Wolfmother :: Wolfmother

"You’ll go over like a led zeppelin" waren de profetische woorden van The Who-drummer Keith Moon op de eerste repetitie van, jawel, Led Zeppelin. Robert Plant zal er eens mee kunnen lachen, zo’n dertig jaar later met tienduizenden jongeren aan zijn voeten op de Werchterweide. We gunnen hem die prominente plek op de mainstage.

Led Zeppelin is immers een blauwdruk voor iedere band die durft te grossieren in een bak herrie. Het behoeft niet veel meer dan gedachteloos wat akkoorden aanslaan, zo lijkt het. Met primaire oerkracht je gitaar afraggen is echter een talent, en wel van het soort dat gekoesterd moet worden. Een band zoals The Darkness parodieert met falsetstemmetjes en belachelijke outfits die erfenis. Gelukkig heeft Wolfmother het hart wel op de juiste plaats.

De band, opgericht in 2000, heeft reeds twee e.p.’s op zijn conto. De eerste was een voortvloeisel uit een demo die eind 2004 de Australische muziekscène in vuur en vlam zette. De Aussies zagen na de artificiële marketingrock van Jet een nieuwe hype gelanceerd onder auspiciën van zowel hippe indiekids als doorwrochte bikers. Met producer/gitaargeweldspecialist David Sardy aan de knoppen (van kust tot Pajottenland bekend voor zijn werk met Evil Superstars en Soulwax) moest hun debuut wel een doorslaand succes zijn.

Al van bij opener en tweede single "Dimension" blijkt immers dat deze plaat een typische rocker is, louter gefundeerd op een dijk van een riff. We herformuleren: de band is een en al achterhaalde riffs. Dat het hun ambitie is Led Zeppelin te evenaren, is ondertussen al duidelijk. Injecteer dat geluid nog eens met een incidenteel orgeltje (Deep Purple, iemand?) of een uithaal op zijn Ozzy’s en je komt tot een plaat die de merites van de retro-rock hoog in het vaandel voert.

Vernieuwend klinkt het dus allemaal niet. "Mind’s Eye" lijkt te refereren aan — sidder en beef — progrock, maar Wolfmother weet er iets verdomd catchy van te maken. En als catchy progrock een mogelijkheid is, waarom er dan geen fluitsolo tegenaan gooien? In ware Jethro Tull-stijl emmert "Witchcraft", een van de weinige lamentabele tracks op de plaat, zo een eind weg.

Eerste single "Woman" wordt gestuwd door stevige Kyuss-referenties en is tevens de uitgelezen kans om uw luchtgitaarcompetentie tot in de puntjes te bekwamen. "Where Eagles Have Been" is dan weer een prototypische imitatietrack van ganse busladingen sixtiesiconen. En zowaar, met "Apple Tree" krijgen we nog een uiterst geslaagd White Stripes-doorslagje.

Dit soort hardrock oogt gedateerd, is simpelweg oubollig maar heeft nog nooit zo verdomd goed gesmaakt, want voorzien van enkele weerhaken levert Wolfmother een volstrekt uniek plaatje af. De groep excelleert in een onevenaarbare kopieerdrang van achterhaalde rockiconen en maakt er een wonderlijk geheel van. Deze plaat is geen pastiche maar een solide kraker, met voldoende materiaal om een halfbevolkte Werchterweide op een landerige zaterdagochtend een trip in de tijd te bezorgen. Enkel voor die luchtgitaar moet je zelf zorgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + 19 =