Sophia :: ”De beste woonplaats, is de plaats waar je geliefden wonen”

Een artiest die — afgesleten laarzen aan de voeten, gitaarkoffer in de hand — door Brusselse steegjes doolt om uiteindelijk in een volkse brasserie plaats te nemen om te praten over zijn nieuwe plaat. Hoe cliché het plaatje ook lijkt, in het geval van Sophia-bezieler Robin Proper-Sheppard lijkt het vooral te kloppen.

De man heeft een woelig jaar achter de rug en het scheelde maar een haartje of Technology Won’t Save Us, ’s mans nieuwe meesterwerk, had het levenslicht nooit gezien. Na voorganger People Are Like Seasons sloeg de vertwijfeling toe, maar tijdens een verblijf in Hope House op het Britse platteland bleek Robin Proper-Sheppard nog een prachtplaat onder de leden te hebben zitten.

enola: Je hebt een tijdje in deze stad gewoond en bestelde zonet je drankje in het Frans. Kan je je in die taal uit de slag trekken?
Robin Proper-Sheppard: "Neen. Ik ken er net genoeg van om meisjes aan te spreken of een biertje te bestellen. (Lacht) Maar ik heb een jaar of drie hier in Brussel gewoond. Ik ben hier in 2001 vertrokken, maar mijn flat heb ik nog twee jaar gehouden, gewoon omdat ik absoluut niet zeker was of ik echt uit Brussel zou vertrekken."
"Tegenwoordig woon ik op het platteland, op een goede twee uur rijden van Londen. Daar heb ik het laatste jaar zitten schrijven en opnemen. Maar binnenkort trek ik terug de stad zelf in, vooral omwille van mijn dochter. Ze heeft pakweg drie keer per week ballet, ze doet toneel op zaterdag, Franse les op nog een andere dag. Haar agenda overschaduwt de mijne totaal."

enola: Je hebt best wat ervaring met wonen in verschillende steden. Welke raad je aan?
Proper-Sheppard: "Ik zou zeggen: de plaats waar je geliefden zijn. Je kan in de meest erbarmelijke plaats ter wereld zitten, maar zolang daar iemand is om wie je geeft, maakt dat allemaal niet uit."

enola: Bij het verschijnen van je vorige plaat, People Are Like Seasons, zei je tegen goddeau dat die plaat zo goed was dat je het ergste vreesde voor de opvolger.
Proper-Sheppard: "Dat meende ik op dat moment werkelijk. Toen People Are Like Seasons net af was, was het echt de beste plaat die ik ooit gemaakt had. Ik had voor het eerst het gevoel dat ik Sophia ten volle had benut: voordien was alles meer akoestisch en ingetogen en pas bij die plaat werd duidelijk dat er veel meer mogelijk is binnen Sophia."
"Deze plaat, Technology Won’t Save Us, was best een zware bevalling en in die zin is die voorspelling ten tijde van People Are Like Seasons uitgekomen. Ongeveer een jaar geleden zat ik in zak en as. Ik wist dat ik het materiaal absoluut niet had voor nog een Sophia-plaat, of toch niet voor een waar ik me goed bij zou voelen. Ik raakte er echt van overtuigd dat er geen nieuwe Sophia meer zou komen."
"Integriteit is altijd heel belangrijk geweest voor mij, eender bij welke groep het was dat ik muziek maakte. Als ik niet van mezelf weet dat ik 100% van mijn hart in de muziek gelegd heb, dan hoeft het helemaal niet. Behalve dan misschien bij The May Queens, maar bij die band was het expliciet de bedoeling dat het grappig zou zijn. Maar bij Sophia en The God Machine is het altijd voor de volle 100% menens geweest."

enola: Waarom was deze plaat zo moeilijk om te maken?
Proper-Sheppard: "Geen idee. Vorig jaar heb ik mijn flat in Londen opgezegd, er was niets dat me inspireerde en ik wist echt niet wat te doen. De eigenaar van Hope House, het plattelandshuis waar ik momenteel woon, deed me toen een fantastisch aanbod. ’In plaats van iets dramatisch te doen, Robin, en weer zomaar naar weetikveelwaar te trekken’, zei hij, ’waarom kom je niet naar dit huis, je mag er zo lang blijven als je wilt.Probeer gewoon met iets naar buiten te komen.’"
"Bij gebrek aan beter ben ik dan maar, met lichte tegenzin, op zijn aanbod ingegaan. Ik ben in Hope House ingetrokken, zonder zelfs ook maar een instrument mee te nemen. Ik bracht de tijd door met lezen, naar muziek luisteren en wandelen, maar dat laatste vooral uit noodzaak: het was een klein halfuur stappen naar het eerste dorpje. Na verloop van tijd begon de zwaartekracht langzaam terug greep op me te krijgen. Door het spelen van een kleine akoestische tour begon ik weer in te zien waarom ik muziek maak en zo ben ik langzaam uit het dal geraakt.

enola: Je hebt geen hulp van buitenaf ingeroepen?
Proper-Sheppard: "Dat de plaat er uiteindelijk toch gekomen is, is vooral dankzij Jeff (Townsin, Sophia-drummer, jvb). Hij dwong me echt naar de demo’s en de songschetsen te luisteren en wist me ervan te overuigen dat er een waardige Sophia-plaat inzat. Zonder hem was Technology… er nooit gekomen."
"Het is behoorlijk ironisch, want op de drums na speel ik op deze plaat alle instrumenten zowat zelf, maar toch heb ik het gevoeld dat dit de eerste groepsplaat is die ik maak sinds The God Machine. Altijd ben ik omringd geweest door muzikanten, maar ze hebben nooit zo in muziek geloofd als ik doe, behalve dan Jeff nu. Het was hij die geloofde dat we er iets speciaals van konden maken, het was hij die wist dat de nummers iets waard zouden zijn. Zoals "Big City Rot": Jeff heeft me bijna moeten smeken om dat nummer op de plaat te zetten. Ik zag gewoon niet in dat de nummers die we hadden goed genoeg waren."

enola: Weet je waar dat gebrek aan zelfvertrouwen, om het zo te noemen, plots vandaan kwam?
Proper-Sheppard: "Ik geloofde wel in mezelf, maar niet in de songs die ik had. Ik denk dat het succes van People Are Like Seasons daar veel mee te maken had. Die plaat heeft alle verwachtingen zwaar overtroffen, wat maakte dat ik voor mezelf zeer hoge eisen stelde voor de opvolger. Ik kon niet van de fans verwachten dat ze om het even wat zouden kopen en beluisteren gewoon omdat het Sophia is. Het zou niet eerlijk zijn nummers uit te brengen waar je zelf niet in gelooft. Je bedriegt niet alleen de mensen die je plaat kopen, maar ook jezelf. Het is als een pact sluiten met de duivel. En dat wou en kon ik echt niet."
"Jeff wist dat ik héél dicht was bij het opdoeken van de band en we hebben, na de akoestische toer, meer dan een maand heel intens aan de nieuwe songs gewerkt, iets dat uniek was sinds The God Machine, en door zijn inzichten is deze plaat er uiteindelijk toch gekomen."

"Hoe het hierna verder gaat, weet ik absoluut niet. Ik geloof in muziek en ik geloof in wat het met me doet en hoe het mijn gevoelens verandert, maar ik heb echt geen idee of er hierna nog een plaat komt. Technology Won’t Save Us was really fucking hard for me to make, but really. Ook na het maken van de plaat was ik nog een hele tijd onzeker. Ik zat in Duitsland voor interviews met Rolling Stone en al die bladen en eigenlijk zat ik daar maar. Er waren exact nul concerten geboekt op dat moment, ik had geen flauw idee of iemand de plaat de moeite van het beluisteren waard zou vinden, heel weird allemaal. Ondertussen is alles gelukkig een beetje bijgedraaid. De eerste reacties komen binnen en veel mensen vinden het de beste Sophia-plaat ooit. Oké, niet veel, maar toch al zeker vier mensen, maar goed. (lacht) Er zijn concerten gepland en ik wil echt de baan op om deze nummers te gaan spelen en te laten horen aan iedereen. Ik wil gitaren inpluggen en lawaai maken. Het mag subtiel lawaai zijn, maar het moet de moeite zijn, snap je? Ik wil niet dat toeschouwers achteraf denken: ’dat was Sophia-concert nummer zoveel.’"

enola: De inspiratie voor de titel van dit album vond je in een dramatische gebeurtenis voor de Britse kust: een vader en zijn zoontje die, bijna onder de ogen van de kustwacht, verdrinken. Hoe inspireert zoiets tot een instrumentaal nummer?
Proper-Sheppard: "Het nummer, of liever het basisidee, is reeds een viertal jaar oud. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat er tekst zou volgen. Maar elke poging die ik deed om er een tekst bij te schrijven, leidde tot niets, zodat we het instrumentaal lieten. Het was ook het enige nummer waarvan ik zeker wist dat het op de plaat moest staan. Technology… had een heel ander album kunnen zijn, met andere nummers en een andere volgorde, maar dit was hoe dan ook de openingstrack geweest. De titel is voor een stuk ironisch. Technologie kan ons wel redden, denk aan die medische dingen, of hoe het je leven soms gemakkelijker maakt. Maar af en toe blijkt technologie niet in staat mensen te redden, zoals de vader en zijn zoontje die verdronken hoewel de kustwacht vlakbij was en ze zelfs telefonisch in verbinding stonden. En technologie kan ons leven misschien wel simpeler maken, het zorgt er ook voor dat we minder over dingen nadenken. Neem nu sms-berichten. Daardoor is er heel wat romantiek verloren gegaan. Heelder relaties worden serieus op basis van enkele regeltjes tekst op een gsm. Je eindigt met wat je denkt dat een serieuze relatie is, maar je weet uiteindelijk zo weinig van elkaar als wanneer je elkaar bijvoorbeeld gewoon zou bellen. Ik weet niet hoe het bij jou zat, maar toen ik jong was, spendeerde ik soms vijf à zes uur aan de telefoon om met mijn vriendinnetje te praten. Ik vraag me af hoe zulke dingen bij mijn dochter gaan lopen als ze er de leeftijd voor heeft. Het is uiteraard zoals het is en er is niets aan te doen, vrees ik. Communicatie verandert, en op zich is dat goed, maar ook de basis van communicatie verandert en dat is jammer. Het is de uren aan de telefoon doorbrengen om met je liefje te spreken, goed wetende dat je elke cent die je hebt aan het opbellen bent, maar je wilt blijven praten. Dàt is romantiek."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien + een =