Nomeansno :: 9 december 2006, 4AD

"How fucken old are Nomeansno? Give it up granddads" staat niet alleen op de muur van een toilet te lezen maar ook op de hoes The People’s Choice, de best of-cd van Nomeansno. Al heeft drummer-zanger John Wright er in de gekende Nomeansno-stijl "That’s ’great granddad’ to you fucker!" onder geschreven.

De hoes geeft onmiddellijk twee zaken terug die onmiskenbaar met Nomeanso verbonden zijn: de heren zijn stokoud naar punknormen (het trio haalt samen gemakkelijk honderdvijftig jaar) én de groep heeft een (zwart) gevoel voor humor dat elk album en elk optreden onvergetelijk maakt. De krasse knarren kunnen dan ook op een hondstrouw publiek rekenen die op zo goed als elke show van de Canadezen aanwezig zijn.

Ford Pier heeft deze keer het geluk en het ongeluk te openen voor de groep. Pier, een persoonlijke vriend van Nomeansno, trad in het verleden al als soloact op maar brengt voor deze tour een bassist en drummer mee, die beiden niet onder hoefden te doen voor Pier in het trekken van de meest bizarre smoelen. De poppunk van Pier draagt elementen van Sugar, Hüsker Dü en zelfs een vleug Fugazi in zich maar slaagt er niet in om verder dan best wel goed te geraken.

Nomeansno heeft in het verleden zo goed als nooit tweemaal dezelfde show gespeeld en greep bij elk optreden steevast terug uit de rijk gevulde backcatalogue. De vraag was dan ook in hoeverre de groep deze maal uit het nieuwe album All Roads Lead To Ausfahrt zou plukken en welke publieksfavorieten aan bod zouden komen. Met een ijzersterke "The Graveyard Shift" uit One wordt het optreden gestart waarna met "Mr In Between" een eerste nieuwe nummer aan bod komt. De groep brengt daarna echter verrassend genoeg het wat mindere en stokoude "Beauty And The Beast" vooraleer opnieuw aan te sluiten bij de laatste cd met "In Her Eyes".

De nostalgietrip wordt evenwel opnieuw ingezet met "No Sex" van het debuut, waarna andere oudjes zoals "Gimme The Push", "The Night Nothing Became Everything" dat prachtig overvloeit in "Happy Bridge" en "The Tower" volgen. Een trio van nieuwe nummers ("Heaven Is The Dust Beneath My Shoes", "Mondo Nihillisimo 2000" en "The Hawk Killed The Punk") wordt gevolgd door "I Gotta Gun" en "I Can’t Stop Talking" waartussen — vreemd genoeg — "Dark Ages" gegooid wordt. De set wordt afgesloten met opnieuw drie nieuwe nummers ("I’m Dreaming And I Can’t Wake Up", "’Till I Die" en "Slugs Are Burning").

Het is een vreemde en sterk punkgerichte set die zwaar leunt op het laatste album, maar dat weerhoudt het publiek er niet van om de groep terecht terug te roepen voor drie bisrondes, die — gek genoeg — aftrapt met "Predators" waarna klassiekers als "Big Dick", "Rags And Bones", "The Fall" en een knap uitgesponnen "Now" aan bod komen. Dat de groep zich duidelijk rot geamuseerd heeft, wordt duidelijk wanneer in de derde bisronde een Hanson Brothers-nummer ("We’re Brewing") van stal gehaald wordt.

In een kleine twee uur tijd heeft Nomeansno niet alleen het leeuwendeel van het nieuwe album er doorgejaagd maar ook verschillende oude nummers die live niet zo vaak aan bod kwamen. De eigenzinnigheid van de groep is legendarisch en maakt samen met het vakmanschap en de vele verbale steekpartijen tussen de groepsleden deel uit van de totaalbeleving. Toch heeft de groep in het verleden al betere optredens gebracht.

Hoewel het spelplezier nog steeds uit alle poriën stroomt en de onderlinge plaagstoten nooit incrowd worden, haalt de groep immers niet het niveau van de vorige tours. In belangrijke mate is dit toe te schrijven aan een set die te zwaar leunt op de punknummers en daardoor minder afwisseling biedt dan normaal. Dat zelfs een mindere show van Nomeansno naar normale normen geniaal genoemd mag worden, verandert niets aan het lichtjes onbevredigend gevoel dat achterblijft. Maar dat is volledig aan de groep te wijten, hadden ze hun standaard maar niet zo hoog moeten leggen, de oude zakken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + 13 =