat.
De voertaal is overigens het Jiddish, wat de inhoud van de nummers
vaak onduidelijk maakt. Dit is echter van secundair belang,
aangezien de muziek op zich de show weet te stelen. ‘Violin Duet’
is een eerder traditionele klezmersong zoals wij ze kennen, maar
dan met een uitgerokken introductie van een minuut of drie. ‘Ikh
Ken Tsvey Zayn’ is dan weer interessant om zijn mengeling van hoge
(traditioneel Joodse?) emotie en een post-rockjam met een westers
instrumentarium.

De tweede helft van ‘Nisht Azoy’ geeft ook ruimte aan
blaasinstrumenten, zoals bij het instrumentale ‘Ratsekr Grec’,
alwaar trompet en klarinet, vergezeld van saz en percussie het roer
overnemen. ‘Tsvey Taybelakh’ herenigt deze formule met een viool en
de stem van Levine-Gilmore. Na ruimschoots vier minuten resulteeert
dit in een zigeunerjam, wat gezien de uitgerokken lyrische
interventies van Levine toch een van de verrassende momenten op het
album blijkt te zijn.
De laatste twee tracks op ‘Nisht Azoy’ zijn waarschijnlijk ook de
sterkste. De westerse invloeden zijn vaak ver te zoeken, maar
duiken op verrassende manieren nu en dan toch op. In de emotionele
afsluiter ‘Golem’ bijvoorbeeld, krijgt de melodie plots een
onverwachte wending krijgt, en horen we reverb te op een viool, een
trucje dat spookachtige verwijzingen laat opdoemen naar huidige en
reeds vergane post-rockformaties.

Dit alles wijst vooral op een sterke tweede poging voor het
Canadese viertal, en naast een heel gedetailleerd album, is ‘Nisht
Azoy’ vooral een mooie en vaak pakkende plaat. Wie zin heeft in een
Joods avontuurtje mag dit alvast niet aan zich voorbij laten
gaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + acht =