Thomas Blondeau :: eX

Met zijn roman eX, over een generatie jongeren die bekendheid en beroemdheid najagen ondanks de leegte in hun leven en over de rol van de massamedia daarin, levert de in Nederland wonende Vlaming Thomas Blondeau een sterk, opvallend en verrassend debuut af.

Het aanstormende literaire talent Thomas Blondeau (Poperinge, 1978) ruilde als student Leuven in voor Leiden, waar hij zijn studies hervatte en in een literaire kring rond Ilja Leonard Pfeijffer terechtkwam. Dat wierp zo zijn vruchten af, want met de vele, waarvan sommige bekroonde, kortverhalen die hij voor literaire tijdschriften schreef, schepte hij hoge verwachtingen. Zijn eerste roman, eX, heeft deze bevalling dan ook goed doorstaan.

eX is het verhaal van drie jonge Vlaamse kerels (David, Franky en Xander), die eind jaren negentig op zoek zijn naar enige betekenis en erkenning in het leven. Hun dagelijkse door-het-leven-sleuren kenmerkt zich door een gevoel van leegte en het beleven van een negatief toekomstbeeld. Het contact met Halcia, een tv-medewerkster, brengt daar verandering in wanneer blijkt dat deze Russische schone een geënsceneerde cultuurdocumentaire wil maken over het vernielen van tuinkabouters, waar de drie zich schuldig aan hebben gemaakt. Gebeten door de actie en door de maatschappelijke verandering richten ze het ’Esthetisch Affront’ op. Het is een kunstguerrilla die zich tegen de schijn en tegen de geïndustrialiseerde lelijkheid keert. Bij een laatste ultieme actie van verzet, het vernielen van zandsculpturen, loopt het echter verkeerd af: ze worden betrapt en Halcia blijkt vermoord te zijn. Deze onopgeloste moord wordt een echte mediahype, waar David handig misbruik van maakt om zichzelf in de schijnwerpers te plaatsen.

De kracht van deze roman ligt in de geslaagde poging om de toets met de realiteit aan te gaan en in de karakterisering van de personages. Zoals iedere generatie revolteert tegen de vorige generatie, zo brengt Blondeau een groepje jongeren ten tonele die de leegte bestrijdt en een complot smeedt tegen de spektakelmaatschappij. Ze geloven in de revolutie en een betere wereld en het wordt een ’wij tegen zij’, een weerzin tegen de clichés, een dadaïstisch getint, artistiek engagement. Ook de media wordt een spiegel voorgehouden. Vlaanderen werd eind jaren negentig gekenmerkt door stille marsen, massahysterie en straatinterviews. Vele media scheppen het geloof dat in de spotlights staan iets kan betekenen, een identiteit kan bepalen. Hierdoor ontstaat het verlangen via deze weg iets te worden in deze wereld, extra glans te krijgen. Het is echter jammer als dit de enige manier wordt.

De hoofdpersonages zijn altijd ’lost’ en onaardig. Echt goed loopt het niet met ze af, maar ze verworden tot ’accidental heroes’. Omdat de personages zo monolitisch beschreven zijn, doen ze je iets, ze laten ze je niet meer los, je kan er niet om heen.

Opvallend in dit debuut is enerzijds het banaliseren van de thema’s in de Vlaamse romans (opgroeien in Vlaanderen, pedofiele priesters, strenge opvoeding …) en anderzijds de aansluiting die Blondeau zoekt bij de wereldliteratuur door er veelvuldig naar te verwijzen. Door alle leegte die de personages ervaren, ontstaat de indruk dat er in Vlaanderen echt niets gebeurt. Een uitzondering is dan natuurlijk wel de verschijning van Jeff Buckley in de slaapkamer van een cafébaas.

Verrassend is de verhaaltechnische keuze om in de opzet van een tragische, dramatische gebeurtenis niet het object van weerzin, maar onverwacht het object van affectie te laten sterven. Blondeau kiest ook voor een alwetende verteller die de lezer direct aanspreekt en door het verhaal loodst, vergelijkbaar met de cameraman bij een filmopname. Dat Blondeau ervaring heeft met het schrijven van korte verhalen blijkt uit de prachtig geschreven korte hoofdstukjes. Hij verweeft deze met een filmische schrijfstijl en een vlotte, plastische ritmiek aaneen tot een gestileerde roman, wat ons een ultieme leeservaring bezorgde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + 14 =