Violent Femmes :: 7 juni 2006, AB

Het is intussen al even geleden dat de Violent Femmes op de proppen zijn gekomen met nieuw studiowerk (Freak Magnet dateert alweer van 2000), maar elke aanleiding is goed om hen nog eens live aan het werk te zien. We dachten daar blijkbaar niet alleen zo over, want een goedgevulde AB was erbij voor een overwegend heuglijk weerzien.

Maar eerst: The Violent Husbands, een Gents trio met een paar losse vijzen. Ze waren duidelijk opgewonden in de meest gereputeerde rocktempel van het land van jetje te mogen geven, wat te begrijpen is als je belangrijkste wapenfeiten een gewonnen talentwedstrijd, een resem optredens en … een demo zijn. Hun korte set barstte van de ongein (soms wat studentikoos), maar dat is amper een bezwaar als je opent voor de band die het adolescentenleed in de 80s op de kaart zette. De speelse manier waarop rock-’n-roll, country en a whole lotta nonsense tot een geheel werden geboetseerd was niks nieuws, en vooral tijdens de kalmere momenten vielen de zwaktes (Engels met haar op, enkele flauwe gimmicks) op, maar op hun vlotst (met "Grandmother" als hoogtepunt) kregen ze het merendeel van het publiek zonder moeite op de hand. Kortom: pretentieloos, plezant gezever over waffles, bomma’s en cowboys.

De Violent Femmes zijn intussen veteranen die al een kwarteeuw meedraaien. Met hun eerste, titelloze album (nog steeds een van de meest spectaculaire debuten als u het ons vraagt) legden ze de lat meteen zo hoog voor zichzelf dat ze ’m nooit meer zouden evenaren, al zouden nog enkele verdienstelijke pogingen volgen. Het is echter die onweerstaanbare combinatie van zelfbeklag en hilariteit, verpakt in folk en akoestische punksongs, die het ’m blijft doen, en de band was dan ook bereid het publiek te plezieren met niet minder dan acht tracks uit het album. Tijdens opener "Prove My Love" leken Gordon Gano (zang/gitaar) en Brian Ritchie (bas/zang) nog wat onwennig, maar rechtopstaande drummer Victor De Lorenzo gaf al meteen z’n beste Keystone Cops-imitatie weg. Ritchie ziet er intussen uit als een combinatie van Roger Waters en J. Mascis en Gano als een ICT-consultant, maar consultants dragen geen Stooges-shirts en hebben doorgaans een iets lagere freak factor.

Dat de band sterk beïnvloed werd door Jonathan Richmans oersimpele stijl van spelen werd eens te meer bewezen, maar ze weten er wél hun eigen draai aan te geven. De Lorenzo doet alles behalve een traditionele beat aanhouden en Ritchie’s akoestische bas is uit de duizend herkenbaar. Bekende en minder bekende songs werden in sneltempo afgewerkt: het reggae-getinte "Please Do Not Go", de geflipte volksdans "Mirror Mirror" en klassieker "Blister In The Sun" (lievelingssong van de jarige Gano) werden enthousiast onthaald door een publiek dat voor een groot stuk bestond uit nostalgische dertigers/veertigers die duidelijk lieten merken waarvoor ze gekomen waren. De minimale stijl doet echter wel eens vergeten dat deze band wel degelijk kan musiceren en niet vies is van een experiment: zo brachten ze ook een geslaagde cover van John Coltrane’s "Living Space", een meditatief, Oosters getinte jazzdrone met Ritchie op shakuhachi (een bamboefluit).

Daarna diende het puddingeffect zich echter aan en slaagde de band er niet in "Children Of The Revolution" (te log) en "Gimme The Car" (richtingsloos) boeiend te houden. Het leek er even op dat te veel experimenten en personeelswissels (met het volledige voorprogramma in actie tijdens de kakofonie van "Black Girls") het optreden zouden ruïneren, maar krasse songs als "American Music", "Gone Daddy Gone" (mét xylofoon!) en een weergaloos rammelend "Add It Up" (nog steeds hun beste) staken daar een stokje voor. Het was dus geen triomftocht, maar wel een amusant optreden dat je buiten stuurde met een goed gevoel. Na bisnummer "Kiss Off" riep Gano nog "I’m thirty!" en bijna geloofden we hem. De Violent Femmes zullen steeds dat beetje jonger dan de rest blijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × een =