Bubble

Geen grotere kameleon in de Amerikaanse filmindustrie dan Steven
Soderbergh. Regelmatig slaat hij toe met glossy
Hollywoodentertainment zoals ‘Ocean
Eleven’
, en tussendoor amuseert hij zich dan weer met vaak
bizarre experimenten zoals ‘Full
Frontal’
of deze ‘Bubble’. Leg die films naast elkaar en je
kunt nauwelijks geloven dat dezelfde persoon ervoor
verantwoordelijk is kunnen zijn. ‘Bubble’ is op alle gebieden een
eigenaardig project: Soderbergh filmde met niet-professionele
acteurs, gebruikte die mensen hun eigen huizen als sets, liet ze
zelf hun dialogen improviseren en bracht zijn film in de VS
gelijktijdig uit in de bioscoop én op dvd en betaaltelevisie. Die
laatste move werd om voor de hand liggende redenen fel
bekritiseerd door de bioscoopuitbaters van Amerika, maar vanuit
Soderberghs standpunt bekeken valt er wel degelijk een logica in te
vinden: een kleinschalige arthouse film zoals ‘Bubble’ wordt op een
zeer beperkt aantal schermen uitgebracht. In dit geval waren dat er
drie. Drie cinema’s die zijn film vertoonden in heel Amerika, dat
was alles. Daarna werden het er een twintigtal, nog steeds niet
spectaculair. Kleine filmpjes zoals deze krijgen simpelweg de kans
niet om een publiek te vinden, en media voor het kleine scherm
bieden dan een mooie oplossing. Je zult maar eens ergens in een
boerengat in Kansas wonen en naar ‘Bubble’ willen kijken – dvd en
tv geven dit soort films op z’n minst de gelegenheid om gezien te
worden.

De film zelf lijkt verwant aan de laatste paar projecten van Gus
Van Sant (‘Gerry’, ‘Elephant’ en ‘Last Days’), in de zin dat het een trage,
hypnotiserende ervaring is, waarin op de keper beschouwd geen lor
gebeurt, maar die toch fascinerend weet te blijven (hoewel dat in
het geval van ‘Last Days’ heel wat
minder het geval was). Net als Van Sant kiest Soderbergh hier
resoluut voor minimalisme op alle vlakken, hoewel de uiteindelijke
bedoeling daarvan toch nog verschillend is. Van Sant gebruikte
minimalisme, maar dan wel op een gestileerde manier, met zijn
lyrische steadicamshots en bijna surrealistisch gebruik van de
tijd. Hij gebruikte minimalisme om iets toe te voegen aan de
werkelijkheid. Soderbergh, daarentegen, wil het echte leven vatten
door er vanaf het begin al niks aan te veranderen voor zijn film.
Hij neemt échte mensen, op échte locaties, laat ze in hun eigen
woorden spreken en laat vervolgens zijn camera’s draaien. Hoe
minder je doet, hoe beter, want hoe minder je doet, hoe minder je
de realiteit aantast. Dat is dan weer minimalisme op een andere
manier aangewend.

Het enige dat hij wél heeft gedaan, is natuurlijk een situatie
verzinnen voor die mensen. We krijgen het verhaal van Martha
(Debbie Doebereiner), een arbeidster in een fabriek waar
speelpoppen worden gemaakt. Haar leven is er één van
doodeenvoudige, geestdodende routine: ze verzorgt haar zieke vader,
gaat werken, komt naar huis, kijkt tv en gaat slapen. Tijdens de
lunchpauzes praat ze met Kyle (Dustin Ashley), een veel jongere
collega die al evenzeer vastzit in een uitzichtloos leventje als
fabrieksarbeider. Hun vriendschap heeft niets seksueels en vanaf
het begin krijgen we de indruk dat geen van beiden het ooit in die
richting zouden willen sturen. Hun contact is eenvoudig, zuiver,
zonder de onvermijdelijke chaos die romantische gevoelens met zich
meebrengen.

Maar dan verschijnt Rose (Misty Wilkins) ten tonele, een nieuwe
collega die op de één of andere manier lijkt te klikken met Kyle op
een manier die Martha dwarszit. De simpele one-on-one
vriendschapsband die ze met Kyle had, wordt verstoord, en hoewel er
absoluut niets openlijk van wordt gezegd (stel je voor), krijgen we
de indruk dat dat haar niet bevalt.

Meer van de plot vertellen zou zonde zijn, maar wat wel duidelijk
is, is dat Soderbergh hier in de eerste plaats het verhaal wilde
vertellen van enkele verschrikkelijk eenzame mensen die wanhopig op
zoek zijn naar contact met elkaar, maar zelfs niet over de
vocabulaire beschikken om ernaar te vragen. Voor zover ze zichzelf
al van hun eigen problemen bewust zijn in the first place.
Voor het grootste deel van de film zitten de personages stilletjes
tegenover elkaar. Af en toe zeggen ze wat banaliteiten. Ze doen wat
ze moeten doen om hun leven te onderhouden, voor wat het waard is.
Dit zijn geen domme mensen, en al zeker geen waardeloze mensen,
maar gewoon personen die nooit hun waarde hebben moeten tonen en
nooit een richting hebben gekregen waarin ze hun intellect konden
sturen. Dus daar zitten ze nu, alleen en zonder de nodige wapens om
daar iets aan te veranderen. Uiteindelijk moet dat mislopen, en die
dodelijke verveling van alledag leidt ten slotte tot een gruwelijke
wending.

Die verveling en de banaliteit van die levens dicteren ook de stijl
van de film: Soderbergh heeft er een extreem korte prent van
gemaakt (met 73 minuten staat u alweer buiten) en toch is het een
langzame prent. Vroeger had de regisseur een hekel aan shots vanop
een statief, en werkte hij met zandzakjes tussen camera en driepoot
om te vermijden dat het beeld helemaal stabiel zou zijn. ‘Bubble’,
daarentegen, is vrijwel integraal vanop een statief gefilmd. Vaak
krijgen we statische shots die soms enkele minuten lang duren, soms
gebruikt Soderbergh tergend langzame, doelbewuste panshots (waarbij
de camera horizontaal beweegt zonder van de driepoot af te komen).
Erg flitsend kun je dat niet noemen, maar het past wel bij het
totale gebrek aan beweging in de levens van de personages.

Veel van de scènes tijdens de eerste 45 minuten lijken nauwelijks
een pointe te hebben. Ze dragen enkel bij aan de lichtjes
deprimerende sfeer van de prent en zuigen ons steeds dieper in het
leven en de mentale wereld van de hoofdpersonages. Soderbergh komt
vaak gevaarlijk dicht tegen de grens van pretentie en
langdradigheid, maar omdat die mensen in hun alledaagsheid toch zo
verdomd fascinerend zijn om naar te kijken, blijven we toch
geboeid. Of althans, ík bleef geboeid, ik weet niet hoe een ander
erop reageert. Dan komen die laatste twintig à dertig minuten en
krijgen we een fenomenale pay off die al ons geduld de
moeite waard maakt.

Dit soort films is altijd een dubbeltje op z’n kant. Het is een
experiment, en als je er ook maar een beetje te ver in gaat, dan
eindig je met ‘Last Days’
hemeltergende verveling. Zoals het is, blijf je zitten met een
memorabel miniatuurfilmpje, waarin niks gebeurt, maar waarin alles
wat niet gebeurt wel ongelooflijk boeiend is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × vier =