Yikes :: Secrets To Superflipping EP

GGGGRRRRRZZZZZAAAOOOOOOHHHHWWWW….BRRRRTTTTTTPPPPRRR…..ZZZZZZIIIINNNNGGGGGGGTSSSSSCHHH…TSSSSAAAAARRRRKKK…SSSSSTTT-T-T-T-T…BBBRRROOOAAAABB…..IIIIIIIIEEEEEEEEESSSCCCCHHHHHH

Waar is de tijd dat muzikanten op zoek gingen naar innoverende opnametechnieken en state-of-the-art-opnameapparatuur om hun kunstjes in zo’n goed mogelijk daglicht te stellen? Sommigen zetten deze zoektocht nog steeds verder, of grijpen daarbij terug naar de analoge verworvenheden en de bijhorende naturel, maar sinds de opkomst van het alternatieve gitaargeweld in de jaren tachtig en de daaropvolgende lo-fi-cultuur zijn er ook genoeg generaties bands geweest die afstappen van de idee dat rockmuziek "goed" moet klinken. Bij het trio Yikes uit San Francisco wordt deze lijn tot in het extreme verder getrokken. Wie heeft er in godsnaam behoefte aan lo-fi rock-’n-roll, als no-fi-at-all ook een optie is?

Voorman John Dwyer is met Yikes niet aan z’n proefstuk toe (de andere twee groepsleden ook niet, de bandbio vermeldt een tiental andere bands waarmee de drie grote sier maakten): met Coachwhips (waarvan dit jaar nog Double Death verscheen) ging hij zich al te buiten aan een gelijkaardige geluidsterreur en albums die termen als "garage" een heel nieuwe dimensie gaven. Dat Secrets To Superflipping EP een rammelende release is, is dan ook een understatement van jewelste: vijf in de studio (heh?) opgenomen songs en vier live gespeelde brokken die zo mogelijk nog "slechter" klinken. Twee gitaren snijden, scheuren en bezorgen je koppijn, rudimentaire en vervormde drums verergeren de soep, en daarop krijg je nog eens de huilende zang, die klinkt alsof hij door een kapotte megafoon werd gebruld en opgenomen met een cassetterecorder die ooit nog aan nonkel John toebehoorde, maar in 1982 van het balkon viel.

Je zou het radicale anti-rock kunnen noemen. "Pink Cigars" heeft misschien wat gemeen met de Gories en oude Dirtbombs, maar mankeert de soul. "Poor People" (de opener van 83 seconden) is dan weer smerige ketelmuziek. Het enige studionummer dat in enige mate pretendeert een song te zijn is "The Cars": denk aan oude Sonic Youth, denk aan Bob Log III, denk aan een combinatie van de twee. De vier live opgenomen songs gaan zo mogelijk nog verder: zelfs het onophoudelijk schreeuwende publiek klinkt buitenaards. De muziek dreunt repetitief (al is "Capes" best opwindend in z’n debiele rechtlijnigheid), hangt met haken en ogen aan mekaar, en trekt conventionele noties van wat rock-’n’-roll doorgaans is volledig in het belachelijke.

Een dikke twintig minuten gaat dat zo verder, en eenmaal aan het einde vraag je je af wat dat in hemelsnaam moest voorstellen. Zoek niet naar songs, verstaanbare lyrics of akkoorden: de drie hebben er zelf ook geen flauw benul van. Secrets To Superflipping EP is in eerste instantie dan ook uitgelezen materiaal voor verzamelaars van speciallekes met teveel geld. Veel plezier ermee.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + 6 =