Sonic Youth, 11 december, Hallen Van Schaarbeek

De tijd van de wilde gitaaruitspattingen ligt al een tijdje achter ons, maar toch is Sonic Youth altijd een van de relevantste rockbands gebleven. Jammer genoeg vertoont de band live meer een up en down patroon dan op plaat. Het concert in de Hallen Van Schaarbeek was dan ook kantje-boordje.

Weinig bands bogen op een carrière van meer dan twee decennia waarin eigenlijk geen creative inzinking te ontwaren valt. Sonic Youth is één van de groepen die zo’n indrukwekkend palmares kan voorleggen. Een half jaar geleden verscheen met Rather Rippedde laatste reguliere studioplaat, misschien niet zo’n indrukwekkend werkstuk als klassieke albums als Sister of Dirty of het recentere Sonic Nurse, maar desalniettemin een meer dan behoorlijk album. Al tourt de band minder intens sinds Kim Gordon en Thurston Moore een spruit op de wereld gezet hebben, de groep komt nog steeds elke plaat live voorstellen. Dat kan vrij letterlijk genomen worden: in tegenstelling tot concerten van generatiegenoten, ligt de nadruk bij een Sonic Youth-concert op de laatste plaat en vormt het aandeel ouder werk doorgaans een serieuze minderheid.

Dat serieuze overwicht van de laatste plaat in de setlist, maakt dat de concerten van de New Yorkers kwalitatief vaak de lijn volgen van het meest recent uitgebrachte werk: zo was het concert vlak na de release van Sonic Nurse een intense ervaring die nog dagen bleef nazinderen. Dat Rather Ripped dat vorige album niet wist te evenaren, maakte dat een herhaling van de intensiteit van het concert op Feest In Het Park 2004 al bij voorbaat uitgesloten leek. Komt daar nog bij dat de band, aangevuld met
voormalig Pavement-bassist Mark Ibold, er zichtbaar vermoeid uitzag, wat vast ook zijn invloed had op de liveprestatie. Het was zelfs aandoenlijk Kim Gorden een bemoedigende aai te zien geven aan Thurston Moore bij het begin van de bissen. Dezelfde Thurston Moore die, ondanks zijn leeftijd, zijn slungelachtige cool nog steeds heeft weten te bewaren, al maakte hij gebruik van grote kartonnen spiekbrieven met zijn lyrics, iets dat behoorlijk ontnuchterend was, al hopen we dat de vermoeid ook hierbij aan de oorsprong ligt. Het was in ieder geval geruststellend vast te stellen dat de man zelden of nooit zijn geheugensteun raadpleegde.

Geheugensteun of niet, er leek leek er behoorlijk wat routine aanwezig te zijn. “Incenerate” wist goed noise en melodie tot een geheel te smelten, maar wanneer je dacht dat er een climax kwam, bleek het slechts een vonk te zijn in plaats van een steekvlam, een probleem dat ook in “Turquoise Boy” opdook. Kim Gordon wist je in dit nummer met haar stem in de zevende hemel te krijgen, zo zwoel en overtuigend klonk ze, maar wanneer je verwachtte instrumentaal van je sokken geblazen te worden, speelde Sonic Youth op veilig en leek er maar weinig over te zijn van de band die ooit niet op een trommelvlies meer of minder keek. Zelfs in het door Lee Ranaldo gezongen “Eric’s Trip” leek de oude vlam niet meer aanwezig te zijn, ondanks de de hardnekkigheid waarmee Moore met een drumstick op zijn gitaar te keer ging.

Het was pas met de gitaardialogen in “Jams Run Free” dat het nieuwe materiaal zijn kracht begon te tonen en wanneer het grotendeels instrumentale “Pink Steam” weerklonk, leek de muziek zelfs in harmonie te zijn met de projecties op de achtergrond en werd je eindelijk van de grond getild. In het afsluitende “Or” veegde de groep helemaal de laatste twijfels van tafel. Nog nooit hoorden we een publiek zo stil wezen tijdens een Sonic Youth-concert. In de bissen waren het vooral oudjes “Shaking Hell” (uit Confusion Is Sex!) en het van een grondige, ouderwetse noise-outro voorziene “Teen Age Riot” die er voor zorgden dat deze passage van de New Yorkers toch bleef hangen als een geslaagd concert, al was het dan –zo gaan die dingen– niet legendarisch, deze keer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × twee =