Benoît Pioulard :: Précis

Het purisme is al lang uitgebannen in de muziek. Slechts diehardfans van subculturen zweren nog bij zuivere klanken waarin geen enkel andere invloed gehoord mag worden dan die uit de canon. Maar het is al lang een achterhoedegevecht, want wat goed is, is goed.

Groepen als The Notwist en Hood incorporeerden electro in hun (zachte) rocksongs en zetten zo het fenomeen van de indietronics op de kaart, waarbij het verstorende karakter van elektronische geluiden gekoppeld werd aan dromerige pop- of rocknummers. De nadruk bleef evenwel liggen op het rockkarakter. Op Précis sluit Benoït Pioulard hier nauw bij aan, al horen sommigen ook de invloed van shoegazers en "laptop pop" in de nummers, wat gezien de meer dissonante toon van de songs, niet eens zo gek bedacht is.

Précis tast dan ook veel meer de grenzen van het geluid af dan pakweg Hood. Zo valt in "Together & Down" duidelijk een zachte popsong te horen maar verbergt Pioulard die wel achter verschillende klanklagen. De gelaagdheid van het nummer verbergt doelbewust de grandeur die erin schuilgaat. "Triggering Back" vormt hierop de perfecte antipode door de akoestische gitaar en zachte stem volledig naar de voorgrond te duwen en de onbestemde klanken slechts met mondjesmaat toe te laten. De productie zorgt evenwel nog steeds voor een gevoel van vervreemding.

Ook "Palimend" wil vlot in het oor liggen maar zoekt veel meer een gulden middenweg tussen soundscapes en song, door aan beide evenveel ruimte te bieden: een popsong zonder referentiekader. Een kader dat trouwens wel terug te vinden is in "Sous La Plage", dat handig het geruis en geklik naar de achtergrond weet te verbannen, zodat het wel lijkt alsof die "storende" klanken zich alleen in het hoofd van de luisteraar bevinden. Een lichte vorm van paranoia zoekt zijn weg naar buiten.

"Platter" maakt er veel minder woorden aan vuil: de ondertussen al gekende klanken ruimen geen baan voor de (akoestische) gitaar maar dulden haar ietwat nukkig naast zich, de detente zet zich slechts moeizaam in. "Ash Into The Sky" is een overwinning voor de indietronica, die zich hier zonder schroom ongehinderd kenbaar mag maken. De achtergrondgeluiden zijn dan ook op te vatten als niet meer dan achtergrondgeluiden, zelfs al leggen ze het fundament voor de song.

"Ext. Leslie Park" kiest voor beelden bij nacht en ontij, zelfs al zweert het muzikaal bij de gekende ingrediënten van zang, gitaar en (analoge) field recordings. Meer dan het instrumentarium bepaalt de sfeer hier welke richting de song uit zal gaan. Nergens wordt dit duidelijker dan in "Moth Wings" (David Lynch goes ragtime), "R. Colouring", "Coup De Foudre" of het aanzwellende "La Guerre De Sept Ans", die niet meer willen oproepen dan een gevoel van beklemming.

In "Corpus Chant" vermag het allemaal niets, de opgewekte gitaar kan de gespannen zenuwen niet tot rust brengen. De auditieve vrede verbergt nauwelijks dat er een storm woedt. "Alan & Dawn" hebben zich dan ook bij hun lot neergelegd, het onvermijdelijke is niet te ontvluchten. De boodschap uit "Hirondelle" is echter een pak moeilijker te ontcijferen, maar de openbaring gaat niet altijd via het verstand en niet alles laat zich in woorden vatten. Soms volstaat een begrijpend zwijgen. "Needle And Thread" wil echter niet zwijgen en toont in doen en laten dat er meer aan de hand is.

Achter het pseudoniem Benoït Pioulard schuilt de eenentwintigjarige Amerikaan Thomas Meluch. Na jaren actief geweest te zijn in allerlei (post)rockbandjes lijkt hij onder deze naam een eigen stem gevonden te hebben. Précis is zonder meer schatplichtig aan de indietronica maar Pioulard/Meluch verbindt dit zozeer met loutere soundscapes dat het album op treffende wijze sfeer en song in elkaar laat overvloeien. Op Précis valt niet te zeggen waar het experiment stopt en de song begint. En d´t is waarschijnlijk de grootste verdienste van dit wonderlijke album.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 − twee =