Cat Power

AB, Brussel, 4 november 2006

Hoewel ze verantwoordelijk is voor enkele van de beste platen van
het voorbije decennium, keek tot voor kort, op enkele die hard-fans
na, niemand echt uit naar een concert van Cat Power. Vaak stond
Chan Marshall te zat of te stoned op het podium waardoor vergeten
teksten, vroegtijdig afgebroken nummers, het verlaten van en zelfs
huilbuien op het podium eerder regel dan uitzondering waren. Eerder
dit jaar kwam dan toch de kentering: voor The
Greatest
nam ze invloeden van rhythm & blues op en nadat ze
haar soms weinig koosjere drankgebruik aanpakte, smeedde ze de
plannen voor haar meest professionele tour tot hiertoe. Samen met
de Memphis Rhythm Band, die hun medewerking ook al aan de laatste
plaat verleenden, trok ze de baan op en maakte ze ook in Brussel
een stop.

Hier wachtte een uitverkochte en uitgelaten AB haar op. De Memphis
Rhythm Band kreeg eerst kort de kans om apart een staaltje van hun
kunnen te tonen, maar al bij de tweede track op de setlist maakte
Marshall haar opwachting op het podium, tot groot jolijt van de
tickethouders. Cat Power besloot meteen het grote kanon boven te
halen en stak van wal met de onwaarschijnlijke schoonheid van ‘The
Greatest’, zonder twijfel het sterkste nummer van de laatste plaat.
Voor het eerst kreeg deze titel echter een wat ironische bijklank.
Want hoewel de stem live minstens even warm klonk als op de plaat
en ook het muzikale arrangement er één was om u tegen te zeggen,
verpestte Marshall de sfeer met haar spastische bewegingen en een
choreografie die doet denken aan de danspassen van sommige
enola-medewerkers nadat het gerstenat rijkelijk gevloeid heeft. Op
deze manier ruïneerde ze het fragiele, intieme karakter van het
nummer waardoor de gedachte begon te sluimeren dat we misschien
beter waren thuis gebleven om de cd af te spelen. Dit hersenspinsel
werd doorheen het eerste deel van de set steeds prominenter,
aangezien de eerste negen tracks in nagenoeg dezelfde arrangementen
en zelfs in bijna dezelfde volgorde als op het laatste album
gespeeld werden. De slungelige bewegingen maakten dit bandwerk nog
moeilijker te digesteren en van ‘The Greatest’ was het dan ook
enkel de ingetogen versie van ‘Where is my Love’ die nog enige
meerwaarde wist te bieden. Toen Marshall na deze nummers het podium
verliet, dook de vrees op dat de zaak hiermee al beklonken zou
zijn.

Na nog een korte instrumentale sectie verdween de Mephis Rhythm
Band van het podium en verscheen Chan gelukkig zelf opnieuw ten
tonele. Het tweede deel zou ze alleen voor haar rekening nemen,
zichzelf begeleidend op gitaar en piano. Dit spel zorgde meteen ook
voor enige lichaamsbeheersing, waardoor de verhoopte intimiteit er
dan toch nog kwam. De arrangementen klonken minder gestileerd dan
wat voorafging, maar het is net in deze ongeslepenheid dat de
kracht van Cat Power ligt. Er stonden heel wat covers op het menu,
maar enkele daaronder werden zo sterk en eigenzinnig gebracht dat
je het origineel even zou vergeten. Hoogtepunten hierbij waren dan
ook ‘House of the Rising Sun’ (ook te horen op de recente
iTunes-ep) en de dromerige blues van ‘Wild is the Wind’. Tussendoor
was er eindelijk ook plaats voor dialoog (in het eerste deel
hoorden we hooguit wat onverstaanbaar gebrabbel tussendoor). Met
haar Eric Clapton-imitatie en interacties à la “How do you say
‘dude’ in Dutch?”
moet ze niet op zoek naar een bijverdienste
als comédienne, maar toch deed het deugd een blijk van geestelijke
aanwezigheid te krijgen.

Als uitsmijter mocht de band nog eens zijn opwachting maken.
Daardoor werden de Cat Power-moves spijtig genoeg ook weer
bovengehaald, maar dan wel op meer verfrissend materiaal. In een
collage van eigen werk en interpretaties vielen onder meer een
flard ‘Nude as the News’ en ‘Cross Bones Style’ op te merken, een
vreugdevolle herinnering aan ‘What Would the Community Say’ (1996)
en ‘Moon Pix’ (1998), toch wel Marshalls sterkste albums. Meteen
erna volgden nog een amusante versie van ‘Satisfaction’ en de
verrassing van de avond: ‘Crazy’. Cat Power does Gnarls
Barkley
en het resultaat mag er best zijn. Het hele collectief
sluit de avond af met een a cappella versie van Smokey Robinsons
‘The Track of My Tears’. Met deze (schijnbare) spontaneïteit en
uitbundigheid eindigde de avond een stuk beter dan hij begonnen
was, maar spijtig genoeg kon de schade niet volledig hersteld
worden.

Chan Marshall speelde in de AB haar eigen inferieure voorprogramma.
Na het verplichte herkauwen van ‘The Greatest’, verscheen pas vanaf
het solo-luik een vrouw met een duidelijke muzikale passie op het
podium die het publiek meer wil bieden dan het kort heropwarmen van
de laatste succesplaat. De kater van het eerste deel maakte het
genieten van de rest wat moeilijker en maakte dat de hoge
verwachtingen absoluut niet ingelost konden worden. Cat Power had
een gemakkelijk publiek voor haar, dat alles flink en enthousiast
slikte, maar de kritische geest bleef ondanks enkele mooie momenten
toch op zijn honger zitten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + 13 =