Daan :: The Player

Vele dingen zijn fout fout: hooliganisme, het nationaal-socialisme,
Crazy Frog of het uitwerken van seksuele driften op huisdieren en
enkel het laatste zal straks wettelijk verboden zijn. Het is dan
ook een kunst om muziek te scheppen die goed fout is. De camp van
Scissor Sisters is aanstekelijk, de licht verwijfde trekjes van
Mew worden goedgemaakt door hun klassesongs en ook bij
Daan valt het doek van de stijve sérieux om een schouwspel van
kinderlijk enthousiasme te onthullen dat geen enkele Studio
100-productie kan bereiken bij een ouder publiek. Dead Man Ray-fans
die vonden dat de glimmende kitsch-pop van Daan al flirtte met de
wansmaak, blijven best mijlenver uit de buurt van ‘The Player’. Op
deze plaat laat Daan namelijk alle teugels van de ernst vieren en
is ‘losgehen’ het sleutelwoord. Op zijn paard rijdt Daan
als een cowboy die lak heeft aan alle conventies en verwachtingen
naar the Far, Gay West en niemand houdt hem tegen.
Beware, Nicole en Hugo!

Daan profileert zich op deze plaat niet als een stoere
player aan de West- of Eastcoast van de VS, maar als een
door en door Europese glamourboy met komische, aanstellerige en
zelfs misantropische trekjes. Deze Daan zou in de Bronx
waarschijnlijk ferm op zijn muil krijgen. Toch zijn wij geen
playerhaters want op dit album is verdomd fijne muziek te vinden.
De single kent en adoreert u waarschijnlijk al. Smerige beats,
lekkere synths, zanglijnen die zich als bloedzuigers vastzetten en
een trompetsolo die het nummer heerlijk doormidden klieft. ‘Mirror’
en ‘Deserter’ refereren nog enigszins aan Victory, maar laten de donkerte die deze plaat diep in
zich droeg achterwege. Op ‘The Player’ heerst de uitgelatenheid van
ABBA maar dan met vettere synths en beats en krijgt het meest poppy
werk van Depeche Mode een hilarisch randje aangemeten.

In bepaalde songs gaat Daan nog verder. In ‘Promis Q’ flirt hij
niet met de grens, maar valt hij vol overtuiging én met Duitse
tongval het land van de kitsch binnen. Geen Blitzkrieg, maar een
verovering van de camp met Sturm und Drang-allures is het
resultaat. “Komm in mein Kino, come drive my road”, zingt
Daan terwijl het vuur van de artistieke sérieux een paar emmers
knipogen over zich heen krijgt. Ook ‘Type Ex’ klinkt even naïef als
Joke Van De Velde die net een fles waarheidsserum achterover heeft
geslagen, maar het refrein is er niet minder onweerstaanbaar
om.

Alles op ‘The Player’ mag dan wel blinken als gepoetste
discoballen, soms komen we toch ook doorzichtig plastiek tegen.
Kitscherigheid gaat niet altijd gepaard met kwaliteit en wie een
plaat vol klassiekers als ‘Jamais Neutral’ of ‘Swedish Designer
Drugs’ verwacht, komt bedrogen uit. Zo is ‘OK’ lekker over the
top
, maar tegelijkertijd ook een draak van een nummer en
afsluitende songs als ‘1969’, ‘Mountains of Time’ en ‘Drama’ kunnen
niet de fenomenale catharsis van ‘Neverland’ als coda
teweegbrengen.

Hoewel ‘The Player’ niet evenveel parels telt als Victory, is het opnieuw een verslavende plaat
geworden, die zelfs houten klazen als Yves Leterme een glimlach op
het gelaat kan toveren. Net als David Bowie beschikt Daan over het
talent om de verschillende gradaties van muzikale sérieux als een
toonladder af te lopen en telkens met een schitterend resultaat uit
de bus te komen. Wij hebben ons alvast geamuseerd met ‘The Player’
en we hopen van u hetzelfde!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vijf =