Phelan Sheppard :: Harps Old Master

"The Shire" ofte "Gouw" waarvan Tolkien droomde en waar hij een van zijn beroemdste creaties, de Hobbit, liet wonen, is het prototype van het landelijke Engeland. Pastoraal, bucolisch en herderlijk zijn dan ook de termen die het beste passen bij dit landschap.

Het kan bijna niet anders of Phelan Sheppard droomde zelf weg bij Tolkiens beschrijving van de gouw wanneer hij Harps Old Master schreef. Phelan Sheppard is, of beter: zijn Keiron Michael Phelan en David John Sheppard, die in het verleden onder de naam State River Widening opereerden en onder hun eigen naam vier jaar geleden O, Little Stars uitbrachten. Met Harps Old Master en een licht gewijzigde groepsnaam debuteren ze nu op het Leaf-label, al klinkt hun muziek niet zo gek veel anders.

Op Harps Old Master is evenwel duidelijk te horen dat Phelan en Sheppard door de jaren heen als componisten gegroeid zijn. De soms weelderig gearrangeerde songs die vooral in lieflijkheid uitblinken, klinken dan ook beter dan voorheen en weten de luisteraar een album lang langs vredige weiden en rustige stroompjes te leiden, zonder dat er ooit ook maar enige vorm van gevaar dreigt.

Omdat een overdaad aan pastorale rust ook enerverend werkt, weeft het duo door verschillende songs netjes enkele andere invloeden, maar die verstoren de kalmte nergens. Zo mag "Broken In The Wrong Places" een licht funkende baslijn toevoegen om het geheel een vage triphopsfeer mee te geven. "Tiarno" wordt overgoten met een postrockachtige gitaarlijn die nergens de strijkerspartijen voor de voeten loopt. Geen enkel instrument spreekt een ander tegen, en elke uitbundige emotie of plotse uitbarsting wordt geweerd. Dat de song zich toch wonderwel ontplooit, getuigt dan ook van meesterschap.

Dat meesterschap wordt nog duidelijker in "Parachute Seeds", dat een dreiging in zich draagt die haast onopvallend voorbijtrekt. De elektronische toets zorgt voor een onderhuidse vervreemding die zich slechts aan de aandachtige luisteraar kenbaar maakt. Een vleugje indietronics komt in "Water Clock" naar voren, al zijn het opnieuw de verschillende strijkers en akoestische gitaar die, in weerwil van een stotterende ritmesectie, alle aandacht opeisen. "Collapsing Cat" speelt het grillige buitenbeentje maar blijft toch netjes binnen de lijnen kleuren. Een beetje gek is al gek genoeg.

In de andere nummers gaat het er zo mogelijk nog lieflijker aan toe. "Lady Never City" zweert bij akoestische gitaren waartussen enkele dolende strijkers en afwezige kreten zweven om de rust toch niet te dominant te maken. Het eerste nummer, "Hazel Wand", klinkt zelfs als een welkomstlied voor de Gouw en met het zonnige "Weaving Song" laten Phelan en Sheppard horen hoe goed het leven daar wel niet is. Strijkers, gitaren, percussie, blazers en zelfs een menselijke stem dragen bij tot een sfeer van zalige vermoeidheid en gelukzalige vreugde.

"The Plantagent Whore" neemt de indommelende luisteraar zacht in de armen en voert hem naar de mythische oorden van "Oriental Star" dat een tapijt van dromerige blazers uitspreidt waarop strijkers, gitaren en Oosterse percussie zich neervlijen. Tijdens "Anuncios Perfumados" fluistert een mysterieuze schone in vloeiend Spaans de meest lieflijke woorden. Net als bij "Collapsing Cat" vormt de muziek de achtergrond waartegen de stem zich aftekent.

Phelan en Sheppard beheersen hun metier meer dan ooit tevoren en creëren met dit album een dromerige plaat die vooral in de avonduurtjes voor de nodige relaxatie kan zorgen. Het klinkt nergens gewaagd of gedurfd maar dat is ook niet de bedoeling. Harps Old Master bekoort en vleit zonder ooit op de voorgrond te willen treden of te choqueren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + tien =