New York Dolls :: One Day It Will Please Us To Remember Even This

Het record voor de Langst Uitgestelde Comeback staat nog steeds op naam van Vashti Bunyan (vijfendertig jaar!), maar de overgebleven New York Dolls staan met hun tweeëndertig jaar stevig op de tweede plaats. En wat blijkt? Op die drie decennia tijd is er niet veel veranderd.

Zelfs voor heel wat muziekfanaten betekenen de New York Dolls niet veel meer dan een verwaarloosbare voetnoot in de rock-’n-rollgeschiedenis. Toch is wie interesse voor punk heeft én zijn research doet, onvermijdelijk wat vuile verhalen tegengekomen over het uitzinnig uitgedoste kwintet dat in het begin van de seventies de New Yorkse clubs afschuimde met zijn androgyne spektakel. Choqueren kon toen nog, en de Dolls deden het al te graag: plateauzolen, make-up, zieke kapsels, the works. Hoewel hun controversiële way of life een act was die Malcolm McLaren ertoe aanzette de Sex Pistols te fabriceren, lieten de vijf ook twee straffe albums na die, achteraf bekeken, de punkrevolutie mee hielpen voorbereiden: zowel in de scène rond CBGB’s als in Engeland zou gedweept worden met hun ranzige kermisact.

Voormalig voorzitter van de Britse fanclub Morrissey wist in 2004 de drie nog levende Dolls (gitarist Johnny Thunders en drummer Jerry Nolan verhuisden begin de jaren negentig naar Gods repetitiehok) te overtuigen nog eens samen te komen voor het Meltdown Festival. Toen kort daarna bassist Arthur Kane echter geveld werd door leukemie, leek de kans op een nieuwe plaat wel heel klein geworden. Toch is dat net wat achterblijvers David Johansen en Sylvain Sylvain (u dacht toch niet dat Willy Willy de eerste was zeker?) deden: ze verzamelden vier muzikanten rond zich en probeerden het geluid van de übermietjes nog een keer te benaderen. Overmoed natuurlijk, want wie gaat in godsnaam zorgen voor Thunders’ mix van genialiteit en nonchalance? Met de hulp van producer Jack Douglas, die ook aanwezig was bij de opnames van het legendarische debuut, is de heropstanding nochtans best overtuigend geworden.

Een album van de New York Dolls zorgt steeds voor een aha-effect. Aerosmith, Guns N’ Roses, de legioenen decadente rockers die sindsdien zijn opgestaan: ze hebben allemaal een en ander te danken aan het geluid en (vooral) de attitude van die twee platen. Ook op One Day It Will Please Us To Remember Even This (this what? lengthy title?) komt de band op de proppen met die basic rock-’n-roll, opgesmukt met r&b, punkenergie en sixtiespop. Je kan hen misschien nog het best omschrijven als een rauwere versie van The Rolling Stones. De hardst swingende tracks zijn alleszins de beste: luister naar Johansens mojo tijdens openingsnummer "We’re All In Love", de withete blues-rawk van "Gimme Luv And Turn On The Light" of het niemendalletje "Gotta Get Away From Tommy".

Naar goede gewoonte bulkt het album ook weer van de ongein: de junglestomp van "Dance Like A Monkey" is plezant/onnozel, "Rainbow Store" is onweerstaanbare pop en "Plenty Of Music" lijkt gepikt van een van Spectors meidenbands. Helaas wil soms ook wel eens het formulegevoel toeslaan: de van de Faces geleende boogierock van "Runnin’ Around" was in 1973 al belegen (al blijven we fan van onzin als "I’m in love and what I see from here / Is that flesh-coloured underwear?"), "Dancing On The Lip Of A Volcano" is wel erg banale rock (daar veranderen backings van Michael Stipe niks aan), en "I Ain’t Got Nothin’" beweegt zich ergens tussen pop en soul, maar gaat vooral nergens naartoe. Dan liever een roadhouse-rocker als "Punishing World": voorspelbaar, maar vanuit de heup afgevuurd.

One Day It Will Please Us To Remember Even This is een geslaagde reanimatie, maar het project is duidelijk doordacht benaderd. De morsigheid van weleer heeft het afgelegd tegen professionaliteit, zodat het gaat om een degelijk album dat vooral een te lange stijloefening is. En dan hebben we nog gezwegen over die mottige hoes.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + zeven =